Klikzink

Felsplaten op mansardedak van een drijvende woning

Een mansardedak bestaat uit twee hellingen per dakzijde: een steil onderste vlak en een flauwer bovenvlak, met daartussen een duidelijke knik. Op een gewoon huis is die knik een architectonisch detail. Op een drijvende woning is het een technisch probleem dat u moet oplossen voordat u aan de rest van het dak begint, want de knik ligt op een gebouw dat niet stilstaat.

Waar de knik om vraagt

Bij een zadeldak loopt de plaat gewoon door van goot naar nok. Bij een mansardedak kan dat niet. Op de knik tussen het steile onderste vlak en het flauwere bovenvlak verandert de hellingshoek, en dat betekent dat de platen van het onderste vlak daar eindigen en de platen van het bovenvlak daar beginnen. U krijgt dus een horizontale aansluiting dwars op de felsrichting, ter hoogte van de knik, over de volle breedte van het dak.

Die aansluiting is het punt waar de meeste mansardedaken lekken, ook op een gewoon huis. Water dat over het steile vlak naar beneden stroomt, moet bij de knik worden opgevangen en verder afgevoerd over het flauwere vlak, zonder dat het onder de platen van dat vlak kan kruipen. Dat vraagt een overlap die ruim genoeg is en die niet afhankelijk is van kit of purschuim. Bij felsplaten lossen we dat op met een messing- en groefdetail waarbij de bovenste rand van het onderste vlak over de bovenkant van het bovenvlak valt, vergelijkbaar met een dakpan die over de volgende rij ligt, maar dan in metaal en met een fels die het geheel vastklemt. Op een vast gebouw is dat een kwestie van de juiste maatvoering. Op een drijvende woning komt er een tweede eis bij: het detail moet meebewegen zonder dat de overlap opent.

Het gewicht van de knik

De knik in een mansardedak ligt vaak op ongeveer een derde tot de helft van de dakhoogte, dus relatief laag op het gebouw. Op een woning op een fundering maakt die positie weinig uit. Op een drijvende woning wel: gewicht boven de waterlijn telt dubbel, omdat het de ligging en het kantelgedrag van de woning beïnvloedt. Een mansardedak heeft door zijn vorm al meer oppervlak dan een zadeldak op dezelfde plattegrond, en de knikdetails met hun dubbele plaatlaag voegen daar plaatselijk nog gewicht aan toe. Bij een plaat van ongeveer 5 kg per vierkante meter is dat op zichzelf niet veel, maar op een drijflichaam met een beperkte draagkracht telt elke kilo mee, en een mansardedak stapelt die kilo's op meer plekken dan een eenvoudiger dakvorm. Wij rekenen dat niet voor u door, dat doet de constructeur van het drijflichaam, maar wij houden er bij de plaatindeling rekening mee door de knikdetails zo licht mogelijk uit te voeren, zonder overtollige onderconstructie.

De baanindeling volgt de knik

Op een zadeldak kiest u de baanbreedte vooral op zicht en op de plaats van de nok. Op een mansardedak ligt de indeling vast zodra de knik vastligt, want de platen van het onderste vlak moeten precies op de knik eindigen, niet erboven en niet erover heen geknikt. Felsplaten worden op maat gewalst, van 450 tot 8000 mm op de millimeter, en dat is bij een mansardedak geen overbodige luxe maar de manier om te voorkomen dat u op de knik met een lapmiddel komt te zitten. Wij werken de platen voor het onderste vlak dus uit op de exacte afstand tussen goot en knik, en de platen voor het bovenvlak op de afstand tussen knik en nok, met de overlap die het knikdetail vraagt daarbovenop.

De verticale felslijnen van het onderste en het bovenste vlak hoeven niet in elkaars verlengde te liggen. Bij een strak ontwerp zet men ze wel op één lijn, maar dat is een keuze van de architect, geen technische noodzaak. Voor de dichtheid van het dak maakt het niet uit; voor het aanzicht wel.

De randen die met het gebouw meebewegen

Een mansardedak heeft meer randen dan een zadeldak: de goot onderaan, de knik in het midden, de nok boven, en bij een dak met wolfseinden ook nog de schuine randen aan de zijkanten. Elke rand is een aansluiting, en elke aansluiting op een drijvende woning moet een beweging kunnen opnemen die een vergelijkbare rand op een vast huis niet kent. Een woning op het water zet en daalt met golfslag en met veranderende belasting, en werkt daarnaast op temperatuur net als elk gebouw. Een randdetail dat op een vaste fundering star mag zijn, werkt op een drijvende woning tegen de beweging van het geheel in.

Bij de gootrand lossen we dat op met een verbinding die de plaat vasthoudt maar niet volledig fixeert, zodat de plaat kan meebewegen met de ondergrond zonder dat de rand openscheurt. Bij de knik geldt hetzelfde: het overlapdetail moet iets kunnen schuiven zonder dat de aansluiting lek wordt. Felsplaten zijn koud vouwbaar en zetten ongeveer half zoveel uit als zink, wat helpt, maar dat lost het probleem van de bewegende ondergrond niet vanzelf op. De klemmen waarmee de platen blind onder de fels worden bevestigd, geven daarin al enige speling, en die speling is op een drijvende woning geen bijkomstigheid maar een deel van de reden waarom we voor dit systeem kiezen.

Waar dit misgaat

De fout die we het meest tegenkomen is dat het knikdetail wordt aangepakt als een esthetische kwestie: een sierlijst of een extra plooi om de knik netjes te laten aansluiten, zonder dat er goed is nagedacht over de waterafvoer erachter. Op een vast huis merkt u dat na een paar jaar aan een vochtplek op de knieschot binnen. Op een drijvende woning speelt er iets extra: de constructie onder het dak is vaak lichter uitgevoerd dan bij een woning op een fundering, en vocht dat zich daar ophoopt, wordt minder snel opgemerkt omdat er geen kruipruimte is om te controleren.

De tweede fout is de knikdetails star vastzetten, bijvoorbeeld met een doorlopende metalen kraal die aan beide vlakken tegelijk is vastgeschroefd. Dat ziet er bij de oplevering solide uit, maar op een woning die met het water meebeweegt, is die starheid precies het probleem. Na verloop van tijd ontstaat er scheurvorming op de plek waar de twee vlakken elkaar niet meer soepel kunnen volgen.

De derde fout is het gewicht van de knikdetails onderschatten bij de opgave aan de bouwer van het drijflichaam. Een dubbele plaatlaag op de knik, een verstevigde regel eronder en misschien een goot die op die plek ook nog moet worden opgevangen: dat telt op, en het telt op precies op de plek waar het effect op de balans het grootst is, want een mansardedak ligt met zijn knik relatief laag en dus relatief zwaar ten opzichte van het drijflichaam.

Wanneer u beter een andere vorm kiest

Een mansardedak op een drijvende woning is niet de eenvoudigste keuze, en dat mag gezegd worden. Het aantal randen en het gewicht dat daarbij ontstaat, wegen zwaarder mee dan op een vaste fundering. Als de reden voor de mansardevorm vooral esthetisch is en er geen ruimtewinst onder de kap nodig is, is een zadeldak met dezelfde felsplaten eenvoudiger uit te voeren, met minder details die kunnen gaan werken. Is de vorm bepaald door het ontwerp van de woning of door de gewenste kamerhoogte op de bovenverdieping, dan is een mansardedak met felsplaten wel te maken, maar dan is het verstandig om de knikdetails samen met de constructeur van het drijflichaam te bekijken voordat de platen worden bepaald.

Wilt u de plaatindeling voor een mansardedak op een drijvende woning laten uitwerken, dan kijken we op basis van een tekening mee naar de knikdetails en de baanverdeling. Dat meedenken kost niets.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink