Klikzink
Een dak van felsplaten weegt ongeveer 5 kilo per vierkante meter, alleen de plaat gerekend. Dat is licht, zeker vergeleken met dakpannen of leien. Toch is die 5 kilo niet het enige dat telt als u wilt weten of de bestaande constructie het aankan. De draagkracht van een dak of gevel is een optelsom van meer lagen, en die optelsom verschilt per gebouw. Op deze pagina zetten we uiteen waar het gewicht vandaan komt, wanneer een berekening nodig is en wanneer gewicht juist niet het probleem is.
De felsplaat zelf is licht: staal van 0,55 millimeter dik, verzinkt en gecoat, komt neer op ongeveer 5 kilo per vierkante meter. Maar een dak bestaat nooit uit alleen de bovenste laag. Onder de plaat zit meestal een ondergrond, bijvoorbeeld houten beschot, een damprem, isolatie en eventueel een bestaande dakbedekking die blijft liggen. Al die lagen samen bepalen wat er op de spanten, gordingen of het onderliggende dakvlak drukt. Bij een dak waar de felsplaten rechtstreeks op nieuwe houten planken komen, telt vooral het gewicht van het hout en de platen zelf. Bij een dak waar isolatie wordt toegevoegd, telt die isolatielaag vaak zwaarder mee dan de felsplaten. En bij een dak waar de oude bedekking blijft liggen en de felsplaten daarover heen komen, is het de vraag of die twee lagen samen nog binnen de marge van de constructie vallen.
Het gewicht van de plaat is dus meestal niet de beperkende factor. Wat wel telt, is de optelsom van alles wat er samen met de plaat op het dak komt te liggen, en hoe die optelsom zich verhoudt tot wat de bestaande balken, spanten of gordingen ooit zijn berekend om te dragen.
Bij nieuwbouw wordt de constructie vooraf berekend op de opbouw die erop komt, inclusief het type dakbedekking. Daar is gewicht dus al meegenomen in het ontwerp. Bij bestaande bouw ligt dat anders: de constructie is jaren of decennia geleden berekend op basis van wat er destijds op het dak lag. Als u nu felsplaten overweegt op een dak dat eerder pannen of leien droeg, is de vraag niet of felsplaten zwaar zijn, maar of de bestaande constructie berekend is op een lichtere belasting dan wat er nu op ligt of gaat liggen. In de praktijk is dat bijna altijd gunstig: felsplaten zijn doorgaans lichter dan de bedekking die ze vervangen. Maar dat is een aanname, geen zekerheid, en bij twijfel is een korte controle door een constructeur op zijn plaats. Zeker als er behalve de plaat ook een dikkere isolatielaag, een nieuwe dakbedekking onder een bestaande laag, of zonnepanelen bijkomen, is die controle geen overbodige stap.
Bij een boerderijschuur met een open spantconstructie uit de jaren zeventig, oorspronkelijk gedekt met golfplaten, is het beeld anders dan bij een woonhuis met een dichte houten kapconstructie uit de jaren dertig. De schuur heeft vaak juist ruimte over, omdat golfplaten en de bijbehorende doorbuiging in de berekening al met marge zijn meegenomen. Het woonhuis kan juist een grens hebben bereikt als er destijds al zwaar leien is gebruikt en er nu een isolatiepakket bovenop komt. Geen van beide is de regel; het is per gebouw anders, en dat is precies waarom een blik van een constructeur meer zegt dan een algemene vuistregel.
Het is verleidelijk om te denken dat een lichte dakbedekking altijd de veilige keuze is. Dat klopt voor de verticale belasting, het gewicht dat recht naar beneden drukt. Maar een dak moet ook andere belastingen aankunnen: wind die aan het dakvlak trekt, sneeuw die zich opstapelt, en bij hellende daken de manier waarop de plaat aan de ondergrond is bevestigd. Felsplaten worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, zonder zichtbare schroeven door het plaatoppervlak. Die bevestigingsmethode is sterk, maar ze werkt anders dan bijvoorbeeld een dakpan die los op panlatten ligt en zijn eigen gewicht gebruikt om op zijn plek te blijven. Bij felsplaten hangt de weerstand tegen windbelasting dus niet af van het gewicht van de plaat, maar van de kwaliteit van de ondergrond en de klemmen. Dat is een ander vraagstuk dan draagkracht, en het is de reden waarom wij bij een tekening altijd meekijken naar de ondergrond en niet alleen naar het gewicht van het pakket.
Er zijn ook situaties waarin gewicht juist geen rol speelt in de afweging. Bij een dak dat toch al overgaat naar een compleet nieuwe constructie, bijvoorbeeld bij nieuwbouw, is de vraag naar draagkracht van de oude situatie niet relevant: de nieuwe constructie wordt gewoon ontworpen op de gekozen dakopbouw. En bij een gevel, in plaats van een dak, speelt het eigen gewicht van de felsplaten een veel kleinere rol in de constructieve afweging, omdat een gevel primair windbelasting en bevestiging aan de gevelconstructie moet weerstaan, niet een verticale last die opstapelt zoals bij een dakvlak met sneeuw.
Of de draagkracht van uw constructie toereikend is voor felsplaten, hangt dus af van drie dingen: het gewicht van de volledige opbouw die op het dak komt, de staat en oorspronkelijke berekening van de bestaande constructie, en het gebouwtype. Een vrijstaande woning, een agrarische loods, een utiliteitsgebouw en een gemeentelijk pand reageren allemaal anders op dezelfde vraag, omdat de constructies, de spanwijdtes en de belastinggeschiedenis verschillen. Wij werken daarom liever met een concrete tekening van uw gebouw dan met een algemeen antwoord. Meedenken op tekening kost niets, en juist bij twijfel over draagkracht is dat de snelste manier om helderheid te krijgen, in plaats van te gokken op basis van een vuistregel die voor een ander gebouw wel klopte maar voor het uwe niet.
Als u een dak vervangt, over bestaande pannen heen werkt, isolatie toevoegt of asbest verwijdert voordat de felsplaten erop komen, verandert de opbouw en daarmee de belasting. Voor die specifieke situaties hebben we apart uitgewerkt wat er per geval verandert; deze pagina beperkt zich tot de algemene vraag naar gewicht en draagkracht die voor elk gebouw als eerste stap geldt.
Wilt u weten of uw dak of gevel de overstap naar felsplaten aankan, stuur ons dan een tekening of foto van de huidige opbouw en, indien beschikbaar, de bouwtekening met de constructieberekening. Wij kijken vrijblijvend mee en zeggen u eerlijk of een controle door een constructeur nodig is, of dat de marge duidelijk voldoende is. Dat scheelt u een telefoontje naar een constructeur voor iets wat soms in tien minuten aan onze kant al helder is.