Klikzink
Een lessenaarsdak heeft maar één vlak, met een hoge rand en een lage rand, zonder nok en zonder tegenover elkaar liggende dakschilden. Dat maakt het op het eerste gezicht het eenvoudigste dak dat er is. Bij een paardenstal is die eenvoud vooral fijn voor de bouw, maar de details op die twee randen bepalen of het dak ook doet wat een stal nodig heeft: droog blijven aan de binnenkant, terwijl er onder het dak vocht, stof en ammoniak vrijkomen die nergens anders heen kunnen dan naar boven.
De baanindeling volgt bij dit dak vrijwel altijd de helling. De platen lopen van de hoge rand naar de lage rand, en de baanlengte is dus meteen de volle dieptemaat van het dak. Bij een stal van pakweg negen meter diep kan dat een aaneengesloten baan van negen meter worden, zonder overlap in de lengte. Dat is precies waar felsplaten goed in zijn: ze zijn op de millimeter leverbaar, van 450 tot 8000 millimeter, en worden op maat gewalst voor het dak waarvoor ze bedoeld zijn. Voor de meeste stallen valt de dieptemaat binnen die marge en heeft u geen lasnaad halverwege het vlak, wat op een enkelvoudig hellend dak zonder nok een reële besparing op risico is: hoe minder naden dwars op de waterloop, hoe minder plekken waar water kan blijven staan bij wind tegen de helling in.
De hoge rand is de nokrand van dit dak, ook al heet hij geen nok. Hier eindigt de plaat tegen een gevel, een muurtje of een hoger dakvlak, en hier zit de eerste plek waar het misgaat als de aansluiting niet goed is doordacht. Bij een paardenstal is deze rand vaak ook de plek waar de open nok of een doorlopende ventilatiestrook zit, omdat lucht die van onderaf de stal binnenkomt hier het dak weer moet kunnen verlaten. Wordt die opening te krap gedetailleerd, dan condenseert vocht juist op die plek tegen de onderzijde van de plaat, en dat is bij een stal geen kwestie van een vlekje op het plafond maar van een voortdurend vochtige plek net boven de hooiopslag of de boxen.
De lage rand is de druiprand, en daar zit bij een paardenstal een ander probleem: de druiprand ligt vaak direct boven de gevelopening waar paarden hun hoofd naar buiten steken, of boven de deuren waar u met een kruiwagen mest naar buiten rijdt. Een druiprand die niet ver genoeg oversteekt, laat water tegen de gevel lopen en precies daar waar dieren en mensen doorheen moeten. Bij nieuwbouw is dat eenvoudig op te lossen door de plaat een stuk te laten doorlopen voorbij de gevellijn; bij een bestaande stal waar de dakrand al vastligt aan de constructie is de marge kleiner en moet de aannemer soms met een aparte druipprofiel werken in plaats van de plaat zelf te laten oversteken.
Boven een rijhal met wat opslag speelt condens onder het dak vooral als comfortvraag: een nat plafond is vervelend, maar niemand wordt er ziek van. Boven een paardenstal ligt dat anders. Ammoniak uit mest en urine, stof uit hooi en stro, en vocht uit de ademhaling van de dieren zelf trekken samen omhoog. Komt dat mengsel tegen een koude onderzijde van de dakplaat aan, dan slaat het daar neer, druppelt terug omlaag en mengt zich met het stof dat al op de gordingen en de boxafscheidingen ligt. Dat is niet alleen een onderhoudsprobleem maar ook een luchtkwaliteitsprobleem, want vochtige, ammoniakhoudende lucht die niet wegkomt blijft in de stal hangen en paarden hebben daar gevoeliger longen voor dan mensen.
Op een lessenaarsdak is dit een tikkeltje lastiger op te lossen dan op een zadeldak, juist omdat er geen nok is waar u eenvoudig een doorlopende nokventilatie kunt aanbrengen die over de volle lengte van het dak werkt. De ventilatie moet hier vaak via de hoge rand, via de gevelopeningen aan de lage kant, of via losse ontluchtingskappen op het dakvlak zelf. Elke doorvoer door het vlak is een onderbreking van de felsplaten, en elke onderbreking moet met een eigen randafwerking worden ingepast tussen de felsen. Dat is prima te doen, maar het moet worden meegenomen in de baanindeling voordat de platen gewalst worden, niet erna. Een kap die achteraf ergens middenin een baan wordt bijgeplaatst, ligt al snel op een ongelukkige plek ten opzichte van de felsnaden en is dan lastiger waterdicht te krijgen dan wanneer de plaatbreedte daar al op is afgestemd.
De blinde bevestiging onder de fels helpt hier wel mee: er zijn geen doorboringen in het vlak zelf die op termijn kunnen gaan lekken onder invloed van de ammoniakdamp, die nu eenmaal agressiever is voor onbeschermd metaal dan gewone buitenlucht. De coating van 50 micrometer beschermt de buitenzijde, maar de binnenzijde van de plaat, waar het verzinkte staal net wordt afgedekt door de coating aan de binnenkant, is de kant die het meest te lijden heeft van stalklimaat. Een goede onderventilatie tussen de isolatie en de plaat is daarom niet alleen een zaak van condens tegenhouden, maar ook van de plaat zelf beschermen tegen de lucht die eronder hangt.
Een lessenaarsdak werkt goed zolang de dieptemaat behapbaar blijft en de helling voldoende is om water snel af te voeren; vanaf zes graden is felsplaten hierop toepasbaar, maar hoe vlakker het dak, hoe kritischer de detaillering aan de lage rand wordt. Bij een erg diep gebouw, zeg boven de twintig meter, wordt een enkelvoudig hellend vlak snel onhandig: de hoogte aan de hoge rand loopt dan flink op om toch voldoende helling te houden, en dat botst met de wens om een paardenstal laag en beheersbaar te houden qua luchtvolume. In zulke gevallen is een zadeldak of een dak met twee lessenaarsvlakken tegen elkaar vaak praktischer, simpelweg omdat de nok dan een natuurlijke plek geeft voor doorlopende ventilatie, iets wat een enkelvoudig lessenaarsdak per definitie moet oplossen via de randen.
Ook bij een stal die tegen een bestaand hoger gebouw aan is gebouwd, met de hoge rand van het lessenaarsdak tegen die gevel, is voorzichtigheid geboden. Die aansluiting is meestal de zwakste schakel, en als daar geen ruimte is voor een goede ventilatieopening omdat de bouwvergunning of de bestaande gevel dat niet toelaat, krijgt u precies het probleem dat u wilde voorkomen: een dak dat het water buiten houdt maar de damp binnenhoudt.
Heeft u de plattegrond en de dieptemaat van uw stal, dan kunnen wij op basis daarvan aangeven of de dakvlakken in één baan te leggen zijn en waar de ventilatieopeningen het beste in de indeling passen. Stuur ons uw tekening; meedenken over de baanindeling en de aansluiting op de hoge en de lage rand kost niets, en dan weet u voordat er iets gewalst wordt of dit dak voor uw stal de juiste vorm heeft.