Klikzink

Felsplaten bedrijfsloods: welke dakhelling is nodig

Bij felsplaten wordt vaak een minimale dakhelling van zes graden genoemd, en dat getal klopt ook voor een bedrijfsloods. Onder die helling loopt water te traag af en kan er bij regen of sneeuwsmelt water blijven staan op de fels, met kans op lekkage op de langere termijn. Maar dat getal alleen zegt bij een loods niet het hele verhaal. Een bedrijfsloods heeft namelijk vaak dakvlakken van dertig, veertig of zelfs meer meters lang, zonder onderbreking door dakkapellen, schoorstenen of andere obstakels die je op een woonhuis wel tegenkomt. Die lengte is precies waar de dakhelling van een loods om een andere afweging vraagt dan bij een schuur of een woning.

Waarom lengte de helling beïnvloedt

Een felsplaat wordt in één baan van goot tot nok gelegd, zonder overlappende naden dwars op de looprichting. Dat is een van de sterke punten van het systeem: minder naden betekent minder kans op lekkage. Maar bij een lange baan speelt de uitzetting van staal een grotere rol. Staal zet minder uit dan zink, ongeveer de helft, maar bij een baanlengte van dertig meter is die kleinere uitzetting per meter toch een aantal centimeters over de hele lengte. Bij een vlakke of licht hellende loods, net boven de zes graden, staat de plaat vaak flauwer gemonteerd en heeft de bevestiging onder de klemmen minder ruimte om die bewegingsvrijheid soepel te verwerken. Bij een steilere helling, gecombineerd met een goede opbouw van de ondergrond, geeft de plaat de uitzetting makkelijker af doordat de looprichting en de bevestigingspunten anders belast worden. Dat is een van de redenen waarom wij bij lange dakvlakken altijd naar de combinatie van helling en baanlengte samen kijken, niet naar de helling alleen.

Waar de praktijk om vraagt bij een loods met een vlak dak

Een bedrijfsloods met een dakhelling van bijvoorbeeld zeven of acht graden, wat in de praktijk vaak voorkomt bij nieuwbouw of bij loodsen met een lichte zadelkap, valt technisch binnen de marge voor felsplaten. Maar bij zo'n geringe helling in combinatie met een baanlengte van dertig meter of meer, adviseren wij vaak om de plaatlengte op te delen of om extra aandacht te geven aan de bevestiging halverwege de baan, juist om de uitzetting te kunnen opvangen zonder dat de klemmen onder spanning komen. Bij een steiler dakvlak, van bijvoorbeeld vijftien graden of meer, is die marge ruimer en kan een lange baan vaak in één stuk gelegd worden zonder dat we extra voorzieningen nodig hebben. De helling van het dak bepaalt dus niet alleen of felsplaten geschikt zijn, maar ook hoe de plaat het beste ingedeeld en bevestigd wordt over die lengte.

Een voorbeeld uit de praktijk

Stel een loods van veertig meter lang, met een flauw hellend dak van rond de zeven graden, zoals je vaak ziet bij distributiecentra of agrarische bedrijfsgebouwen met een grote overspanning. Bij zo'n gebouw is de verleiding groot om de felsplaten in de volle lengte van goot tot nok te leggen, omdat dat esthetisch het rustigste beeld geeft en het aantal naden minimaliseert. Maar bij die combinatie van geringe helling en grote lengte adviseren wij vaak een tussenoplossing: de platen op maat laten walsen tot een lengte die goed te hanteren is voor montage en uitzetting, met een goot of overgang halverwege het dakvlak. Dat is precies waar onze eigen walsmachines hun waarde bewijzen: we kunnen op de millimeter leveren, afgestemd op de werkelijke lengte van het dakvlak en de gekozen helling, in plaats van te werken met standaardmaten die niet passen bij de situatie.

Bij een steiler dak, bijvoorbeeld een loods met een dakhelling van twintig graden zoals je vaker ziet bij traditioneel gebouwde bedrijfspanden met een zadeldak, is die afweging anders. Daar is de afwatering sneller, de belasting op de klemmen door uitzetting kleiner per strekkende meter, en kan een langere baan zonder aanvullende maatregelen. Twee loodsen met evenveel vierkante meters dakoppervlak kunnen dus, puur door het verschil in helling, een heel ander advies krijgen over de indeling van de platen.

Wanneer een andere aanpak logischer is

Bij een dakhelling die net op of onder de grens van zes graden ligt, in combinatie met een groot en ononderbroken dakvlak, is het soms verstandiger om niet vast te houden aan de langst mogelijke baan. Een dakvlak in twee of drie stukken verdelen, met een doorlopende goot of een subtiele overgang, kan de uitvoering betrouwbaarder maken dan koste wat kost één ononderbroken plaat te leggen. Dat is geen kwestie van het product dat tekortschiet, maar van de dakhelling die te weinig ruimte geeft om de voordelen van een lange, naadloze baan volledig te benutten. Bij zo'n twijfelgeval is het verstandiger om dat in een vroeg stadium te bespreken, bijvoorbeeld al op basis van een bouwtekening, dan om achteraf tijdens de montage tot de conclusie te komen dat de indeling niet optimaal is.

Ook geldt dat een dakhelling van precies zes graden op papier voldoet, maar dat de werkelijke afwatering afhangt van de nauwkeurigheid van de uitvoering. Bij een loods die na jaren van gebruik licht verzakt, of waarvan de dakconstructie niet helemaal vlak is aangelegd, kan een deel van het dakvlak feitelijk onder die grens uitkomen. Bij een marginale helling is dat een reëel punt om mee te nemen in het gesprek, zeker bij een bestaande constructie waarvan de exacte maatvoering niet meer helemaal zeker is.

Wat u nu kunt doen

De dakhelling van uw loods, de lengte van het dakvlak en de manier waarop de platen ingedeeld worden, hangen bij dit gebouwtype nauwer samen dan bij een kleiner gebouw. Wilt u weten hoe dat voor uw situatie uitpakt, dan kunt u de maten en de helling van uw dakvlak aan ons doorgeven, desnoods op basis van een eenvoudige tekening. Wij denken dan mee over de indeling van de platen, zonder dat dat u iets kost, en geven aan of uw dakhelling om een aanvullende maatregel vraagt of niet.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink