Klikzink
Een oude boerderij vraagt om een andere manier van kijken dan een gewone woning of een schuur uit de jaren negentig. De gebinteconstructie onder de kap is soms honderd jaar oud, opgebouwd uit balken die met de hand gekapt zijn en die in de loop van de decennia zijn gaan werken. Vlak is zo'n dak eigenlijk nooit. Er zit welving in de nok, de gordingen liggen niet altijd op precies gelijke hoogte, en de dakvlakken kunnen links en rechts een paar centimeter verschillen in lengte. Wie daar een dakbedekking op wil leggen die strak en recht oogt, komt er niet met een standaardmaat uit de bouwmarkt.
Waar wij bij Klikzink dan ook het eerst naar kijken, is niet het materiaal maar de maat. Felsplaten worden bij ons op de millimeter gewalst, van 450 tot 8000 millimeter lang, en dat is precies wat een boerderijdak nodig heeft. In plaats van een dak passend te maken aan een vast palet van plaatlengtes, meten we de situatie op en walsen we de platen op de werkelijke lengte van elk dakvlak. Bij een boerderij met een kap van bijvoorbeeld elf meter aan de ene zijde en elf meter twintig aan de andere, omdat de nok een fractie scheef ligt, hoeft dat geen enkel compromis te betekenen. Beide vlakken krijgen hun eigen maat.
Veel oude boerderijen hebben een monumentale status, of staan op een lijst met beeldbepalende panden zonder dat er een formeel monumentenlabel aan hangt. In de praktijk merkt u dat vooral bij de gemeente, die het bestaande silhouet van de kap wil behouden. De nokhoogte, de dakhelling en soms ook de kleur liggen dan vast. Felsplaten passen daar vaak goed bij, omdat het profiel rustig is: een vlakke baan met een opstaande naad, zonder golvend reliëf en zonder zichtbare bevestiging. Dat sluit aan bij het sobere karakter van veel boerderijdaken uit de negentiende en vroege twintigste eeuw, waar vroeger ook al met lange banen zink of gegolfd plaatmateriaal werd gedekt.
De kleurkeuze is bij monumentale boerderijen vaak beperkter dan bij nieuwbouw. Wij leveren felsplaten in drie kleuren met een lage glansgraad: Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver. Dat mat zwart of donkergrijs oogt in de praktijk rustig genoeg om naast oud metselwerk, rietgedekte aangrenzende schuren of rode dakpannen op het woonhuisdeel niet te schreeuwen. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning is dat vaak precies het argument dat de welstandscommissie nodig heeft om akkoord te gaan.
Bij een gebinte dat een eeuw oud is, staat het houtwerk zelden nog haaks en evenwijdig zoals op de originele bouwtekening, als die er al was. Gordingen kunnen enkele centimeters verzakt zijn, spanten kunnen licht gedraaid staan. Felsplaten worden blind bevestigd met klemmen die onder de fels verdwijnen, vastgeschroefd op de ondergrond. Bij een houten dakbeschot is dat met schroeven direct in het hout, bij een stalen ondersteuning met zelfborende schroeven. Dat systeem geeft enige speling om kleine oneffenheden in de ondergrond op te vangen, maar het vervangt geen gebrekkige constructie. Als de gordingen te veel uit het vlak liggen, of als er sprake is van rot of aantasting door houtworm, moet dat eerst herstelder worden voordat er een nieuwe dakbedekking op kan. Een aannemer die het dak opneemt, kijkt daarom altijd eerst naar de staat van het gebint zelf, niet alleen naar de dakbedekking die erop moet komen.
Bij een dakhelling die door verzakking plaatselijk onder de zes graden komt, wordt het lastiger. Felsplaten zijn toepasbaar vanaf een helling van zes graden, maar dat geldt voor een consistent hellend vlak. Bij een boerderijdak waar de nok in het midden is doorgezakt en het vlak er als het ware een knik in heeft, kan het voorkomen dat een deel van het dak net onder die grens zakt. Dat is een van de situaties waarin een vakman ter plekke moet meten voordat er een uitspraak te doen is over wat wel en niet kan.
Stalen felsplaten zetten uit en krimpen met de temperatuur, ongeveer half zoveel als zink bij een vergelijkbare temperatuurschommeling. Bij lange, ononderbroken dakvlakken, zoals je vaak op een boerderij met een doorlopende kap zonder dakkapellen of dakramen aantreft, telt die uitzetting op. Een baan van acht meter beweegt merkbaar meer dan een baan van twee meter. Onze platen worden per dakvlak op maat gewalst, wat betekent dat er geen overlap of koppeling nodig is binnen één vlak. Dat scheelt een kwetsbare plek waar water kan binnendringen, en het scheelt een naad die bij uitzetting kan gaan werken. Bij een boerderij met een echt lang dakvlak, richting de acht meter aan, blijft dat een aandachtspunt waarover de leverancier vooraf moet meedenken, niet iets wat u achteraf hoeft te repareren.
Het gewicht van de platen, ongeveer vijf kilo per vierkante meter, is bij een oud gebint meestal geen probleem. De meeste boerderijkappen zijn oorspronkelijk gebouwd om rieten dekking of dakpannen te dragen, en dat weegt aanzienlijk meer dan een stalen felsplaat. Waar het gebint er tachtig of honderd jaar tegen kon, is een lichtere bedekking in de regel geen extra belasting maar juist een verlichting.
Er zijn situaties waarin felsplaten niet de eerste optie zijn. Bij een boerderij met een rieten kap die om cultuurhistorische redenen behouden moet blijven, is een metalen dakbedekking natuurlijk geen alternatief; daar gaat de discussie over onderhoud van het riet zelf. Bij een boerderij die is aangewezen als rijksmonument met een uitdrukkelijk voorgeschreven materiaal, zoals leien of een bepaald type dakpan, ligt de keuze soms al vast in de vergunning en is er geen ruimte voor een andere dakbedekking, hoe passend die er ook uit zou zien. En bij een dakconstructie die zo ver is doorgezakt dat de helling plaatselijk te gering wordt, is eerst constructief herstel nodig voordat er over de bedekking gesproken kan worden.
Ook bij een boerderij die deel uitmaakt van een boerderijcomplex met bijgebouwen in verschillende bouwstijlen, is het verstandig om niet alleen naar het hoofdgebouw te kijken. Een schuur uit de jaren zestig naast een boerderij uit 1910 vraagt mogelijk om een andere aanpak dan het hoofdgebouw zelf, ook als beide uiteindelijk in felsplaten worden gedekt.
Of de bestaande kap behouden blijft en er alleen een nieuwe bedekking op komt, of dat er sprake is van totale vervanging van dak en dakbeschot, maakt voor de aanpak nogal wat verschil; dat leest u op de pagina's die specifiek daarover gaan. Bepaalt u eerst wat er met de bestaande dakconstructie gebeurt, dan kunt u daarna gericht verder lezen over de vervolgstap die op uw boerderij van toepassing is.
Wilt u weten of felsplaten passen bij uw boerderijdak, dan meten wij het liefst ter plekke op, of werken we op basis van een tekening die u ons stuurt. Meedenken over de maatvoering en de uitvoering kost niets, en juist bij een dak dat nooit helemaal recht is, is dat de stap waarmee u het meeste opschiet.