Klikzink

Felsplaten aanbouw: welke dakhelling is nodig

Klikfelsplaten zijn geschikt vanaf een dakhelling van zes graden. Dat getal staat vast en geldt voor elk dak, of het nu om een nieuwbouwwoning gaat, een schuur of een aanbouw. Bij een aanbouw of uitbouw is die ondergrens zelden het echte probleem. De hellingshoek van het platte of bijna platte dak is meestal al bepaald door de ruimte die er is: hoe hoog mag het worden, waar zit de bovendorpel van de openslaande deuren, en hoeveel valt er af te wateren richting de regenpijp. In de praktijk zien wij vaker dat de aansluiting op de bestaande gevel van het hoofdgebouw de bottleneck is, niet de helling van het nieuwe dakvlak zelf.

Waarom de dakhelling bij een aanbouw meestal al vastligt

Een aanbouw wordt gebouwd tegen een bestaand huis aan. De hoogte van de nieuwe achtergevel, de positie van bestaande ramen op de verdieping erboven en de kozijnhoogte van de aanbouw zelf bepalen samen hoeveel ruimte er overblijft voor het dak. Bij een uitbouw van drie tot vier meter diep is dat vaak een verval van een paar centimeter over de hele lengte: net genoeg om water te laten lopen, maar geen dakhelling waarbij u aan dakpannen denkt. Zes graden felsplaten past daar goed bij, en de plaat zelf stelt geen andere eis dan die ondergrens. Een aannemer die voor een uitbouw een dakhelling van acht of tien graden aanhoudt, doet dat meestal omdat de bouwtekening dat toelaat, niet omdat de plaat het nodig heeft.

Waar het risico werkelijk zit: de gevelaansluiting

Het lastige onderdeel van een aanbouwdak is niet het vlakke deel in het midden, maar de rand waar het nieuwe dak de bestaande gevel raakt. Die gevel is vaak van metselwerk, soms van een ander materiaal dan de rest van de constructie, en bijna altijd ouder dan de aanbouw zelf. Hier moet het dakvlak waterdicht worden aangesloten op een verticaal vlak dat u niet zelf gebouwd heeft en waarvan de staat van de voeg, de spouw en eventuele scheuren niet altijd bekend is voordat het dak eraf gaat. Bij een vrijstaand dak, zoals op een schuur of een nieuwbouwwoning, ontbreekt dat probleem: daar loopt het felsprofiel gewoon door tot de dakrand en is er geen bestaand oppervlak waarmee rekening gehouden moet worden.

Bij een aanbouw wordt de aansluiting meestal gemaakt met een opgezette rand die onder de gevelbekleding of in een uitgehakte voeg wordt ingewerkt. Die inwerking moet voldoende hoog zijn om ook bij een fikse regenbui met wind geen water door te laten, en dat is precies waar de dakhelling wél meespeelt, maar dan indirect. Bij een heel vlak dak van zes tot acht graden staat er bij slagregen langer water tegen die opstand dan bij een dak van vijftien graden. De plaat zelf heeft daar geen moeite mee, maar de aansluiting moet er dan wel op berekend zijn: hoger optrekken, een net iets grotere overlap, of een andere plek kiezen om het water op te vangen. Wij denken daar op tekening in mee, en dat kost niets, juist omdat deze aansluiting per situatie verschilt en niet in een vast trucje te vangen is.

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel: een uitbouw van vier meter diep aan de achterkant van een jaren-dertig huis, met een bestaande achtergevel van baksteen die niet helemaal verticaal en niet overal even glad is. De aannemer wil een dakhelling van zeven graden aanhouden om onder de bovenlichten te blijven. Bij de felsplaten zelf is dat geen probleem: dat kan. Maar de opstand tegen de oude gevel moet wel voldoende hoog worden ingewerkt, en de voeg waarin die opstand komt, moet schoon en droog genoeg zijn om de aansluiting waterdicht te maken. Als die voeg slecht is, of als de gevel op die plek verzakt is ten opzichte van de rest van het huis, dan is dat een probleem dat u vóór de plaatsing moet oplossen, niet iets wat de dakbedekking zelf kan compenseren. Dat is het verschil met een schuur op een vrij veld: daar bouwt u de dakrand zelf, met de maten die u wilt, zonder een bestaande gevel die al vastligt.

Wanneer felsplaten bij een aanbouw juist niet de aangewezen keuze zijn

Er zijn situaties waarin wij tegen felsplaten adviseren, ook bij een aanbouw. Als de dakhelling nog lager is dan zes graden, en dat komt bij zeer platte uitbouwen soms voor omdat de kozijnhoogte weinig ruimte laat, dan is de plaat niet meer geschikt en moet u naar een andere dakbedekking kijken die met een vlakker afschot overweg kan. Ook als de aansluiting op de bestaande gevel constructief onzeker is, bijvoorbeeld bij een oudere spouwmuur waarvan niet duidelijk is hoe die is opgebouwd, is het verstandiger om eerst die aansluiting goed te laten beoordelen voordat er een dakbedekking op ligt. En bij een heel klein dakvlak, zeg een uitbouw van anderhalve meter diep, is de winst van een fels als materiaal beperkt: dan spelen de kosten van maatwerk en de arbeid van het felsen een grotere rol dan bij een groter dakvlak, en kan een eenvoudiger systeem soms praktischer zijn.

Wat u kunt nagaan voordat u belt

Als u een aanbouw of uitbouw plant of laat bouwen, is het nuttig om twee dingen alvast te weten: de beschikbare hoogte tussen de gevel en de onderkant van eventuele bovenlichten of ramen, en de staat van de bestaande gevel op de plek waar het nieuwe dak moet aansluiten. Met die twee gegevens kunnen wij, of de aannemer die de tekening bij ons aanlevert, direct zien of zes graden haalbaar is en hoe de aansluiting het beste wordt uitgevoerd. Onze platen leveren wij op maat, tot op de millimeter, dus de exacte lengte van het dakvlak is nooit de beperkende factor. De beperkende factor is en blijft de plek waar nieuw en bestaand werk samenkomen, en die beoordelen wij het liefst aan de hand van een tekening of een foto van de bestaande gevel, voordat er iets besteld wordt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink