Klikzink
Een kapschuur met een gebogen dak, de tongewelfvorm die je vaak bij oudere landbouwschuren en bij overkappingen met een grote overspanning ziet, stelt andere eisen dan een schuur met een recht zadeldak. De kromming zelf is te overzien: onze felsplaten zijn koud vouwbaar en volgen een ronde vorm tot op een bepaalde straal. Bij een ruime, vloeiende welving lukt dat probleemloos. Wordt de boog krapper, dan gaat de plaat op een gegeven moment niet meer mee zonder te plooien of te knikken bij de fels. Voor elke schuur is dat een andere grens, afhankelijk van de straal, de plaatlengte en de richting waarin gelegd wordt. Bij twijfel kijken wij liever een keer mee op de tekening, dat kost niets, dan dat er op de bouwplaats een plaat wordt geforceerd die niet mee wil.
De meeste gebogen kapschuren die wij tegenkomen zijn open constructies: grote overspanningen, gordingen op ruime afstand van elkaar, en geen isolatie onder de plaat. Dat is functioneel voor een schuur waar machines staan of vee onder een afdak, maar het betekent ook dat de onderkant van de felsplaat rechtstreeks in contact staat met de buitenlucht binnen de schuur. Zodra de plaat 's nachts afkoelt en er warmere, vochtige lucht tegenaan komt, condenseert dat vocht aan de onderkant. Bij een plat of licht hellend dak druppelt dat vocht simpelweg naar beneden, maar bij een gebogen dak loopt het condens over de kromming naar de laagste punten en verzamelt het zich daar, vaak precies bij een overlap of bij de gordingen waar het minst zicht op is.
Op een boerderijschuur waar wij meedachten stond het dak boven een ruimte met dieren en hooi. Zonder isolatie en zonder enige vorm van beluchting achter de plaat zou het condens zich elke ochtend verzamelen op de gordingen, met houtrot als gevolg op de langere termijn. De oplossing lag niet in de plaat zelf, maar in de ventilatie van de spouw daaronder: voldoende afstand tussen plaat en ondersteuning, en open eindes bij de daklijn zodat lucht kan circuleren en vocht kan wegdrogen voordat het zich ophoopt. Een felsplaat is op zichzelf waterdicht en corrosiebestendig, dat is nooit het probleem; het probleem ontstaat door wat er onder die plaat gebeurt als er geen luchtstroming is.
Bij een recht dakvlak is de looprichting van de banen meestal een kwestie van esthetiek en van de lengte die je kunt leveren. Bij een gebogen dak ligt dat anders. De banen lopen bij een tongewelf doorgaans van de ene gootlijn over de top naar de andere gootlijn, dus in de richting van de kromming. Dat betekent dat elke baan over de volle boog buigt, van rand tot rand. Bij een grote, open overspanning zoals bij een kapschuur is die boog vaak lang, en dat vraagt om een plaat die aan een stuk door kan, zonder onderbrekingen op het dakvlak zelf. Onze platen zijn tot 8000 mm leverbaar en op maat gewalst, wat bij dit soort schuren vaak nodig is om de kromming zonder dwarsnaad te overbruggen.
De werkende breedte van 475 mm bepaalt hoeveel banen er naast elkaar nodig zijn. Bij een brede schuur met een flauwe boog komt dat aardig overeen met een rechte belegging, maar bij een krappere kromming gaan de banen aan de buitenzijde van de boog verder van elkaar af staan dan aan de binnenzijde, simpelweg omdat de omtrek aan de top van de boog groter is dan aan de voet. Dat is geen probleem voor de felsverbinding zelf, die blijft haaks en blind bevestigd zoals altijd, maar het vraagt wel om een zorgvuldige uitzetting vooraf. Wie de banen zonder overleg gewoon evenwijdig doortrekt, loopt het risico dat de laatste baan aan de rand van het dakvlak niet meer netjes uitkomt.
Bij de daklijn van een kapschuur, waar het gebogen vlak overgaat in een rechte gevel of in een open zijkant, moet de plaat een overgang maken die niet meer volgt uit de kromming zelf. Hier wordt vaak met aparte eindstukken en overgangsprofielen gewerkt, op maat gemaakt voor die specifieke boogstraal. Een standaardprofiel dat voor een recht dak is ontworpen past niet zonder aanpassing op een ronde rand. Bij de nok, als de schuur die heeft, of bij de overgang naar een verticaal vlak, moet er dus vooraf goed nagedacht worden over hoe de plaat aansluit, niet pas op de steiger.
Een ander punt waar het misgaat, is de bevestiging bij grote afstanden tussen de gordingen. Onze platen zijn met circa 5 kg per vierkante meter niet zwaar, maar bij een gebogen vlak met wijde overspanningen ontstaat een andere krachtverdeling dan bij een recht, goed ondersteund dakvlak. Als de gordingen te ver uit elkaar staan voor de gekozen plaatdikte en de boogstraal, kan de plaat tussen de bevestigingspunten gaan doorbuigen, wat op zichzelf niet meteen een lek geeft maar wel voor een minder net beeld zorgt en op de langere termijn spanning op de felsen zet. Dit is typisch iets dat vooraf op tekening moet worden doorgerekend, niet iets dat je met het blote oog op de bouwplaats corrigeert.
Er zijn situaties waarin wij ontraden om door te zetten. Als de boogstraal zo krap is dat de plaat bij het vouwen al gaat golven of scheuren, is het beter om te kijken naar een andere dakopbouw of naar een product dat voor krappere bogen is gemaakt. Ook als een schuur straks alsnog geïsoleerd gaat worden, bijvoorbeeld omdat er een andere bestemming aan komt, verandert de vochthuishouding volledig en moet dat vooraf worden meegenomen in de opbouw, niet achteraf. En bij een schuur waar de gordingen structureel te ver uit elkaar staan voor een verantwoorde ondersteuning van een gebogen plaat, ligt de oplossing eerder in het aanpassen van de onderconstructie dan in het forceren van de bekleding.
Heeft u een kapschuur met een gebogen dak en wilt u weten of de kromming met onze felsplaten te overbruggen is, stuur ons dan de maatvoering en de boogstraal. Wij kijken kosteloos mee op tekening, denken mee over de baanindeling en de randdetails, en zeggen ook eerlijk wanneer een andere opbouw beter past.