Klikzink

Felsplaten paardenstal: dakramen en doorvoeren

Een paardenstal heeft vaker doorbrekingen in het dak dan een gewone loods. Er komt licht door een dakraam boven de boxen, er gaat een afvoerpijp van de mestput naar buiten, er zit een doorvoer voor ventilatie boven de gang, en soms een schoorsteen voor een verwarmingstoestel in de zadelkamer. Elke doorbreking is een plek waar het felsdak zijn eigen logica moet loslaten. Een felsdak werkt met lange, gesloten banen die het water zonder naden naar de goot laten lopen. Zodra er een gat in zit, moet dat water alsnog om die opening heen, en dat is precies waar het meestal misgaat als de aansluiting niet goed is doordacht.

Waarom dit bij een paardenstal anders is

Bij een kantoor of een woning is een lekkage bij een dakraam vooral een schadepost: een vochtplek, een rottende balk, een schilder die langs moet. Bij een paardenstal is het meer dan dat. Onder het dak staan dieren die continu vocht, warmte, stof en ammoniak de lucht in brengen. Die lucht condenseert tegen een koud dakvlak, en als er op die plek ook nog een lekkende doorvoer zit, mengt regenwater zich met de vochtige, ammoniakrijke lucht van de stal. Dat is niet alleen een zaak van een nat plafond. Vocht in combinatie met ammoniak tast hout en metaal sneller aan, en het geeft schimmel en bacteriën een voedingsbodem net boven de plek waar paarden ademen. Een dak dat hier "een beetje zweet" is dus geen kwestie van comfort, zoals bij een kantoor waar het wat vochtig aanvoelt. Het raakt de luchtkwaliteit in de stal zelf. Dat is de reden waarom we bij paardenstallen net iets kritischer kijken naar elke doorvoer dan bij een vergelijkbaar gebouw zonder dieren.

Hoe een doorvoer wél waterdicht wordt

De basis is steeds dezelfde: een doorvoer of dakraam moet boven op een felsbaan liggen, nooit precies op de naad tussen twee banen, en het water dat vanaf de nok naar beneden loopt moet netjes om de opening heen geleid worden, niet ertegenaan blijven staan. In de praktijk werken we met een opgezette kraag rond de doorvoer, die aansluit op een inzetstuk of een prefab doorvoerplaat die is afgestemd op de fels van 35 mm. Bij een ronde afvoerpijp van de mestkelder gebruiken we vaak een manchet die om de pijp sluit en waterdicht is verlijmd of gekit op de kraag; bij een rechthoekig dakraam werkt een opstand met een eigen kleine goot aan de bovenzijde beter, zodat regenwater actief wordt afgeleid in plaats van dat het tegen de opstand blijft liggen. Belangrijk is dat de aansluiting altijd hoger ligt dan het waterniveau dat zich bij een fikse regenbui kan opbouwen, en dat er geen underlayment of coating gebruikt wordt die niet bestand is tegen de ammoniakdamp die in een stal opstijgt. Wij denken hierin mee op basis van de tekening: waar komt de doorvoer, hoe groot is hij, en welk deel van de plaat moet daarvoor speciaal op maat gewalst worden.

Een voorbeeld uit de praktijk

Bij een manege met twintig boxen was er behoefte aan daglicht boven de stalgang, zonder dat er een compleet lichtstraat-systeem nodig was. We hebben daar drie kunststof lichtkoepels in het felsdak laten opnemen, elk op een verhoogd opstandframe dat precies over de breedte van één felsbaan paste. Rondom de opstand is de plaat omhoog gezet en teruggevouwen, zodat er geen kitnaad nodig was op de plek waar het meeste water langskomt. Alleen de zijkanten, waar minder waterdruk op staat, zijn afgekit met een kit die bestand is tegen ammoniakdamp. Bij de mestafvoerpijp, verderop op hetzelfde dak, is gekozen voor een stalen manchet die aan de fabriek al op maat is gemaakt voor de diameter van de pijp, in plaats van een universele rubberen manchet die na een paar jaar broos kan worden door de combinatie van zon en ammoniak.

Wanneer dit niet de aangewezen weg is

Er zijn situaties waarin wij afraden om zomaar een doorvoer in het felsdak te zetten. Als een stal bijvoorbeeld al kampt met veel condensvorming aan de binnenzijde, bijvoorbeeld doordat er geen dampopen onderconstructie of ventilerende folie onder de plaat zit, dan lost een extra dakraam dat probleem niet op. Sterker nog: elke extra doorvoer is een extra risicopunt in een dak dat al moeite heeft om droog te blijven. In dat geval is het zinvoller om eerst de ventilatie van de stal als geheel te bekijken, en pas daarna te beslissen waar en of er dakramen bijkomen. Ook bij een zeer lage dakhelling, tegen de ondergrens van zes graden aan, wordt een grote doorvoer lastiger waterdicht te krijgen, simpelweg omdat het water minder snel wegloopt en dus langer blijft staan bij de opstand. Dan kijken we liever naar een kleinere doorvoer, of naar een plek dichter bij de nok waar de druk van afstromend water lager is.

Wat dit betekent voor de aannemer of parkbeheerder

Als u een aannemer bent die een stal ombouwt of uitbreidt, is het verstandig om de positie van dakramen en doorvoeren al bij de tekening vast te leggen, en niet pas als het dak er al op ligt. Wij werken met platen die op de millimeter op maat gewalst worden, van 450 tot 8000 millimeter, en kunnen de opstanden voor doorvoeren daarin meenemen zodat er op de bouwplaats minder maatwerk nodig is. Dat scheelt niet alleen tijd, het voorkomt ook dat er achteraf een gat in een bestaande baan gesneden moet worden, wat altijd een zwakkere aansluiting geeft dan een doorvoer die vanaf het begin in de plaat is meegenomen.

Wat u nu kunt doen

Heeft u een paardenstal waar dakramen of doorvoeren gepland staan, of waar een bestaande doorvoer lekt of zweet, dan denken we graag mee op basis van een tekening of een foto van de huidige situatie. Dat meedenken kost niets, en we geven u eerlijk aan of een felsdak op die specifieke plek de aangewezen oplossing is, of dat er eerst iets anders aangepakt moet worden.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink