Klikzink
Een paardenstal lijkt bouwkundig op een loods: een frame van hout of staal, een dakvlak erover, klaar. Wie het zo behandelt, komt er na een paar jaar achter dat het dak iets anders moet kunnen dan bij een loods met machines of veevoer. Onder een paardenstal staat een dier dat de hele dag vocht en ammoniak afgeeft, en dat vocht moet ergens heen. Deze pagina zet neer waar dat verschil precies zit en welke keuzes daar bij een felsdak uit volgen. Voor de uitwerking van elke keuze, van isolatie tot montage op een specifieke dakvorm, verwijzen we door naar de andere pagina's in deze kennisbank.
Boven een paardenstal spelen twee dingen die bij de meeste andere gebouwen niet of veel minder spelen: stof en ammoniak. Stof komt van hooi, stro en de bodem van de bak, en trekt omhoog met de warme lucht die van de dieren afkomt. Ammoniak komt uit mest en urine, en is agressiever voor materiaal dan gewoon vocht. Beide bij elkaar betekenen dat de binnenkant van het dakvlak voortdurend wordt blootgesteld aan een klimaat dat vochtiger en chemisch actiever is dan in een kantoor, een woning of een gewone opslagloods.
Dat is meteen de reden waarom dit geen comfortvraag is, zoals bij een woonhuis waar een tochtig dak vooral ongemakkelijk is. Bij een paardenstal is het een gezondheidsvraag. Paarden hebben een gevoelige luchtweg, en een dak dat laat condenseren, of dat de opgehoopte ammoniaklucht niet kan afvoeren, werkt rechtstreeks door in de longen van het dier. Een stal waar het dak in de winter zichtbaar drupt, of waar de balken zwart worden van schimmel, is geen kwestie van esthetiek maar van een leefklimaat dat niet deugt.
Het stalen felsdak zelf is bestand tegen de omgeving die we hierboven beschrijven, mits het goed is opgebouwd. De platen zijn Sendzimir verzinkt en voorzien van een organische coating van 50 micrometer, wat het materiaal beschermt tegen vocht van buiten en tegen de meeste omgevingsinvloeden van binnen. Wat de coating niet oplost, is een verkeerde opbouw eronder: als er geen ventilerende spouw zit tussen de isolatie en de plaat, of als de dampremmende laag aan de binnenzijde ontbreekt of lek is, condenseert het vocht uit de stallucht tegen de onderkant van de plaat. Dat zie je dan niet aan de buitenkant, tot het moment dat de gordingen of het houtwerk beginnen te rotten.
Dit is precies waarom we bij paardenstallen extra aandringen op een juiste opbouw met ventilatie, in plaats van het dak simpelweg dicht te timmeren. De platen zelf zijn niet het kwetsbare onderdeel; de manier waarop de lucht erlangs kan bewegen, is dat wel. Wie hierover meer wil weten, vindt op de pagina over isolatie in een paardenstal de uitwerking van die opbouw.
Stof en ammoniak werken niet alleen op de constructie, maar ook op de binnenkant van het gebouw, en dat raakt aan de keuze voor een felsdak op een andere manier dan je zou denken. Een felsdak heeft een gladde, vlakke onderzijde zonder overlappende randen of profielgolven waar stof zich in kan nestelen. In een ruimte waar hooistof constant in de lucht hangt en zich overal neerzet, telt dat mee bij het reinigen: een vlak plafond is met een borstel of een lichte hogedrukreiniger schoon te maken, een geprofileerd plafond met kieren houdt stof en spinnenwebben vast op plekken die je niet bereikt.
Bij de bevestiging speelt hetzelfde punt. De felsplaten worden blind bevestigd met klemmen die onder de fels verdwijnen, zodat er aan de binnenzijde geen doorlopende schroeven of kopjes zichtbaar zijn. In een gewone loods is dat een kwestie van uitstraling. In een paardenstal is het ook een kwestie van hygiƫne: elke schroefkop die door het plaatoppervlak breekt, is een plek waar vocht en ammoniakdamp een aanzet kunnen geven tot corrosie van binnenuit, jaren voordat je dat aan de buitenkant ziet.
Er zijn situaties waarin de nadruk op ventilatie en een gesloten binnenzijde de zaak juist compliceert. Bij een open stal, waar de zijwanden grotendeels open blijven en de stallucht vrij naar buiten kan, is het risico op vochtophoping onder het dak veel kleiner dan bij een gesloten of half-open stal met dichte wanden. In dat geval is de investering in een uitgebreide dampremmende opbouw met gecontroleerde ventilatie soms zwaarder dan nodig, en kan een eenvoudiger dakpakket volstaan. Andersom geldt: bij een volledig gesloten stal, bijvoorbeeld voor de winterstalling van pensionpaarden, is de ventilatie-eis juist strenger dan bij een doorsnee bedrijfsgebouw, en volstaat de standaardopbouw van een loods niet.
Ook bij een dakhelling die tegen de ondergrens van zes graden aan zit, verdient de afvoer van vocht extra aandacht. Bij zo'n vlak dak blijft eventueel condens langer op zijn plek liggen dan bij een steiler dakvlak, en dat maakt een goed werkende ventilatiespouw belangrijker dan bij een zadeldak met een flinke helling.
Een ander punt waar de keuze soms de andere kant op valt: als de stal grenst aan een woning of aan een ruimte waar mensen langdurig verblijven, telt naast vocht en stof ook geluid, bijvoorbeeld van regen op het dak. Dat is geen reden om van een felsdak af te zien, maar wel iets om in de opbouw mee te nemen, in overleg met wie de constructie ontwerpt.
Deze pagina beschrijft het uitgangspunt: wat een paardenstal anders maakt dan een gewoon dak, en waarom dat verschil vooral bij de opbouw en de detaillering zit, niet bij de plaat zelf. Voor de concrete uitwerking van die opbouw, van isolatiedikte tot dampremmende folie, verwijzen we naar de pagina over isolatie bij een paardenstal. Wie een bestaand dak wil vervangen of over oude pannen heen wil bouwen, vindt de volgorde daarvoor op de betreffende pagina's over vervanging en over bouwen over bestaande pannen. En wie nog moet kiezen tussen een felsdak en een ander materiaal, zoals dakpannen, bitumen, sandwichpanelen of riet, vindt per vergelijking een eigen pagina waarin we de afweging specifiek voor een stal met dieren erin uitwerken.
Wilt u weten wat dit voor uw eigen stal betekent, met de afmetingen, de dakvorm en de manier waarop de dieren gehuisvest zijn? Neem contact op, dan denken we op basis van uw tekening mee over de opbouw die bij uw situatie past.