Klikzink

Felsplaten op lessenaarsdak van een drijvende woning

Een lessenaarsdak is in de tekening het eenvoudigste dak dat er is: één vlak, één helling, een hoge rand en een lage rand. Op een gewoon huis is dat ook in de uitvoering simpel. Op een drijvende woning is dat andere koek, want het gebouw waar dat vlak op ligt, staat niet vast. Het beweegt met golfslag, met wind, met het stijgen en dalen van het waterpeil. Elke rand van dat dak moet die beweging kunnen volgen, en dat verandert hoe wij naar de baanindeling en de details kijken.

De baanlengte is de volle dakdiepte

Bij een lessenaarsdak loopt de fels van de hoge rand naar de lage rand, en die afstand is meteen de lengte van de baan. Er is geen nok die het vlak in twee stukken deelt, geen breuk waar we een lasverbinding kunnen wegwerken. Wat de diepte van het dak is, is de lengte van de plaat. Bij een drijvende woning van gemiddelde omvang betekent dat vaak een baanlengte van zes tot negen meter, in één stuk gewalst en op de millimeter geleverd. Dat is meteen een van de weinige punten waarop dit dak het ons makkelijker maakt dan een zadeldak: geen naad halverwege het vlak, geen risico dat daar ooit een lek ontstaat. De platen komen van de fabriek en gaan in één beweging van rand tot rand.

De keerzijde is dat er bij die lengte weinig speling is voor de opslagruimte op de kavel of de aanvoerroute over het water. Een baan van acht meter moet ergens liggen voordat hij gelegd wordt, en op een drijvende woning is de buitenruimte meestal beperkt. Wij bespreken dat vooraf: hoe komt het materiaal aan boord, waar kan het tijdelijk liggen, en past de aanvoerroute de lengte die nodig is. Soms is de aanlegsteiger de enige plek waar platen van die lengte tijdelijk neergelegd kunnen worden, en dat plannen we mee in de volgorde van werken.

De hoge rand: nokdetail zonder nok

Aan de hoge kant van een lessenaarsdak zit geen nok, maar een aansluiting op een gevel, een dakrand of soms een technische opbouw zoals een schoorsteen of ventilatiekanaal. Die aansluiting moet twee dingen kunnen: waterdicht blijven en meebewegen. Bij een vast gebouw maken we die rand star, met een stevige daktrim en een overlap die nooit verandert. Bij een drijvende woning werkt een volledig starre aansluiting tegen ons, want het casco van de woning zet en verzakt licht met de belasting aan boord, met temperatuur, met de manier waarop het drijflichaam in het water ligt. Een felsplaat die aan de hoge rand strak vastgeklemd zit op een detail dat geen millimeter beweging toelaat, gaat op een dag scheuren of loskomen, ook al is het werk op de dag van plaatsen perfect.

Wij lossen dat op door bij de hoge rand een detail te kiezen dat beweging opvangt zonder dat het zichtbaar of kwetsbaar wordt: een overlap die ruimer is dan op een vast gebouw gebruikelijk is, bevestigingspunten die niet allemaal op één lijn zitten maar verspreid over de rand, en waar nodig een rubberen of kunststof tussenlaag op de plek waar de plaat een vast bouwdeel raakt. Dat is geen kwestie van een dikkere schroef gebruiken, het is een kwestie van het detail zo tekenen dat de plaat en het casco niet als één star geheel worden behandeld terwijl ze dat niet zijn.

De lage rand: waar het gewicht dubbel telt

De lage rand van een lessenaarsdak op een drijvende woning ligt vaak dicht bij of zelfs op korte afstand boven de waterlijn. Dat is de plek waar we het strengst kijken naar wat we erop en erlangs bevestigen. Op een vast gebouw is een royale dakgoot, een brede daktrim of een extra laag aan de onderrand geen probleem: het gewicht wordt door de fundering gedragen en de constructie merkt er niets van. Op een drijflichaam werkt dat anders. Alles wat boven de waterlijn hangt, telt mee in het drijfvermogen en de stabiliteit van de woning, en gewicht dat aan de lage rand van het dak wordt toegevoegd, werkt dubbel door: het zit hoog in het gebouw en het zit vaak aan één kant, wat de woning uit balans kan trekken als de verdeling niet klopt.

Dat betekent dat wij bij het randdetail aan de lage kant zo dun en zo licht mogelijk werken, zonder dat de aansluiting kwetsbaar wordt. Een felsplaat van 0,55 mm en ongeveer 5 kilo per vierkante meter is op zichzelf al een lichte keuze vergeleken met veel andere dakbedekkingen, maar de randafwerking, de trim, de eventuele goot en de bevestigingsmaterialen tellen mee in het totaalplaatje. Wij bespreken met de bouwer van het drijflichaam wat het toelaatbare gewicht aan deze zijde is, en stemmen het detail daarop af. Een zwaar uitgevoerde mastgoot die op een vast huis vanzelfsprekend is, kan op een drijvende woning net de reden zijn dat de balans verstoord raakt.

Waar het misgaat

De meeste problemen die wij zien of horen bij lessenaarsdaken op drijvende woningen ontstaan niet bij de plaat zelf, maar bij de randen en de aansluitingen die net iets te star of net iets te zwaar zijn uitgevoerd. Een schoorsteendoorvoer die aan de hoge rand van het dak staat en met een stijve kraag is vastgezet, komt na een paar seizoenen los omdat het casco daaromheen wel degelijk beweegt, al is het maar een paar millimeter per jaar. Een dakgoot die aan de lage rand is toegevoegd zonder rekening te houden met het gewicht boven de waterlijn, kan ervoor zorgen dat de woning aan die kant net iets dieper in het water komt te liggen dan bedoeld, wat op zichzelf geen ramp is maar wel een signaal dat het ontwerp niet goed doorgerekend is.

Een andere valkuil is het idee dat een lessenaarsdak, omdat het maar één vlak is, ook het eenvoudigste dak is om te berekenen. Dat klopt voor de plaatindeling, maar niet voor de randdetails. Juist omdat er geen nok is die spanning kan verdelen over twee vlakken, komt alle beweging van het casco terecht op twee randen: de hoge en de lage. Wie dat onderschat en de aansluitingen behandelt als op een vast gebouw, loopt het risico dat het dak er op de oplevering goed uitziet en na verloop van tijd toch gaat lekken op precies die twee plekken.

Wat u kunt doen

Als u een lessenaarsdak op een drijvende woning laat voorzien van felsplaten, is het verstandig om vooraf twee dingen op tafel te leggen: de bewegingsruimte die het casco heeft, en het toelaatbare gewicht aan de lage rand boven de waterlijn. Wij denken daar op tekening in mee, zonder kosten, en werken de baanindeling en de randdetails uit op maat van uw drijflichaam. Neemt u contact met ons op met de tekening van het dak en de gegevens van de bouwer van het casco, dan kijken wij samen met u waar de aandacht naar toe moet.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink