Klikzink
Een dakkapel is qua oppervlak een van de kleinste daken die wij bekleden, en dat is precies waarom de vraag naar gewicht en draagkracht hier anders ligt dan bij een woonhuis of een schuur. Op een groot dakvlak vallen kleine onregelmatigheden in de ondergrond of in de belasting weg tegen de totale massa. Op een dakkapel van twee bij drie meter is er geen ruimte om iets weg te laten vallen. Elke kilo, elke centimeter en elke baan telt mee in een oppervlak dat je in één oogopslag overziet.
Onze stalen felsplaten wegen ongeveer vijf kilo per vierkante meter, inclusief de coating. Voor een dakkapel met een dakvlak van bijvoorbeeld zes vierkante meter komt dat neer op ongeveer dertig kilo aan plaatmateriaal, verdeeld over het hele oppervlak. Dat is op zichzelf een gering gewicht, zeker vergeleken met keramische pannen of leien, die al snel het vier- tot vijfvoudige wegen. Bij een dakkapel is dat verschil in de praktijk vaak minder relevant dan bij een groot dak, simpelweg omdat de totale oppervlakte klein is en het absolute gewichtsverschil dus ook. Een dakkapel die in de jaren zeventig of tachtig gebouwd is met dakpannen erop, is destijds op dat gewicht berekend, en met felsplaten haalt u daar in de meeste gevallen ruim marge onder vandaan.
De vraag naar draagkracht wordt bij een dakkapel dus minder bepaald door het gewicht van de bedekking zelf, en meer door de staat van de onderconstructie. Dakkapellen zijn vaak later toegevoegd aan een dak, met een eigen, kleinere spantconstructie of met stijlen die op de bestaande gordingen zijn aangesloten. Bij oudere dakkapellen is die constructie soms lichter uitgevoerd dan je nu zou doen, of is het hout in de loop van de jaren aangetast door vocht dat via een lekkende bitumen- of EPDM-laag is binnengedrongen. In dat geval is niet het gewicht van de nieuwe felsplaten het probleem, maar de vraag of de bestaande balken en stijlen nog voldoende sterkte hebben. Een aannemer die de dakkapel openlegt, ziet dat in de regel meteen: zacht, verkleurd of schimmelend hout is een signaal om eerst te repareren voordat er nieuwe bedekking op komt, ongeacht welk materiaal u kiest.
Bij een dakkapel is het dakvlak zo klein dat elke baan zichtbaar is en meetelt in het totaalbeeld. Onze platen hebben een werkende breedte van 475 millimeter, en op een dakvlak van bijvoorbeeld 2,40 meter breed betekent dat vijf banen. Komt die maat niet precies uit, dan blijft er een smalle reststrook over die op een groot dak wegvalt tussen tientallen andere banen, maar die op een dakkapel meteen opvalt, vaak net naast de nok of tegen de zijkant van het dakvlak aan. Om dat te voorkomen werken wij de platen op maat, tot op de millimeter, zodat de banen symmetrisch over het vlak verdeeld worden. Dat kan betekenen dat we de werkende breedte net iets versmallen over alle banen heen, in plaats van één brede en één smalle baan naast elkaar te leggen.
Deze symmetrie is bij een dakkapel geen kwestie van esthetiek alleen. Omdat het vlak zo overzichtelijk is, valt een asymmetrische indeling direct op vanaf de straat of vanuit de tuin, en dat is nu net waar bij een dakkapel de meeste aandacht naar uitgaat, omdat hij zichtbaar boven de gootlijn uitsteekt. Bij een schuurdak of een groot bedrijfspand ligt dat anders: daar is de indeling van banen zelden een aandachtspunt omdat het oppervlak zo groot is dat een kleine afwijking in de verdeling niet opvalt. Op een dakkapel is dat precies omgekeerd, en daarom vragen wij bij een aanvraag altijd om de exacte breedte en lengte van het dakvlak, liefst met een tekening of foto van de bestaande situatie, zodat we de banen kunnen doorrekenen voordat we ze walsen.
Er zijn situaties waarin het gewicht van de nieuwe dakbedekking bij een dakkapel wél een rol speelt, en dat is meestal wanneer er iets bovenop komt of wanneer de bestaande constructie al op zijn grens zit. Een dakkapel met een plat gedeelte waarop bijvoorbeeld een klein zonnepaneel of een dakraam met een zwaar kozijn wordt geplaatst, vraagt om een preciezere berekening van wat de stijlen en de gording nog kunnen dragen boven op het eigen gewicht van de bedekking. Ook bij een dakkapel die is opgebouwd met een lichte houtskeletconstructie, zoals vaak het geval is bij prefab dakkapellen, is het zinvol om samen met de aannemer te kijken wat de leverancier van die dakkapel destijds als maximale belasting heeft opgegeven.
In de meeste gevallen is het antwoord echter geruststellend: felsplaten zijn licht genoeg om zonder aanpassing van de constructie toegepast te worden op een dakkapel die eerder pannen, leien of een ander zwaarder materiaal droeg. Het is vooral de staat van het onderliggende hout die bepaalt of de constructie de belasting nog aankan, niet het gewicht van de nieuwe plaat. Wij zien in de praktijk dat aannemers bij twijfel de bestaande beplating of pannen verwijderen en het houtwerk inspecteren voordat ze de felsplaten bestellen, en dat is een verstandige volgorde: eerst de constructie beoordelen, dan pas de platen op maat laten walsen.
Voor een dakkapel is de vraag naar gewicht dus vooral een vraag naar de staat van de bestaande stijlen en gordingen, en pas in tweede instantie een vraag naar het materiaal zelf. Felsplaten voegen weinig gewicht toe ten opzichte van veel andere bedekkingen, en dat gewicht is op zo'n klein vlak sowieso beperkt. Waar bij een dakkapel wel apart naar gekeken moet worden, is de indeling van de banen, omdat het kleine oppervlak geen ruimte laat voor een toevallige restbaan die niet in het beeld past. Dat is een detail dat bij een groter dak vrijwel nooit ter sprake komt, maar bij een dakkapel bepalend is voor hoe het eindresultaat vanaf de straat oogt.
Wilt u weten of de constructie van uw dakkapel geschikt is en hoe de banen op uw specifieke maten symmetrisch uitkomen, stuur ons dan de afmetingen van het dakvlak, eventueel met een foto van de huidige situatie. Wij rekenen kosteloos mee aan de indeling en geven aan waar we op moeten letten, zodat u en uw aannemer weten waar u aan toe bent voordat er een plaat gewalst wordt.