Klikzink
Wij krijgen deze vraag vaak van mensen die net een tekening op tafel hebben liggen en willen weten of hun dak wel geschikt is voor klikfels. Het antwoord begint met een getal: vanaf zes graden dakhelling is een felsdak in principe toepasbaar. Maar dat getal alleen zegt niet genoeg. Of zes graden in uw situatie ook echt werkt, hangt af van een paar dingen die met elkaar samenhangen. Die leggen we hier uit, zodat u weet waar u op moet letten voordat u een aannemer of ons belt.
Bij een felsdak wordt de waterdichtheid niet gemaakt door een laag bitumen of een membraan, maar door de vorm van de plaat zelf. De banen liggen naast elkaar met een opstaande fels van 35 millimeter, en die fels houdt water tegen dat over het dakvlak naar de goot stroomt. Hoe vlakker het dak, hoe langer het water erover doet om weg te lopen, en hoe meer kans er is dat het bij wind, sneeuwval of een dichtgeslibde overgang toch tegen die fels aan blijft staan. Zes graden is het punt waarop de afwatering, bij een normaal uitgevoerd dak, voldoende snel verloopt om dat risico klein te houden. Onder die helling wordt het vlak in de praktijk te vlak om met een gefelste naad droog te blijven: water dat te lang blijft staan, vindt uiteindelijk een weg naar binnen via kieren, schroefgaten of aansluitingen die daar niet op berekend zijn.
Dit is dus geen wettelijke norm die wij verzonnen hebben, maar een praktische grens die volgt uit hoe het systeem werkt. Bij een lagere helling zou u een ander soort dakbedekking moeten overwegen, bijvoorbeeld een dakbaan die wél bestand is tegen langdurig staand water, zoals bitumen of een kunststof folie met gelaste naden.
Zes graden is de ondergrens bij een op zichzelf staand, eenvoudig dakvlak zonder complicaties. In de praktijk is bijna geen dak zo simpel. De werkelijke ondergrens voor uw dak ligt vaak iets hoger, en dat hangt af van een aantal factoren.
De lengte van het dakvlak is de eerste. Hoe langer de afstand die het water over het dak moet afleggen voordat het de goot bereikt, hoe groter de kans dat het onderweg vertraagd wordt door vuil, bladeren of een oneffenheid in de ondergrond. Een dakvlak van drie meter lang bij zes graden helling geeft veel minder risico dan een dakvlak van vijftien meter bij dezelfde helling. Bij lange dakvlakken adviseren wij daarom vaak om net iets boven de minimale helling te gaan zitten, ook al is zes graden op papier voldoende.
De windbelasting is de tweede factor. Op een blootgesteld dak, bijvoorbeeld bij een vrijstaande loods in open landschap of een hoog gebouw zonder beschutting, kan wind regen tegen de looprichting van het water in drukken. Bij een minimale dakhelling is er weinig marge om dat effect op te vangen. Ook hier geldt: hoe blootgesteld de locatie, hoe minder verstandig het is om precies op de grens te ontwerpen.
De derde factor is de uitvoering van de aansluitingen. Een felsdak bestaat niet alleen uit vlakke banen; er zitten doorvoeren, hoeken, dakranden en aansluitingen op muren of andere bouwdelen in. Bij een steil dak lopen die details vaak soepeler, omdat het water sneller wegloopt en minder kans krijgt om bij een detail te blijven staan. Bij een vlak dak moet elke aansluiting zorgvuldiger worden uitgevoerd, juist omdat er minder vanzelf goed gaat. Dit is een van de redenen waarom wij bij platte of bijna platte daken altijd meekijken op tekening: niet om het project moeilijker te maken, maar omdat op zulke daken de details het verschil maken tussen een dak dat droog blijft en een dak dat na een paar jaar problemen geeft.
Als uw dak duidelijk boven de zes graden ligt, bijvoorbeeld bij een traditionele kap met een helling van dertig graden of meer, is de hellingshoek geen aandachtspunt meer en kunt u zich richten op andere keuzes: kleur, richting van de banen, en hoe de platen worden bevestigd. Ligt uw dak dichter bij de ondergrens, dan loont het om net iets kritischer te kijken naar de lengte van de dakvlakken en de blootstelling aan wind, zoals hierboven beschreven, voordat u verdergaat met de rest van het ontwerp.
Er is nog een praktisch punt dat vaak wordt onderschat: bij een lage helling is de kwaliteit van de ondergrond en de nauwkeurigheid van de montage belangrijker dan bij een steil dak. Een klein verschil in uitlijning van de banen, dat op een steil dak nauwelijks een rol speelt, kan op een vlak dak al genoeg zijn om ergens een laagte te creëren waar water blijft staan. Wij werken daarom met platen die op de millimeter op maat gewalst worden, juist om dat soort speling te voorkomen. Maar de zorgvuldigheid van de aannemer bij het waterpas leggen van de ondergrond en het strak monteren van de klemmen blijft minstens zo belangrijk.
De algemene regel van zes graden geldt voor elk type dak, maar wat die regel in de praktijk betekent, verschilt sterk per situatie. Bij nieuwbouw kunt u de dakconstructie nog aanpassen aan de gewenste helling; bij een bestaand dak dat u vervangt of waar u overheen bouwt, ligt de helling meestal al vast en moet u daarmee rekening houden in de rest van het ontwerp. Ook bij gevaltoepassingen, bij daken met zonnepanelen, of bij een dak dat na stormschade wordt herbouwd, spelen net andere overwegingen een rol dan de helling alleen. Voor die specifieke situaties hebben wij afzonderlijke pagina's waarin we daar dieper op ingaan.
Is uw dak vlakker dan zes graden, bijvoorbeeld een dak met een helling van twee of drie graden zoals bij sommige uitbouwen of bedrijfshallen met een minimale afwatering, dan raden wij een felsdak af. Niet omdat het systeem dan niet te monteren zou zijn, maar omdat de kans op lekkage bij langdurig staand water te groot wordt om te verantwoorden. In die situatie is een andere dakbedekking, met een dichte, gelaste of gekleefde huid in plaats van een gefelste naad, de logischere keuze. Twijfelt u of uw dak net wel of net niet boven de grens uitkomt, dan is het verstandig om de exacte helling op te meten of te laten opmeten voordat u verder plant, want een paar graden verschil kan hier de doorslag geven.
Meet of laat de exacte hellingshoek van uw dak meten, en houd daarbij niet alleen het gemiddelde in de gaten maar ook plekken waar het dakvlak lokaal vlakker kan zijn, bijvoorbeeld bij een knik of een aansluiting. Weet u de helling en zit die boven de zes graden, dan kunt u verder met de andere keuzes rond het dak. Ligt de helling ergens rond die grens, of heeft u een lang dakvlak of een blootgestelde locatie, dan denken wij graag met u mee op basis van uw tekening. Dat meedenken kost niets, en juist bij een dak dat net op de grens ligt, maakt die extra blik vaak het verschil.