Klikzink
Een jachthavengebouw ligt bijna altijd aan open water, en dat betekent twee dingen tegelijk: veel wind en veel geluid van regen op het dak, en een blijvende belasting van zoute lucht op de gevel en het dakvlak. Wie ons belt over felsplaten bij zo'n gebouw, vraagt eigenlijk twee dingen door elkaar: wordt het niet te lawaaiig binnen als het regent, en houdt de plaat het uit op deze plek. Dat zijn twee verschillende vragen met twee verschillende antwoorden, en die scheiding is precies waarom we deze pagina apart schrijven.
De eerste vraag, over geluid, wordt in de praktijk vrijwel nooit door de plaat zelf bepaald. Een stalen felsplaat van 0,55 mm is dun, en dun materiaal geeft geluid door als er niets onder zit dat het dempt of ontkoppelt. Datzelfde stuk plaat, gemonteerd op een geïsoleerde opbouw met een drukvaste isolatielaag en een goed uitgevoerde onderconstructie, klinkt bij regen wezenlijk anders dan die plaat direct op een lichte houten ondergrond zonder tussenlaag. Bij een botenloods met een enkele spantconstructie en verder niets eronder, hoort u elke regenbui. Bij een havenkantoor met een geïsoleerd dak, waar de isolatie ook akoestisch werkt, valt het geluid van regen meestal weg tegen het gewone stemgeluid binnen. Het verschil zit dus niet in de felsplaat die wij leveren, maar in wat de aannemer of architect eronder ontwerpt. Wij kunnen dat op tekening meedenken, maar de keuze voor de opbouw ligt bij het bouwteam, niet bij de plaatfabrikant.
Bij een gewone loods in een polder is geluid van regen vaak een kwestie van comfort, meer niet. Bij een jachthavengebouw komt er een praktische reden bovenop: veel van deze gebouwen hebben een kantoorfunctie, een winkel voor watersportbenodigdheden, een horecagedeelte of een ruimte waar cursussen worden gegeven, allemaal onder één dak met de stalling. Daar wordt gesproken, getelefoneerd, vergaderd, terwijl de wind over open water het dakvlak juist harder laat regenen dan een vergelijkbaar gebouw verder van het water af. Wind zonder obstakels drijft regen met meer kracht tegen het dakvlak, en dat vertaalt zich in meer geluid bij gelijke plaat en gelijke opbouw. Een jachthavenkantoor dat pal aan de waterkant staat, krijgt dus een zwaardere akoestische opgave dan een vergelijkbaar kantoor een paar honderd meter landinwaarts. Dat is een reden om bij nieuwbouw of renovatie van zo'n gebouw net iets zwaarder in te zetten op de opbouw onder de plaat dan u bij een vergelijkbaar gebouw elders zou doen, vooral op het deel van het dak boven ruimtes waar mensen werken of klanten ontvangen.
De tweede vraag, over de plaat zelf, gaat niet over geluid maar over houdbaarheid, en die vraag is bij een jachthavengebouw wel degelijk anders dan bij een gebouw verder van de kust of van open binnenwater. Zout in de lucht, gecombineerd met voortdurende wind, is agressiever voor coatings en verzinklagen dan een gewone landelijke of stedelijke omgeving. Onze platen zijn Sendzimir verzinkt met 275 gram zink per vierkante meter aan beide zijden, met daarover een organische coating van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT. Die coating is niet toevallig gekozen: hij is gemaakt om weersinvloeden goed te weerstaan, en dat is precies waar het bij een havengebouw op aankomt. Bij een gebouw in een rustige woonwijk is de coatingkeuze eigenlijk nooit een punt van discussie, elke matte kleur voldoet daar ruimschoots. Bij een gebouw aan open water, met zoute nevel die het hele jaar over de gevel en het dakvlak waait, is diezelfde keuze wel een punt om serieus te nemen. Wij leveren de plaat in drie matte kleuren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, en voor een jachthaven raden wij aan om vooraf met ons te overleggen welke uitvoering het beste past bij de precieze ligging: vlak aan het water, met volle windvang, is een andere situatie dan een havengebouw dat door een dijk of bebouwing wat beschut ligt.
De praktische conclusie is dat u bij een jachthavengebouw twee gesprekken tegelijk moet voeren, met de aannemer over de opbouw onder de plaat voor het geluid, en met ons over de coating en uitvoering voor de duurzaamheid van de plaat zelf. Een architect die alleen naar de plaat kijkt en de opbouw negeert, kan een prachtig gedetailleerde gevel neerzetten die desondanks bij elke regenbui hoorbaar is in het kantoor eronder. Een aannemer die alleen naar geluid kijkt en de zoute belasting negeert, kan een stille opbouw neerzetten met een plaat die niet is afgestemd op de omgeving waarin hij ligt. Beide zaken horen in het ontwerp meegenomen te worden, niet achteraf gecorrigeerd.
Als het gebouw vooral bestaat uit een open stallingsloods zonder verblijfsruimte, en niemand zich stoort aan het geluid van regen op het dak, dan is een zware akoestische opbouw voor het geluid alleen niet nodig, en is de gewone opbouw die u ook bij een vergelijkbare bedrijfsloods zou toepassen voldoende. Het heeft dan geen zin om te investeren in dempende lagen als er niemand onder staat die er last van heeft. Andersom geldt dat als een gebouw extreem dicht op het open water ligt, met voortdurende directe zoutnevel en weinig beschutting, het de moeite waard is om vooraf goed te kijken of de gekozen coating en detaillering daarop zijn afgestemd, en dat gesprek voert u het beste voordat de plaat besteld wordt, niet erna.
Heeft u een jachthavengebouw waarbij geluid van regen een rol speelt in een deel van het gebouw, dan is het verstandig om samen met uw aannemer of architect eerst te kijken naar de opbouw onder het dakvlak, en daarna met ons te overleggen over de juiste uitvoering van de plaat gezien de ligging aan het water. Stuur ons gerust een tekening of een omschrijving van de situatie: meedenken over de juiste opzet kost niets, en dan weet u vooraf waar u aan toe bent in plaats van na de eerste regenbui.