Klikzink
Veel boerenschuren met een gebogen dak zijn niet met een rechte plaat gedekt, maar met een tongewelf of een gebogen boog die in één vloeiende lijn van de ene gootlijn naar de andere loopt. Dat oogt rustig en het regenwater heeft geen kans om ergens te blijven staan, maar het stelt wel een eis aan het materiaal die een recht zadeldak niet stelt: de baan moet de kromming volgen zonder te gaan golven, te knikken of los te trekken van de ondergrond. Bij klikfelsplaten kan dat, tot een bepaalde straal. Hoe strakker de boog, hoe eerder we tegen de grens van wat de plaat zonder plooien kan volgen aanlopen. Bij een ruime boog, zoals je bij veel oudere ligboxenstallen en kapschuren ziet, is dat meestal geen probleem. Bij een korte, hoge boog met een kleine straal moet er goed gerekend worden, en soms is het antwoord dat de plaat in meerdere segmenten met een lichte knik gelegd wordt in plaats van in één ononderbroken kromme lijn. Dat is een detail dat we liever vooraf op tekening uitzoeken dan achteraf op het dak.
Bij een recht zadeldak leggen we de baanlengte simpelweg gelijk aan de dakhelling van goot tot nok, en dat is het wel. Bij een gebogen dak ligt dat anders. De lengte van de baan over de boog is langer dan de rechte afstand tussen goot en nok, en die lengte verschilt ook nog per positie op het dakvlak als de boog niet overal even ver van de makelaar af begint. We meten daarom de boog zelf op, niet de projectie ervan, en bepalen per baan hoe die zich door de kromming heen gedraagt. Bij een boerenschuur met een asymmetrische boog, waarbij de ene dakhelft ronder is dan de andere, komt daar nog bij dat de platen aan beide zijden een net iets andere kromming krijgen. Dat vraagt om opmeten op de bouwplaats zelf in plaats van rekenen vanaf een oude bouwtekening, want juist bij schuren die al decennia meegaan is de kap door de jaren heen vaak een beetje scheefgezakt of doorgebogen. Wij leveren de platen op maat en op de millimeter, maar die maat moet wel van het echte dak komen, niet van het papier.
Aan de gootzijde van een gebogen dak loopt de plaat niet in een rechte hoek de goot in, maar in een oplopende curve. Het gootdetail moet die curve kunnen volgen zonder dat er een knik in de waterloop ontstaat, want een knik is precies de plek waar vuil en bladafval blijven liggen en waar het eerst een lek ontstaat. Bij de nok speelt iets vergelijkbaars: op een recht dak is de nok een simpele rechte lijn met een nokstuk erover, maar bij een tongewelf loopt de nok soms in een lichte welving mee met de vorm van de kap, en dan moet het nokstuk mee buigen of in kortere stukken gelegd worden die de kromming volgen. Aan de kopgevels, waar de boog het dakvlak ontmoet, ontstaat vaak een driehoekig stuk gevel dat met een aparte plaat of een aangepaste rand afgewerkt moet worden. Dat driehoekje wordt nog wel eens onderschat: het is geen standaard aansluiting, en als daar met een verkeerde overlap of een te korte flens gewerkt wordt, is dat een van de eerste plekken waar het misgaat.
Het meest voorkomende probleem is dat de plaat wordt gedwongen in een kromming die net te strak voor hem is. De plaat gaat dan niet mooi vloeiend mee, maar krijgt een golving in het midden of trekt bij de rand los van de ondergrondse regel. Dat zie je vaak pas na een paar jaar, als de spanning die tijdens de montage is opgebouwd zich langzaam ontlaadt. Het tweede probleem is de gootlijn die niet is meegetekend met de werkelijke boog, waardoor de laatste rij klemmen onder een hoek komt te liggen die niet is voorzien en de fels daar niet goed aansluit. Het derde probleem, en dat is bij boerenschuren misschien wel het meest typerende, is dat de bestaande houten of stalen gording onder de kap niet meer overal even recht en gelijk gebogen is. Jaren van vochtbelasting, een verzakte muur of een eerdere dakconstructie die niet helemaal recht is opgebouwd, zorgen voor kleine oneffenheden die bij een rechte plaat niet opvallen maar bij een gebogen plaat wel, omdat daar elke centimeter verschil in de kromming zichtbaar wordt in de manier waarop het licht over het dakvlak valt.
Bij een boerenschuur die nog volop in bedrijf is, ligt de moeilijkheid vaak niet bij het materiaal maar bij het moment. Het dak moet eraf en er weer op tussen de oogst en het aanvoeren van vee door, en dat venster is soms maar een paar weken breed. Een melkveehouder kan zijn koeien niet weken zonder droog dak laten staan, en een akkerbouwer wil zijn schuur niet openliggen hebben net als de oogst binnenkomt. Dat betekent dat de planning van de werkzaamheden vaak strakker is dan de technische kant van het karwei. Wij leveren de platen op maat aan, precies gesneden op de eerder opgemeten kromming, zodat er op de bouwplaats niet nog dagen gepast en op maat gemaakt moet worden. Dat scheelt tijd op het dak, en tijd is bij een werkgebouw in gebruik vaak de schaarse factor, niet het materiaal.
Boven veel oudere boerenschuren met een gebogen dak hangt nog een oude asbesthoudende beplating of onderdak, vaak van decennia terug toen dit soort golfplaten heel gewoon waren voor precies dit type gebouw. Dat verandert de volgorde en de aanpak van het werk aanzienlijk. De asbest moet eerst gecertificeerd verwijderd worden voordat er nieuwe platen op kunnen, en dat is een apart traject met eigen regels, een eigen planning en een eigen aannemer die daarvoor bevoegd is. Voor de gebogen vorm zelf maakt dat op zich niets uit, de kromming van het dak verandert niet door wat eronder verwijderd wordt, maar het betekent wel dat er een extra stap in het proces zit die eerst afgerond moet zijn voordat de nieuwe klikfelsplaten gelegd kunnen worden. Wie dat traject nog moet plannen, vindt op onze pagina over het verwijderen van asbest en het aanbrengen van nieuwe platen meer over die aanpak in het algemeen; hier gaat het vooral om wat de kromming van het dak daar extra bij vraagt, namelijk dat de tijdlijn tussen saneren en herdekken kort gehouden moet worden omdat een open gebogen dak nu eenmaal meer regenwater vangt dan een plat vlak, en dus sneller voor problemen in de stal of opslag onder het dak zorgt als het lang open blijft liggen.
Bij een zeer korte, scherpe boog, zoals soms bij oude hooibergen met een bijna halfronde kop, kan de gevraagde straal buiten wat de plaat zonder risico kan volgen vallen. In dat geval is het eerlijker om te zeggen dat een andere dekking, of een segmentindeling met zichtbare knikken, een beter uitgangspunt is dan een plaat die tegen zijn grens aan gebogen wordt. Ook als de onderliggende gording zo ver uit het lood of uit de curve is gezakt dat herstel daarvan niet in de planning past, is het verstandiger om dat eerst recht te trekken dan om de nieuwe plaat over een oneffen onderconstructie te leggen. De plaat kan veel, maar hij kan een verkeerd gefundeerde boog niet rechttrekken.
Heeft u een boerenschuur met een gebogen dak die aan vervanging toe is, dan helpt het om vooraf de straal van de boog en de staat van de onderliggende gording in beeld te brengen, en om na te gaan of er nog asbest in het dak zit dat eerst gesaneerd moet worden. Wij denken op basis van een tekening of een paar foto's van de kap kosteloos mee over wat wel en niet haalbaar is binnen de kromming die uw dak heeft, en over hoe de baanindeling en de planning zich verhouden tot de periode dat de schuur even zonder dak kan.