Klikzink

Felsplaten op een mansardedak van een paardenstal

Een mansardedak bestaat uit twee hellingen boven elkaar: een steil onderste vlak en een flauwer bovenvlak, met daartussen een knik. Voor een schuur of woonhuis is die knik vooral een vormkwestie. Bij een paardenstal is het meer dan dat. Onder dat dak staat een ruimte waar vocht, ammoniak uit de mest en fijn stof van hooi en stro voortdurend omhoog komen. Het dak moet dat kunnen verwerken zonder dat het gaat druppen op de plek waar het niet mag, en zonder dat de knik zelf een verzamelplaats van vuil en vocht wordt. Dat is de vraag die dit dak eigen maakt: niet of felsplaten passen op een mansardevorm, maar hoe u de knik en de randen zo uitvoert dat het klimaat in de stal er niet onder lijdt.

Baanindeling: twee vlakken, twee beslissingen

Bij een mansardedak legt u in feite twee daken boven elkaar, en voor beide moet u apart de baanrichting en de baanlengte bepalen. Het onderste, steile vlak is meestal het kortste stuk en leent zich goed voor doorlopende banen van dakvoet tot de knik, zonder overlap in het vlak. Het bovenste, vlakkere deel is vaak langer en breder, en daar telt de keuze voor de breedte van de baan net zo zwaar als bij een gewoon zadeldak: te veel banen naast elkaar betekent te veel felsnaden, en elke naad is een plek waar water, maar ook stof en ammoniakdamp, een aanknopingspunt kunnen vinden als de uitvoering niet klopt. Omdat felsplaten op maat gewalst worden, van 450 tot 8000 millimeter, kunt u voor elk vlak de breedte laten bepalen door de werkelijke lengte van de helling, in plaats van een standaardmaat te forceren die niet past bij de knik. In de praktijk werkt dat het beste als u eerst de mansardevorm exact inmeet, met de plek van de knik op elk punt van het dak, en dat vervolgens naar Klikzink stuurt. Wij denken daar op tekening in mee, zonder dat dit iets kost, en dat scheelt achteraf gepuzzel op de bouwplaats.

De knik is het detail waar het op aankomt

De plek waar de twee hellingen samenkomen is geen rechte lijn die u zomaar overbrugt met een overlappende plaat. Er ontstaat daar een knik in het vlak, en de plaat moet daar een bewuste aansluiting krijgen: een aparte overgangslijst of een geknikte plaat, afhankelijk van de hoek tussen de twee vlakken. Bij vorst is dat detail extra belangrijk, want de platen zijn koud vouwbaar tot -15 graden en dat biedt ruimte om ook in de winter nog aanpassingen te maken, maar de knik zelf moet al bij de fabricage goed doordacht zijn. Een knik die niet goed aansluit, is een plek waar vocht van binnenuit kan blijven hangen: condens die vanuit de stal omhoog komt, slaat bij die overgang makkelijker neer omdat de luchtstroming daar onderbroken wordt. Boven een kantoor is dat een onderhoudsprobleem. Boven een paardenstal is het een gezondheidsvraag, want vocht dat blijft hangen in de knik trekt schimmel aan, en de lucht die de paarden inademen wordt er niet beter op. Dat is de reden waarom wij bij mansardedaken op stallen altijd vragen om de knik als apart detail te laten uittekenen, niet als bijzaak bij de rest van de plaatindeling.

De randen: daar waar de stallucht het dak verlaat

Naast de knik zijn de randen van het dak, de dakvoet, de nok en de aansluitingen bij eventuele dakramen of ventilatiekokers, de plekken waar het meestal misgaat. Bij een paardenstal is ventilatie vaak niet alleen aan de gevel geregeld, maar ook via de nok of via openingen hoog in het dakvlak, juist omdat warme, vervuilde lucht van nature omhoog trekt. Elke opening in het dakvlak is een onderbreking van de felsnaden, en die onderbreking moet met dezelfde zorg worden ingepast als de knik zelf. Een aannemer die gewend is aan een gewoon zadeldak, ziet die extra randen op een mansardedak soms als een kleine complicatie die er wel bij komt. Bij een stal is dat een verkeerde inschatting: als de rand rond een ventilatieopening niet goed aansluit, lekt daar niet alleen regenwater naar binnen, maar ontstaat er ook een omgekeerde stroom, waarbij vochtige, ammoniakhoudende lucht via kleine kieren in de felsconstructie blijft hangen in plaats van goed af te voeren. De klemmen waarmee de platen blind bevestigd worden, onder de fels, zonder zichtbare schroeven, zijn juist bedoeld om dat soort kieren te voorkomen, maar dat werkt alleen als de randafwerking rond elke opening met evenveel precisie is uitgevoerd als het gladde vlak ertussen.

Waar de mansardevorm juist niet de aangewezen keuze is

Een mansardedak wordt vaak gekozen om een stal meer inhoud of een fraaiere gevelaanzicht te geven, maar bij een bestaande stal met een lage nokhoogte kan het invoegen van een knik in een dakvlak dat eigenlijk simpel had kunnen blijven, meer risico opleveren dan het oplevert aan uiterlijk. Hoe meer knikken en hoekverdraaiingen er in het felswerk komen, hoe meer plekken er zijn waar de plaat op maat gezaagd of gevouwen moet worden, en hoe groter de kans dat een detail net niet aansluit op de luchtstroming die de stal nodig heeft. Als de voornaamste wens is om extra stalinhoud te winnen zonder dat er esthetische reden is voor de mansardevorm, is een simpel zadeldak met een goed doordachte nokventilatie voor het onderliggende klimaat vaak een logischer uitgangspunt. Wij zeggen dat liever vooraf dan dat we achteraf een lek in de knik moeten helpen verklaren.

Wat u nu kunt doen

Als u een mansardedak op een paardenstal wilt voorzien van felsplaten, is de kern van de zaak: laat de knik als een eigen detail uitwerken, samen met de randen waar de staluitworp of ventilatie het dakvlak doorbreekt, en niet als sluitstuk van de rest van de plaatindeling. Stuur ons de maten van beide hellingen en de plek van eventuele openingen, dan denken we op tekening mee over de baanindeling en het overgangsdetail bij de knik, zonder dat dit u iets kost. Zo weet u voordat de eerste plaat gewalst wordt, of de vorm van dit dak past bij wat er onder in de stal moet gebeuren.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink