Klikzink
Een mansardedak op een boerenschuur is in feite twee daken op elkaar: een steil onderste vlak en een flauwer bovenvlak, met een duidelijke knik waar ze samenkomen. Die knik is precies het punt waar de meeste discussie over ontstaat als we een offerte maken. Niet omdat het ingewikkeld is, maar omdat de knik een eigen detail vraagt dat niet vanzelf goed gaat als je de platen gewoon doorlegt.
Wij krijgen deze vraag vaak van aannemers die net een schuur met mansardekap hebben opgemeten en die willen weten of ze het dak in één doorlopende baan kunnen bekleden, of dat ze bij de knik moeten knippen. Het antwoord is: bij de knik knippen. De twee vlakken van een mansardedak hebben een andere helling en vaak ook een andere lengte, en een felsplaat die over de knik heen doorloopt, gaat daar spanning krijgen die je liever niet in het materiaal wilt. Bovendien is de knik het punt waar water van het bovenvlak versnelt en op het onderste vlak terechtkomt, en dat vraagt om een overgang die dat water netjes opvangt en afvoert.
Omdat een mansardedak twee vlakken heeft, richten we de baanindeling ook in als twee aparte dakvlakken die op elkaar aansluiten. Het bovenvlak, meestal het flauwste deel, leggen we met platen die passen bij de kaplengte van dat vlak. Het onderste, steilere vlak krijgt zijn eigen platen, met de fels in de looprichting van het water. Bij de knik zelf werken we met een overgangsprofiel dat het water van het bovenvlak opvangt en over de rand van het onderste vlak geleidt, zodat het niet onder de platen van het onderste vlak kan komen.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een schuur met een mansardekap van ruim twintig meter lang hadden we op het bovenvlak platen nodig van iets meer dan drie meter, en op het onderste vlak platen van ruim vier meter. Omdat felsplaten op maat worden gewalst, kon dat zonder problemen; de platen werden precies op de kaplengte van elk vlak gemaakt, zodat er geen overlap of naad nodig was binnen één vlak. Dat is meteen een van de voordelen van maatwerk bij een mansardedak: je hoeft de knik niet te compenseren met een lasnaad in het midden van een vlak, want de plaat is al zo lang als het vlak vraagt.
De knik in het dakvlak is het punt waar bijna alle schade aan een mansardedak ontstaat als het verkeerd is aangelegd. Het is een plek waar twee daken elkaar raken onder een hoek, en die hoek verandert de waterloop. Bij een te flauwe overgang blijft er water staan; bij een te abrupte overgang schiet het water met kracht tegen de bovenkant van het onderste vlak en zoekt het zijn weg onder de fels.
We lossen dit op met een aparte knikgoot of een overgangsprofiel dat los van beide dakvlakken wordt gemaakt en aan beide zijden onder de platen wordt geschoven, met voldoende overlap om ook bij harde regen en wind droog te blijven. Bij een boerenschuur die wij vorig jaar hebben bekleed, lag de knik op ongeveer twee derde van de hoogte van het dak, een gebruikelijke plek bij oudere mansardekappen. Het overgangsprofiel daar is breder gemaakt dan bij een gewone dakrand, juist omdat de waterstroom van het hele bovenvlak daar samenkomt voordat die verder naar de goot loopt.
Naast de knik heeft een mansardedak nog een paar randen die aandacht vragen. De onderste rand van het steile vlak sluit vaak vlak boven de gevel aan, soms met weinig overstek. Daar moet de druiprand goed worden gedetailleerd, anders loopt water langs de gevel naar binnen in plaats van in de goot. Bij hoekige schuren met een mansardekap op alle vier de zijden komen er ook hoekkepers bij, waar de platen van twee aangrenzende vlakken op elkaar aansluiten. Dat vraagt om nauwkeurig inmeten voordat de platen gewalst worden, want een kepernaad die niet strak aansluit, is een van de plekken waar we achteraf het vaakst worden teruggeroepen voor een lek.
Bij hellingen onder de zes graden, wat bij het bovenvlak van een mansardedak soms bijna voorkomt, is een felsplaat niet meer de juiste keuze. Dat is dan ook het eerste dat we controleren voordat we een tekening maken: hoe flauw is het bovenvlak precies, en zit dat nog boven de grens waarbij de fels het water kan verwerken.
Een boerenschuur met een mansardedak staat zelden leeg te wachten tot het dak klaar is. Vaak moet het dak eraf en erop tussen de oogst en het uitrijden van het vee door, met een paar weken waarin het gebouw niet gebruikt wordt en de rest van het jaar wel. Dat betekent dat de planning van het werk net zo belangrijk is als het detail bij de knik. Wij plannen daarom in overleg met de aannemer wanneer de platen worden geleverd, zodat het dak niet langer open ligt dan nodig, en zodat de platen op de rol staan te wachten in plaats van dat de schuur wacht op de platen.
Bij een schuur die wij vorig najaar hebben bekleed, moest het werk tussen het einde van de aardappeloogst en het begin van de winterstalling van het vee gebeuren, een periode van iets meer dan drie weken. Omdat de platen op maat gewalst en klaar voor montage werden geleverd, kon de aannemer meteen beginnen zonder op de bouwplaats nog te moeten passen en knippen. Dat scheelt tijd die er bij een werkgebouw simpelweg niet is.
Bij veel oudere boerenschuren met een mansardekap zit er nog asbesthoudende beplating onder de bovenlaag, vaak golfplaten die decennia geleden zijn aangebracht en die bij de knik en de randen nog moeilijker te verwijderen zijn dan op een recht dakvlak. De knik zelf maakt het verwijderen van asbest lastiger, omdat de saneerder daar met dezelfde hoek en dezelfde randdetails te maken heeft als wij later met de felsplaten. Wij leveren de platen niet voor de sanering, dat is het werk van een gecertificeerd saneringsbedrijf, maar we houden in de planning wel rekening met het feit dat de sanering eerst rond moet zijn voordat wij kunnen beginnen. Bij twijfel over asbest raden we altijd aan dat eerst te laten onderzoeken, ook als het er op het oog meevalt.
De meeste problemen die we op mansardedaken van boerenschuren tegenkomen, zitten niet in het platwerk zelf maar in de overgangen. Een knik die met een simpele overlap is opgelost in plaats van met een goot, gaat na een paar jaar lekken, vooral bij slagregen met wind. Een hoekkeper die op het dak zelf is bijgeknipt in plaats van vooraf op tekening te zijn ingemeten, sluit zelden helemaal strak aan. En een dakrand zonder voldoende overstek boven de gevel van een schuur zorgt voor vochtplekken in de gevel die pas na een jaar of twee zichtbaar worden.
Daarnaast zien we soms dat er bij de knik verkeerde platen worden gebruikt: platen die voor het rechte deel van een ander dak zijn besteld en die met kunst- en vliegwerk over de knik heen worden gelegd. Dat werkt op het moment van leggen, maar de spanning die daardoor in de plaat komt, zoekt na verloop van tijd een uitweg, meestal bij de felsnaad.
Als u een boerenschuur met een mansardedak heeft die aan vervanging toe is, is het verstandig om eerst uit te zoeken of er asbest onder de bestaande bedekking zit en, zo ja, wanneer de sanering kan plaatsvinden. Daarna kunt u ons de afmetingen van beide dakvlakken en de plek van de knik doorgeven, eventueel met een tekening of een paar foto's. Wij denken kosteloos mee over de baanindeling en de details bij de knik en de randen, en we walsen de platen op de millimeter zodat ze passen bij de planning van uw bedrijf.