Klikzink

Felsplaten op een mansardedak van een aanbouw

Een mansardedak op een aanbouw heeft twee hellingen in één vlak: een steil onderstuk dat bijna verticaal oogt en een flauwer bovenstuk dat naar de nok of naar de gevel van het hoofdgebouw toe loopt. Die knik zit er niet voor de sier. Hij is vaak gekozen om binnen meer stahoogte te krijgen zonder dat de aanbouw van buiten log wordt, of om aan een welstandseis te voldoen die een steil dakvlak aan de straatzijde vraagt. Voor de felsplaten betekent die knik dat er op één dakvlak twee verschillende hellingen zijn, met een lijn ertussen die waterdicht moet blijven en er ook nog verzorgd uit moet zien.

Baanindeling over de knik

De platen lopen het liefst in één stuk van de nok of de gevel van het hoofdgebouw tot aan de goot, zonder onderbreking. Bij een mansardedak kan dat niet altijd. Loopt de aanbouw diep genoeg door dat de totale lengte over beide hellingen de acht meter nadert, dan werken we met een naad op de knik zelf, waar hij het minst opvalt en waar het water toch al van richting verandert. Die naad leggen we haaks op de fels, met voldoende overlap en een eigen fels- of overlapdetail dat los staat van de knik in het bouwkundig vlak. Belangrijker dan de lengte is de richting van de banen: ze lopen altijd van nok naar goot, nooit horizontaal over de knik heen. Een aannemer die platen op maat bestelt voor zo'n dak doet er goed aan de knik precies op te meten voordat de plaatlengtes worden vastgelegd, want een paar centimeter verschil tussen de linker- en de rechterkant van de aanbouw is bij een mansardedak eerder regel dan uitzondering.

Op de knik zelf, waar het steile en het flauwe vlak samenkomen, staat de plaat onder een andere hoek dan de klemmen waarmee hij aan de ondergrond hangt. Dat detail werken we uit met een aparte knikprofiel of met de fels die net over de knik doorbuigt, afhankelijk van hoe scherp de hoek is. Bij een hoek die weinig afwijkt van een gewone knik in een zadeldak volstaat een doorlopende plaat met een lichte bocht; bij een uitgesproken mansarde, waar het onderstuk bijna een gevel is, is een echt knikdetail met een eigen afwatering nodig. Dat detail bepaalt mee hoe de plaat wordt aangeleverd: soms in twee delen die ter plekke op de knik worden verbonden, soms als één doorlopende baan die in de fabriek al de juiste bocht heeft.

De randen van dit dakvlak

Een mansardedak op een aanbouw heeft meestal vier randen die aandacht vragen: de goot onderaan het steile vlak, de nok of aansluiting boven aan het flauwe vlak, en de twee zijkanten waar het dakvlak overgaat in de gevel van de aanbouw zelf of in een schuin dakschild. Bij de goot is er weinig bijzonders aan de hand, dat detail werkt hetzelfde als bij een gewoon hellend dak. De nok, waar het flauwe bovenstuk vaak tegen het hoofdgebouw aan loopt, is een ander verhaal, en daar komen we straks op terug.

De zijkanten van het steile onderstuk verdienen op een mansardedak meer aandacht dan op een enkelvoudig hellend dak, omdat de hoek hier vaak scherper is en de plaat dus dichter tegen de windveer of de kilgoot aan komt te liggen. Bij een steil onderstuk van, zeg, zeventig graden werkt een gewone windveer soms niet meer prettig, en kiezen we voor een opgezette rand die meer op een gevelafwerking lijkt dan op een dakrand. Dat is geen probleem zolang het van tevoren is bedacht; het wordt een probleem als de plaat al is bestemd voor een standaard dakranddetail en de uitvoerder er op de bouwplaats achter komt dat de hoek te steil is voor dat profiel.

De aansluiting op de bestaande gevel is het echte risico

Het dakvlak van een mansarde-aanbouw is, hoe ingewikkeld de knik er ook uitziet, in de praktijk minder vaak de bron van een lek dan de plek waar het dak tegen de bestaande gevel van het hoofdgebouw aan loopt. Dat komt door een paar dingen die bij een aanbouw altijd samenkomen. De bestaande gevel is metselwerk, stucwerk of een ander gevelmateriaal dat niet is ontworpen om een dakaansluiting op te vangen. De aanbouw is vaak jaren na het hoofdgebouw gebouwd, en de gevel daar is niet altijd even vlak of even droog als hij ooit was. En bij een mansardedak ligt het bovenste, flauwe vlak vaak dicht tegen die gevel aan, met weinig ruimte om een royale opkant te maken.

We zien in de praktijk dat de inwatering hier meestal ontstaat op een van twee manieren. De eerste is een te lage opstand: de felsplaat wordt tegen de gevel opgezet, maar de opstand is te laag om bij slagregen of bij sneeuwval droog te blijven, zeker als de gevel zelf niet helemaal vlak is en er dus plaatselijk minder overlap ontstaat dan bedoeld. De tweede is een inwatering onder een verkeerd aangebrachte gevelbekleding of loodslabbe: het dak is op zichzelf droog, maar het aansluitprofiel is onder de gevelbekleding gestopt in plaats van erin verwerkt, waardoor water dat langs de gevel naar beneden loopt achter de plaat terechtkomt in plaats van erop.

Bij nieuwbouw van de aanbouw is dit detail relatief eenvoudig op te lossen, omdat de gevel en het dak in één ontwerp worden meegenomen en er ruimte is om een goede opstand en een doorgezette waterkering te maken. Bij een aanbouw die tegen een oudere gevel wordt gebouwd, is dat lastiger. Dan is het zaak om vooraf te bepalen hoe diep het aansluitprofiel in de bestaande gevel kan worden ingewerkt, of dat een sponning moet worden uitgehakt, en hoe de overgang tussen het steile vlak van de mansarde en de gevel wordt afgewerkt zodat er geen knik in de waterkering zelf ontstaat naast de knik in het dakvlak.

Waar deze oplossing niet past

Een mansardedak met felsplaten werkt goed zolang de knik en de aansluiting op de gevel vooraf zijn opgemeten en uitgetekend. Het wordt lastiger wanneer de bestaande gevel van het hoofdgebouw zelf al vochtproblemen heeft, of wanneer de aanbouw zo dicht tegen een erfgrens staat dat er geen ruimte is om het aansluitdetail netjes op te bouwen. In dat geval is het probleem niet het dakmateriaal, maar de bouwkundige situatie eronder, en die moet eerst worden opgelost voordat een nieuw dak zin heeft. Ook bij een heel ondiepe aanbouw, waar het steile onderstuk van de mansarde nauwelijks ruimte krijgt, is de knik soms zo scherp dat een eenvoudiger dakvorm meer voor de hand ligt.

Wilt u weten hoe de knik en de gevelaansluiting op uw eigen aanbouw uitpakken, stuur ons een tekening of een paar foto's van de bestaande situatie. We kijken op maat mee naar de baanindeling en het aansluitdetail, dat kost niets.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink