Klikzink
Wie een kapschuur van felsplaten laat voorzien, vraagt vaak eerst naar het geluid bij regen. Dat is een logische vraag, maar bij een kapschuur is het niet de vraag die het meeste oplevert. Het geluid van regen op een stalen dak wordt namelijk vrijwel nooit bepaald door de plaat zelf, maar door wat daaronder zit. En bij een kapschuur is die opbouw meestal zo open, dat er een ander probleem ontstaat dat u eerder gaat merken dan het geluid: condens.
Een felsplaat is 0,55 mm staal met een gewicht van ongeveer 5 kg per vierkante meter. Op zichzelf is dat een dunne, stijve plaat die bij regen kan resoneren, net als elke metalen plaat dat doet. Maar een dak bestaat niet uit een losse plaat die in de lucht hangt. De plaat ligt op gordingen, is blind bevestigd met klemmen onder de fels, en de ruimte daaronder is precies wat het geluid dempt of juist versterkt. Bij een geïsoleerde kap met een dichte onderconstructie hoort u regen vaak nauwelijks. Bij een kapschuur ligt dat anders, en dat komt door de manier waarop dit gebouwtype meestal is opgebouwd.
Een kapschuur heeft doorgaans een grote open overspanning, gordingen op relatief ruime afstand van elkaar, en geen isolatie of onderdak. Dat is functioneel: het gebouw is bedoeld om snel en betaalbaar overkapping te bieden, niet om een klimaat binnen te houden. Het gevolg is dat de plaat op een aantal punten wordt ondersteund, met daartussen een open, resonerende ruimte. Regen op zo'n dak klinkt voelbaar harder dan op een dak met een dichte, geïsoleerde opbouw, simpelweg omdat er niets is dat het geluid breekt of dempt tussen de gordingen. Dat geldt niet alleen voor felsplaten: elk hard dakmateriaal op een kapschuur zonder onderconstructie geeft een vergelijkbaar effect. Het zit in de opbouw, niet in het materiaal.
Bij een kapschuur is het regengeluid meestal een kwestie van gewenning: gebruikers van een open schuur voor machines, vee of opslag ervaren het geluid van regen vaak als bijkomend, niet als hinderlijk in de zin van een woning of kantoor. Wat wél een praktisch probleem wordt bij dit gebouwtype, is condensvorming aan de onderkant van de plaat. Staal koelt 's nachts snel af, en zonder isolatie of een dampopen onderconstructie kan de temperatuur van de plaat onder het dauwpunt van de lucht in de schuur zakken. Het gevolg is druppelvorming aan de onderzijde van de plaat, die op gereedschap, voorraad, hooi of machines kan vallen. Bij een kapschuur die gebruikt wordt voor droge opslag is dat een reëel punt om vooraf te bespreken, want het bepaalt of een enkele laag felsplaat zonder meer voldoet, of dat er toch een vorm van onderconstructie nodig is, bijvoorbeeld een condensfolie of een geventileerde luchtspouw. Dat is een andere afweging dan bij een dak dat wél geïsoleerd wordt, waar condens vanzelf wordt opgelost door de isolatielaag en het dampscherm. Bij een kapschuur zonder isolatie is dat er niet, en dus is dit de vraag die eerst beantwoord moet worden voordat geluid nog relevant is.
De afstand tussen de gordingen bij een kapschuur is vaak groter dan bij een dicht dak, omdat de constructie oorspronkelijk niet is ontworpen met een isolatiepakket in gedachten. Dat heeft twee gevolgen. Ten eerste moet de felsplaat, die in de gewenste lengte op maat geleverd wordt, over die overspanning voldoende stijfheid hebben; dat is meestal geen probleem bij de gangbare boventot, maar het is wel een reden om de gordingafstand precies door te geven bij de bestelling, zodat de juiste plaatlengte en eventueel extra ondersteuning wordt meegenomen. Ten tweede versterkt een grotere overspanning het geluid bij regen: hoe groter het onbelemmerde vlak tussen twee steunpunten, hoe meer de plaat kan meetrillen. Dat is dus een direct gevolg van de constructie van een kapschuur, en geen eigenschap van felsplaten in het algemeen.
Als geluid bij regen op een kapschuur toch als hinderlijk wordt ervaren, bijvoorbeeld omdat er onder het dak gewerkt wordt met dieren die schrikken van harde geluiden, dan helpt een dichte onderconstructie het meest. Een laag OSB- of houtvezelplaat onder de gordingen, of een volledige beplating aan de onderzijde, dempt het geluid aanzienlijk, ook zonder dat er isolatiemateriaal wordt toegevoegd. Zo'n oplossing brengt wel het condensvraagstuk terug in beeld, want een dichte plaat zonder ventilatie kan vocht vasthouden. Een geventileerde spouw tussen de felsplaat en de onderplaat lost dat meestal op, maar dat is een aanpassing van de constructie, niet van de dakbedekking zelf. Wilt u alleen het geluid verminderen zonder de open, ventilerende opzet van de kapschuur te veranderen, dan zijn de mogelijkheden beperkt: de plaat zelf verandert daar weinig aan, hooguit een iets stijvere onderconstructie met gordingen op kortere afstand.
Als de kapschuur gebruikt gaat worden voor iets waarbij zowel geluid als condens een probleem vormen, bijvoorbeeld een ruimte waar mensen langdurig verblijven of waar apparatuur staat die niet vochtig mag worden, dan is een enkele laag felsplaat zonder aanvullende opbouw niet de juiste oplossing. In dat geval is het verstandiger om alsnog te kijken naar een vorm van isolatie of een dichte, geventileerde onderconstructie, ook als dat in eerste instantie duurder lijkt dan een kale schuur. Voor een kapschuur die dient als machineberging, werktuigenloods of open stalling waar wat condensdruppels of het geluid van regen geen probleem vormen, is een ongeïsoleerde felsplaat zonder onderconstructie juist een logische, betaalbare keuze. Het is dus vooral het gebruik van de schuur dat bepaalt of geluid en condens acceptabel zijn of niet, meer dan het materiaal van de dakbedekking.
Geeft u ons bij de aanvraag door hoe de kapschuur gebruikt wordt, wat er onder het dak opgeslagen of gehouden wordt, en hoe de gordingen zijn geplaatst, dan kunnen we meedenken over de opbouw die daarbij past. Dat meedenken op tekening kost niets en voorkomt dat u achteraf tegen condens of geluid aanloopt waar u vooraf niet op bedacht was. Voor de plaatkeuze zelf, de kleur en de precieze maatvoering kunt u ons rechtstreeks benaderen.