Klikzink
Een kapschuur is een simpel gebouw om over te rekenen, en dat is precies waarom wij bij dit type schuur niet beginnen met het gewicht van de platen zelf. Klikfels felsplaten wegen ongeveer vijf kilo per vierkante meter, inclusief de bevestiging. Dat is licht, lichter dan dakpannen en vaak ook lichter dan het bitumen of de golfplaten die er nu op liggen. Bij een kapschuur met zijn open constructie, ruime overspanning en gordingen die vaak verder uit elkaar staan dan bij een woonhuis, is het gewicht van de nieuwe dakbedekking dan ook meestal niet het probleem. De vraag die er wel toe doet, is wat er onder die platen gebeurt zodra u de schuur gaat gebruiken zoals u die wilt gebruiken.
Een kapschuur staat en valt bij de spanten en gordingen, en die zijn doorgaans berekend op een dakbedekking die zwaarder is dan felsplaten. Golfplaten van vezelcement, oude dakpannen of een bitumineuze laag op een houten ondergrond brengen samen met de eigen constructie al een aardig gewicht met zich mee. Vervangt u dat door felsplaten, dan verlicht u de belasting op het dakvlak eerder dan dat u die verzwaart. Bij een schuur met een overspanning van pakweg tien tot vijftien meter zonder tussensteunpunten telt elke kilo per vierkante meter mee, en daar werkt het lage gewicht van felsplaten in uw voordeel.
Dat betekent niet dat u de bestaande gordingen zomaar kunt aanhouden bij elke ondergrond. Felsplaten hebben, anders dan een dakpan die op panlatten rust, een aaneengesloten drager nodig: een dichte houten beplating of een gordingafstand die past bij de plaatdikte en de te verwachten windbelasting. Staat de kapschuur nu open, met alleen gordingen en verder niets, dan is de vraag niet of de constructie het gewicht van de platen aankan, maar of de overspanning tussen de gordingen klein genoeg is om de plaat zonder doorbuiging te laten liggen. Bij grote gordingafstanden, wat bij een kapschuur vaak het geval is omdat er geen isolatiepakket of plafond de tussenruimte opvult, is dat een rekenvraag voor de constructeur, niet voor ons.
Het punt waar wij bij een kapschuur wel altijd op wijzen, is condens. Een kapschuur heeft doorgaans geen isolatie: het is een open, geventileerde ruimte, gebouwd om droog te staan, niet om verwarmd te worden. Staal is een goede warmtegeleider en heeft geen enkele isolatiewaarde op zichzelf. Zodra de temperatuur binnen en buiten uit elkaar loopt, en dat gebeurt al bij een kapschuur waar 's nachts vee, hooi of machines staan die vocht afgeven, slaat dat vocht neer aan de onderkant van de plaat. Dat zien we vaak in een schuur waar 's winters een paar dieren binnenstaan of waar houtopslag ligt: de lucht binnen is vochtiger dan de buitenlucht, het metaal is koud, en het resultaat is een natte onderkant van de plaat die op de gordingen of de beplating druipt.
Bij een woonhuis lossen we dit op met een isolatiepakket en een dampremmende laag, maar dat is bij een kapschuur zelden aan de orde: die pagina over verduurzamen met isolatie gaat daar verder op in. Bij een onverwarmde, ongeïsoleerde kapschuur is de vraag niet hoe u condens wegwerkt met isolatie, maar hoe u ermee omgaat zonder de open constructie op te geven. Een ventilerende onderconstructie, waarbij er lucht kan circuleren tussen de plaat en wat eronder ligt, voorkomt dat het condensvocht blijft staan. Bij een dichte houten beplating zonder enige ventilatieruimte krijgt vocht geen kans om weg te trekken, en dat merkt u pas na een paar seizoenen aan roestvorming aan de onderkant van de plaat of aan een balklaag die structureel vochtig aanvoelt.
Of u nu kiest voor felsplaten direct op gordingen met tengels, of op een dichte beplating, hangt af van wat er in de schuur gebeurt en hoeveel vocht daar vandaan komt. Een kapschuur die alleen droge opslag herbergt, machines of hooi dat zelf al droog is, heeft minder te maken met inwendige condens dan een schuur waar dieren staan of waar natte producten worden gestald. Bij een paardenstal onder een kapschuurdak bijvoorbeeld, waar de luchtvochtigheid door de dieren zelf structureel hoger is, adviseren wij altijd een geventileerde spouw onder de plaat, ook al is er geen sprake van een verwarmde ruimte. Bij een schuur die puur voor materiaalopslag dient en verder leegstaat, is het risico kleiner, maar nooit nul: buitenlucht die 's nachts afkoelt zorgt er hoe dan ook voor dat een koude stalen plaat vocht aantrekt uit de lucht die er onderdoor stroomt.
De grote open overspanning van een kapschuur speelt hier ook een rol, en niet alleen constructief. Bij een dakvlak zonder tussenwanden of vakverdeling kan condensvocht dat aan de onderkant van de plaat ontstaat, over een groot oppervlak wegdruppelen voordat het ergens wordt opgevangen. Bij een kleiner gebouw met meer onderverdeling valt dat vocht meestal op een beperkt oppervlak en is het makkelijker te managen. Bij een kapschuur met een open plattegrond onder een groot, ongedeeld dakvlak loont het daarom om vooraf te bedenken waar het condensvocht heen moet: naar een goot, naar de grond via de gording, of opgevangen in een ventilerende laag die het geleidelijk laat verdampen.
Om iets te kunnen zeggen over uw specifieke kapschuur hebben we een paar dingen nodig: de huidige gordingafstand, het materiaal waarop de platen komen te liggen, en vooral het gebruik van de schuur. Staat er vee in, wordt er hooi of stro opgeslagen, of is het puur droge machineopslag? Dat verschil bepaalt of we een ventilerende opbouw adviseren of dat een eenvoudigere opbouw volstaat. Rekenwerk aan de constructie zelf, dus of de bestaande spanten en gordingen de belasting aankunnen, laten we over aan uw constructeur of aannemer; wij leveren de platen op maat aan, tot op de millimeter, en denken op tekening mee over de opbouw zonder dat dit u iets kost.
Wilt u weten of uw kapschuur met de huidige gordingafstand geschikt is voor een felsplatendak, en welke opbouw bij uw gebruik van de schuur past? Stuur ons een tekening of een paar foto's van de bestaande situatie, samen met een korte beschrijving van wat er in de schuur gebeurt. Dan kijken we samen met u naar de opbouw die bij uw gebouw past, voordat er één plaat gewalst wordt.