Klikzink

Dakhelling voor felsplaten op een jachthavengebouw

Bij een jachthavengebouw krijgen we regelmatig de vraag of een bijna vlak dak nog wel met felsplaten kan. Het antwoord is meestal ja, maar de vraag die daarna komt is belangrijker: wat doet de locatie met het materiaal. Een jachthaven staat namelijk niet op zichzelf als bouwlocatie. Het ligt aan open water, vaak zonder veel beschutting, en dat verandert de eisen aan dak en coating meer dan de hellingshoek zelf.

Waar de ondergrens vandaan komt

Felsplaten zijn met de fels en de blinde bevestiging geschikt vanaf een helling van zes graden. Die grens ligt niet willekeurig vast. Onder die hoek blijft regenwater te lang op het dakvlak staan, en bij weinig afschot duwt opstuwende wind bij storm water juist tegen de looprichting in onder de naad. Bij zes graden en meer werkt de langsnaad als een dakgoot die het water snel genoeg afvoert, ook als de wind er van opzij tegenaan blaast.

Bij een jachthavengebouw is die windcomponent geen theoretisch punt. Een botenloods of havenkantoor aan open water krijgt windstoten uit een richting die bij een gebouw middenin een woonwijk nooit voorkomt: onbelemmerd over het water, zonder bomen of bebouwing die de vaart eraf halen. Wij adviseren daarom bij zulke locaties niet de kale ondergrens van zes graden aan te houden, maar er wat marge bovenop te nemen als de vorm van het gebouw dat toelaat. Bij een nieuw ontwerp is dat meestal een kwestie van de kapconstructie een paar graden anders tekenen, wat weinig kost en het risico op inwaaiend water bij storm verkleint.

Een voorbeeld uit de praktijk: bij een botenstalling die wij leverden lag het dak net over de zes graden, maar de lange gevelzijde stond direct in de hoofdwindrichting vanaf het water. In dat geval hebben we in overleg met de aannemer de overstekken iets laten vergroten en extra aandacht besteed aan de aansluiting bij de kop van het dak, juist omdat daar de meeste windbelasting samenkomt. De helling zelf voldeed, maar de detaillering rond die helling maakte het verschil.

Waarom de coating hier niet vrijblijvend is

De helling van het dak bepaalt of het water goed wegloopt. De coating bepaalt of het materiaal die zoute, vochtige lucht jarenlang verdraagt zonder dat de plaat en de coating gaan werken. Bij een jachthavengebouw is dat geen bijzaak. Zout in de lucht, afkomstig van open water en versterkt door aanhoudende wind, is agressiever voor metalen daken dan een gewone landlocatie. Onze felsplaten hebben een Sendzimir verzinkte kern met een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT. Die opbouw is niet toevallig gekozen voor kustlocaties en waterrijke gebieden: de verzinking beschermt het staal, de coating beschermt de verzinking, en samen vormen ze de barrière tegen het zoutgehalte in de lucht.

Wat dit concreet betekent voor de keuze: bij een jachthavengebouw raden we af om te besparen op de coating of over te stappen op een dunnere laag om kosten te drukken. Dat is een keuze die je pas over jaren terugziet, als de coating eerder dan verwacht begint te verkleuren of aan te tasten op de plekken waar wind en zout water samenkomen, meestal aan de windzijde van het dak en bij de gevelaansluitingen. Bij een gebouw verder van het water, zonder die zoutbelasting, is dat een minder kritisch punt. Hier wel.

Wanneer een lage helling juist niet de goede keuze is

Er zijn situaties waarin wij een klant afraden om voor de minimale helling te gaan, ook als die net binnen de norm van zes graden valt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een plat of bijna plat dak op een gebouw dat pal aan de waterkant staat, zonder enige beschutting van andere bebouwing of beplanting. Bij zo'n locatie kan opwaaiend water bij storm zich ophopen tegen de fels, vooral als de looprichting van de platen niet overeenkomt met de overheersende windrichting. In dat geval adviseren we liever een iets steilere kap, ook als dat een paar centimeter bouwhoogte kost, dan het risico te lopen dat de laagste toelaatbare helling in de praktijk toch tegenvalt.

Ook bij een bestaand gebouw met een vlak dak, waar de kapconstructie niet meer aangepast kan worden, kijken we eerst naar de blootstelling voordat we felsplaten aanraden. Staat het gebouw dicht tegen een havenkom met haventaluds en andere bebouwing ertussen, dan is de windbelasting vaak beheersbaarder dan bij een botenloods die vrij aan de waterkant staat. Wij bekijken dat het liefst op tekening of aan de hand van foto's van de locatie, voordat we een uitspraak doen over wat wel en niet verantwoord is bij die specifieke helling.

Een tweede situatie waarin de lage helling niet vanzelfsprekend de beste keuze is, is bij een gebouw met veel doorvoeren op het dak, zoals ventilatiekanalen van een werkplaats of stallingsruimte. Bij een steiler dak lopen die doorvoeren minder risico op waterophoping omdat het water sneller wegloopt. Bij een dak dat net op de ondergrens van zes graden zit, adviseren we dan vaak om de doorvoeren zo veel mogelijk te concentreren op de hoogste punten van het dakvlak, weg van de laagste hoek waar het water zich verzamelt voor het de goot bereikt.

Wat u nu kunt doen

De helling van zes graden is het uitgangspunt, maar bij een jachthavengebouw is die zelden het enige dat de doorslag geeft. De combinatie van windbelasting vanaf open water en het zoutgehalte in de lucht maakt dat we per locatie kijken naar de windrichting, de mate van beschutting en de detaillering rond de kop en de gevelaansluitingen. Heeft u een tekening of een foto van de bestaande of geplande situatie, dan bekijken wij die kosteloos en geven we aan of de voorgenomen helling en coating passen bij de blootstelling van uw locatie. Neem gerust contact op, dat meedenken op tekening kost niets.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink