Klikzink

Dakramen en doorvoeren bij felsplaten

Elke doorbreking in een dak is een plek waar water een kans krijgt. Een schoorsteen, een ventilatiebuis, een lichtkoepel, een dakraam of een doorvoer voor een installatie: het maakt voor het principe niet veel uit wat er doorheen gaat, het gaat om hoe de plaat rond die opening blijft werken zoals hij dat over de rest van het dak doet. Bij felsplaten betekent dat: de waterafvoer moet via de fels blijven lopen, en de doorvoer mag die afvoer niet onderbreken of tegenhouden.

Een felsdak is opgebouwd uit lange banen staal die aan de zijkanten met een opstaande fels van 35 millimeter in elkaar grijpen. Water dat op het dak valt, stroomt tussen twee felsen naar beneden en verdwijnt bij de goot. Zet je ergens een opening in een baan, dan moet het water dat van boven die opening naar beneden komt, om de opening heen geleid worden zonder dat het zich ergens verzamelt. Dat is de kern van elke goede oplossing: niet de opening zelf is het probleem, maar wat er gebeurt met het water dat erboven langskomt.

Waarom de plaats van de doorvoer telt

De eerste vraag die wij altijd stellen is waar de doorvoer precies komt. Een doorvoer hoog op het dak, dicht bij de nok, heeft weinig regenwater boven zich te verwerken. Een doorvoer laag op het dak, dicht bij de goot, moet het water opvangen van een groot deel van het dakvlak erboven. Bij een schoorsteen die drie meter onder de nok staat op een dak van tien meter lang, loopt er veel meer water langs dan bij een dakraam dat net onder de nok zit. Dat verschil bepaalt hoe robuust de aansluiting moet zijn en welke oplossing praktisch is.

Ook de plek ten opzichte van de felsen zelf maakt verschil. Een doorvoer die precies in het midden van een baan valt, tussen twee felsen, is eenvoudiger op te lossen dan een doorvoer die net over een fels heen valt. In het laatste geval moet de fels ter plaatse onderbroken worden, en dat vraagt om een aansluiting die de rol van die fels overneemt: het water dat normaal door de fels omhoog gehouden wordt, moet nu op een andere manier om de opening heen geleid worden.

Hoe de aansluiting rond de opening wordt opgebouwd

Bij een doorvoer werken we met een kraag of manchet die aansluit op de vorm van de buis of de kozijnrand, en die aan de bovenzijde onder de bovenliggende plaat schuift en aan de onderzijde over de onderliggende plaat heen valt. Dat principe, van boven naar onder overlappen, is hetzelfde principe waarmee de platen onderling water afvoeren. De kraag wordt niet op de plaat gekit of geplakt als enige bevestiging, maar mechanisch verwerkt in de felsconstructie, met een sluitstrook die het water aan de bovenzijde van de doorvoer splitst en langs beide kanten laat weglopen.

Bij een dakraam is de opbouw uitgebreider, omdat een dakraam meestal breder is dan een enkele baan en dus meerdere felsen doorsnijdt. Rond het kozijn komt een set van profielen: een onderslagprofiel dat het water onder het kozijn door leidt, zijprofielen die het water van de zijkanten van het raam wegleiden naar de banen ernaast, en een bovenslagprofiel dat al het water van boven het raam splitst en om de kozijnranden heen naar de zijprofielen stuurt. Deze profielen worden op maat gewalst en in de felsplaten ingewerkt, zodat de doorvoer geen aparte constructie op het dak is maar onderdeel wordt van hetzelfde watervoerende systeem.

De rand van elke aansluiting wordt afgewerkt met een opstand die hoog genoeg is om bij hevige regen of bij sneeuw die smelt en wegglijdt niet direct overspoeld te worden. Hoe hoog die opstand moet zijn, hangt samen met de dakhelling en de lengte van het dakvlak erboven; bij een flauw hellend dak met een lang bovenliggend vlak kiezen we een royalere opstand dan bij een steil dak met weinig water erboven.

Wat een goede aansluiting vooral niet doet

Een aansluiting die op kit of purschuim vertrouwt om waterdicht te blijven, is geen duurzame oplossing. Kit rekt en krimpt met temperatuurschommelingen, en bij een metalen dak dat zelf ook uitzet en inkrimpt, staat een gekitte voeg op een gegeven moment onder spanning die hij niet blijft volhouden. Bij felsplaten geldt dat een aansluiting mechanisch moet meewerken met de beweging van de plaat, niet ertegen vastgelegd worden. Daarom werken wij met profielen die in de fels grijpen of die onder een klem meebewegen, in plaats van met een kraag die star op één punt aan de plaat is bevestigd.

Het is ook geen goed idee om een doorvoer zomaar op de plaats te zetten die het handigst is voor de installatie binnen, zonder te kijken naar de felslijnen. Een doorvoer die dwars over een fels heen valt zonder dat daar in de planning rekening mee is gehouden, levert een lastiger en minder overtuigende aansluiting op dan een doorvoer die een paar centimeter is verschoven naar het midden van een baan. Bij nieuwbouw en bij een volledige dakvervanging is dat eenvoudig mee te nemen in de tekening; bij een bestaand dak waar een doorvoer later wordt toegevoegd, is de ruimte om te schuiven vaak beperkter.

Wanneer een doorvoer beter ergens anders komt

Soms is het antwoord op de vraag hoe je een doorvoer waterdicht krijgt: verplaats hem. Een doorvoer direct onder de nok, in de laagste hoek van een dakschild, of precies op het punt waar twee dakvlakken samenkomen in een kilgoot, is vrijwel altijd een slechtere plek dan een meter verderop. Op die kwetsbare plekken komt van meerdere richtingen water samen, en een aansluiting die daar wel te maken is, is doorgaans minder overtuigend dan wanneer de doorvoer een stukje verschuift naar een rustiger deel van het dakvlak. Bij een dakraam is die vrijheid er niet altijd, omdat de plaats van het raam vaak al vastligt vanuit de indeling van de ruimte erachter, maar ook dan bekijken wij samen met de architect of aannemer of een paar centimeter verschuiven het verschil maakt.

Een andere situatie waarin wij aanraden om nog eens goed te kijken, is een dak met een dakhelling die al aan de ondergrens van zes graden zit. Bij zo'n flauwe helling loopt het water langzamer weg en blijft het langer op één plek staan, ook rond een doorvoer. Een aansluiting die op een steiler dak ruim voldoende is, is op een zeer flauw dak eerder aan de krappe kant. In die gevallen kiezen we voor extra ruime overlappen en een hogere opstand rond de doorvoer, en soms adviseren we om de doorvoer iets hoger op het dakvlak te plaatsen dan oorspronkelijk gepland.

Dit verschilt per gebouw

Hoe zwaar dit precies meetelt, hangt af van het gebouwtype. Bij een woonhuis met een enkel dakraam in de kap is de impact van een verkeerd geplaatste doorvoer beperkt tot dat ene raam; bij een bedrijfshal met tientallen lichtkoepels en doorvoeren voor installaties op het dak telt elke keuze vaker mee en wordt de planning van de felslijnen belangrijker. Ook de dakhelling van het gebouw, de ondergrond waarop de platen liggen en de manier waarop het dak verder is opgebouwd, spelen een rol bij de precieze uitvoering. Die onderwerpen werken we op andere pagina's van deze kennisbank verder uit.

Wat u kunt doen

Heeft u een dak in ontwerp of in aanbouw met een of meer dakramen of doorvoeren, dan helpt het om de posities daarvan zo vroeg mogelijk op de tekening te zetten, samen met de richting en maatvoering van de felsbanen. Stuur ons de tekening toe: wij kijken kosteloos mee naar de plaatsing ten opzichte van de felslijnen en de dakhelling, en werken de platen en de bijpassende profielen op maat uit, tot op de millimeter.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink