Klikzink

Felsplaten op een mansardedak van een chalet

Een mansardedak heeft twee hellingen op elk dakvlak: onderaan steil, boven de knik flauwer. Bij een chalet in lichte houtbouw komt daar nog iets bij: de knik zit vaak niet op een toevallige plek in het vlak, maar valt samen met de overgang van draagconstructie, en het dakvlak wordt aan de onderkant meestal verlengd door een overstek. Wie op zo'n dak felsplaten legt, heeft dus niet één detail te tekenen, maar minimaal drie: de knik zelf, de aansluiting op het overstek, en de manier waarop de platen op een lichte constructie bevestigd worden zonder de druk op de verkeerde plek te leggen. Dat is een andere opgave dan bij een zadeldak of een schilddak, waar het vlak in principe recht doorloopt tot de rand.

Waarom de knik een eigen detail vraagt

Bij een felsdak lopen de banen in de lengterichting van het dakvlak, van goot naar nok, met de fels als verbinding tussen twee banen. Op een mansardedak stopt die logica bij de knik. Het steile onderste vlak en het flauwere bovenste vlak hebben een andere helling, en dus ook een andere manier waarop water en vuil zich gedragen. Doortrekken van één plaat over de knik heen is bij grotere lengtes niet verstandig: de plaat moet dan buigen op een lijn die niet recht is, en dat geeft spanning in het materiaal die zich na verloop van tijd laat zien als een golving vlak bij de knik. Wij werken op die lijn met een aparte overgang: de onderste baan sluit af net voorbij de knik, met een eigen aansluitprofiel, en de bovenste baan begint opnieuw. Dat profiel moet water dat van het bovenvlak afkomt, netjes over laten lopen op het benedenvlak, zonder dat het onder de fels van de onderste baan kan kruipen. Bij een chalet met een houten onderconstructie is dat profiel meestal in dezelfde kleur uitgevoerd als de platen zelf, zodat de knik in het silhouet blijft zitten maar niet als een lasplek opvalt.

We hebben dit detail een keer gezien waar het wél mis ging, bij een chalet waarvan het dak eerder door een ander bedrijf was bekleed. Daar was de knik overbrugd met een enkele brede plaat die was voorgebogen op de bouwplaats. De buiging zat niet exact op de knik van de onderconstructie, waardoor er een klein luchtkussen ontstond net onder de vouw. Bij regen liep het water daar niet weg maar bleef het even staan, en na een paar jaar was op die plek de coating dof geworden terwijl de rest van het dak nog gewoon glad was. Een aparte overgang met twee korte platen in plaats van één lange had dat voorkomen.

De baanindeling op een gebroken vlak

Op een recht dakvlak is de baanindeling vooral een kwestie van de breedte van het dak delen door de werkende breedte van 475 millimeter, met een restbaan die je wegwerkt bij een hoek of een minder opvallende kant. Bij een mansardedak met een knik ligt dat anders, omdat je eigenlijk twee dakvlakken met een andere lengte hebt te verdelen, die bovendien op elkaar moeten aansluiten in de breedterichting. Als de banen op het onderste vlak niet in het verlengde liggen van de banen op het bovenste vlak, ontstaat er een verspringing op de knik die van de grond af zichtbaar is, vooral bij een donkere kleur zoals Nordic Night Black waar elke asymmetrie in het lijnenspel opvalt.

Om dat te voorkomen, meten wij het dakvlak in twee delen op maar houden we de breedte-indeling gelijk over de knik heen. Bij de fabricage worden de platen op de millimeter gewalst, dus als de onderste en de bovenste baan in het verlengde van elkaar beginnen, lopen de felsen door in één rechte lijn van goot tot nok, ook als de plaat zelf in twee stukken is uitgevoerd. Dat is meer rekenwerk vooraf, maar het is precies het soort werk dat wij graag doen voordat er iets op de wals gaat: een tekening opsturen met de twee helling-lengtes en de plek van de knik is voor ons genoeg om de indeling te bepalen.

Het overstek en de rand van het lichte dak

Bij een chalet is het overstek vaak royaler dan bij een gewoon woonhuis, en dat overstek is meestal het meest kwetsbare deel van de constructie. Het hangt aan het uiteinde van de spanten of gordingen, zonder veel extra ondersteuning, en de draagkracht daar is beperkt. Felsplaten wegen ongeveer vijf kilo per vierkante meter, wat op zichzelf weinig is, maar bij een overstek van meer dan een meter komt daar de spanning van wind onderlangs bij: bij een dakhoek richting het lager gelegen deel van het mansardevlak vangt de onderkant van het overstek wind op die het paneel omhoog probeert te duwen. Op een zwaardere constructie is dat een detail dat je met extra klemmen oplost; op een lichte houtbouw moet je eerst weten of de gording aan het einde van het overstek daar wel tegen kan.

Wij hebben dat weleens moeten afraden bij een chalet waar de eigenaar het overstek graag wilde verlengen bij de renovatie, om meer schaduw op het terras te krijgen. De bestaande spanten liepen precies tot de rand van het oorspronkelijke overstek en waren daar niet op berekend om nog verder door te steken. Felsplaten konden daar niet zomaar overheen verlengd worden zonder de constructie zelf aan te passen. Dat is dan geen probleem van het materiaal, maar van de drager waarop het materiaal moet rusten, en dat moet eerst opgelost worden voordat er over de bekleding gesproken wordt.

Aan de rand van het overstek zelf, waar de druiplijn zit, werken we met een druiprand die net iets verder doorsteekt dan de houten onderconstructie, zodat regenwater niet langs de onderzijde van het overstek terug naar de gevel kan lopen. Bij een chalet met zichtbare houten balkkoppen onder het overstek is dat een detail waar we specifiek naar kijken, omdat die balkkoppen anders binnen een paar jaar donkere striemen krijgen van afdruipend water.

Waar dit misgaat en waar het niet de juiste keuze is

De meeste problemen die we op mansardedaken van chalets zien, zitten niet in het materiaal maar in de aanname dat een gebroken dakvlak hetzelfde behandeld kan worden als een recht vlak, alleen dan met een extra vouw. Als de knik niet als eigen detail wordt getekend, als de baanindeling niet over de knik heen is doorgerekend, of als het overstek wordt verlengd zonder de constructie te controleren, loopt het op een van die drie punten mis, meestal pas na een paar jaar zichtbaar.

Er is ook een situatie waarin felsplaten op een mansardedak van een chalet niet de aangewezen keuze zijn: als de dakhelling van het onderste, steile vlak zo dicht bij verticaal komt dat het feitelijk als gevel gaat functioneren in plaats van als dak. Vanaf een bepaalde steilheid verandert de manier waarop water en wind op het vlak inwerken zo sterk, dat een andere detaillering nodig is dan bij een regulier hellend dakvlak. Dat is per gebouw verschillend en hangt af van de exacte hoek, dus dat bekijken we het beste aan de hand van een tekening van uw dak.

Wat u nu kunt doen

Heeft u een chalet met een mansardedak en wilt u weten hoe de knik, de baanindeling en het overstek in uw situatie het beste worden opgelost? Stuur ons een tekening of foto's van het dak, met de hellingshoeken van beide vlakken en de lengte van het overstek. Wij denken kosteloos mee over de indeling en de detaillering, en geven aan waar in uw geval extra aandacht nodig is.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink