Klikzink

Felsplaten op een lessenaarsdak van een oude boerderij

Een lessenaarsdak heeft maar één schuin vlak, met aan de ene kant een hoge rand en aan de andere kant een lage rand. Dat maakt het op papier het eenvoudigste dak dat er is: geen nok, geen twee vlakken die op elkaar moeten aansluiten, geen hoekkeper. Bij een oude boerderij is dat eenvoud echter relatief. De constructie onder dat ene vlak is vaak een houten gebint van tachtig of honderd jaar oud, en dat gebint staat zelden nog helemaal recht. Wij krijgen deze vraag regelmatig van eigenaren en aannemers die een schuur, stal of aanbouw met een lessenaarsdak willen voorzien van klikfels, en het antwoord begint bij die verzakking, niet bij het materiaal.

Waarom de baanlengte hier alles bepaalt

Op een lessenaarsdak loopt de felsplaat van de hoge rand naar de lage rand in één ononderbroken baan. Er is geen nok waar u een overlap kunt wegwerken en geen tussenschot waar een las past. De lengte van het dakvlak, van goot tot daklijn, is dus meteen de lengte van de plaat die u nodig heeft. Omdat wij platen op maat leveren, op de millimeter, tot een lengte van acht meter, is dat op zichzelf geen probleem. Het wordt pas een probleem als die lengte op verschillende plekken van het dak niet gelijk is, en bij een oude boerderij is dat vaker de regel dan de uitzondering.

Wij hebben dat gezien bij een voormalige aardappelschuur waar de makelaar het dakvlak op de tekening als één rechte rechthoek had ingetekend. In werkelijkheid liep de gording aan de ene kant van de schuur elf centimeter lager door een verzakte fundering, waardoor de dakvoet over de breedte van tien meter niet horizontaal liep maar licht schuin afliep. Wie daar dan platen van exact dezelfde lengte op legt, krijgt aan één kant een rand die te ver oversteekt en aan de andere kant een rand die te kort is voor een goede aansluiting op de goot. De oplossing was niet ingewikkeld: we hebben de platen per baan een paar millimeter laten verschillen in lengte, aflopend met de verzakking mee. Dat vraagt wel dat er vóór de bestelling echt wordt opgemeten op het dak zelf, per baan, en niet één keer aan de rand met de aanname dat de rest wel gelijk zal zijn.

De hoge rand: aansluiten op een gebint dat niet meer recht is

De hoge rand van een lessenaarsdak sluit meestal aan op een hogere muur, een aangrenzend gebouw, of in het geval van een boerderij vaak op de nok van de hoofdbouw waar de schuur tegenaan is gezet. Dat is de plek waar het weer erin kan als de aansluiting niet klopt, en het is bij een oud gebint ook de plek waar de vervorming het meest optelt. Een gebint dat over de volle lengte van het dak een paar centimeter is doorgezakt of verdraaid, laat dat het sterkst zien bij de hoogste gording, omdat daar de doorbuiging van de dragende balken het meest is opgelopen.

Bij een boerderij in de Achterhoek waar we de kap van een lessenaarsschuur hebben beoordeeld, stond de bovenste gording over de lengte van het dak acht centimeter uit het lood ten opzichte van de onderste. De regel die daar gold, en die bij vrijwel elk oud gebint opgaat: de panlatten of dakbeschot volgen niet de tekening maar de werkelijke stand van de balken, en de felsplaat volgt op zijn beurt het beschot. Wij hebben op zulke daken de baanindeling zo gekozen dat de opstaande felsranden van de platen niet strak evenwijdig aan een denkbeeldige rechte lijn liggen, maar geleidelijk meebewegen met de scheve balklijn. Het oog ziet dat niet als scheef, omdat de vervorming over de hele breedte gelijkmatig verdeeld is. Was diezelfde afwijking geconcentreerd op één plek geweest, dan had je aan die kant een zichtbare knik in de rand gekregen, en dat is precies waar het bij verbouwingen aan oude boerderijen misgaat: men legt platen strak volgens de oorspronkelijke tekening en ontdekt op het dak dat de balk daar niet meer ligt waar hij ooit lag.

De lage rand en de druiplijn

De lage rand van een lessenaarsdak is de druiplijn, en daar komt bij een boerderij vaak een tweede complicatie bij: de bestaande goot. Oude boerderijen hebben regelmatig een gootconstructie die is aangepast, verlaagd, of vervangen zonder dat de rest van de dakconstructie is meeveranderd. Bij een dakvlak in Twente stond de gootlijn ruim vijf centimeter lager dan de oorspronkelijke daklijst, een gevolg van een eerdere renovatie waarbij de goot was vernieuwd maar de dakrand niet. De felsplaat moest daar met een langere overstek worden gelegd dan gebruikelijk, met een extra ondersteunende gordinglat om te voorkomen dat de plaat aan die kant te veel doorbuigt onder zijn eigen gewicht en onder de belasting van regenwater dat naar die rand toe loopt. Bij een dakhelling die net boven het minimum van zes graden ligt, wat bij lessenaarsdaken van boerderijen vaker voorkomt dan bij steilere kappen, is die ondersteuning van de rand belangrijker dan bij een steil dak, omdat water bij weinig helling langer op het vlak blijft staan voordat het afloopt.

Waar het misgaat bij een monumentale status

Een lessenaarsdak op een boerderij is regelmatig onderdeel van een pand met een monumentale of beeldbepalende status, ook als het om de bijgebouwen gaat en niet om het hoofdhuis. Dat verandert niets aan de manier waarop de felsplaat wordt gelegd, maar wel aan de vrijheid die u heeft in de details. Wij hebben meegemaakt dat een gemeente akkoord ging met klikfels op het dakvlak zelf, maar eiste dat de zichtbare rand aan de straatzijde in een bepaalde hoogte en profiel bleef, om de oorspronkelijke daklijn te behouden. Dat betekende dat de opstaande felsrand van 35 millimeter niet zomaar kon worden afgewerkt zoals gebruikelijk, maar met een aangepaste daktrim die de oude daklijst visueel benaderde. Dat soort eisen komt u niet tegen op de bouwtekening maar in het vooroverleg met de gemeente, en het is iets waar wij in meedenken als het bouwplan al concreet is, zonder dat daar kosten aan hangen.

Waar klikfels op een lessenaarsdak juist niet de aangewezen keuze is

Is een lessenaarsdak dan altijd geschikt voor felsplaten? Niet automatisch. Bij een dakvlak dat zo ernstig is verzakt dat de afwijking niet meer geleidelijk verloopt maar plaatselijk sterk terugkomt, bijvoorbeeld doordat één spant is doorgezakt en de rest niet, helpt een goede baanindeling niet meer. Dan moet eerst de constructie worden gecorrigeerd of het dakbeschot worden aangepast, anders legt u een strak stalen vlak op een oneffen ondergrond en zal dat ook zichtbaar blijven, hoe zorgvuldig de platen ook zijn gemaakt. Ook bij een dakvlak met heel veel doorbraken, zoals een rij lichtstraten of een dakkapel die dwars door het vlak snijdt, verliest het lessenaarsdak zijn grootste voordeel, namelijk de ene ononderbroken baan, en moet u overwegen of de meerprijs van veel kleine aansluitingen nog past bij het karakter van het gebouw.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten of het lessenaarsdak van uw boerderij zich leent voor klikfels, dan is de eerste stap een opname op het dak zelf: de werkelijke lengte per baan, de stand van de hoge en de lage rand, en de conditie van de gording. Heeft u die gegevens, of een tekening met de bekende afwijkingen, dan denken wij vrijblijvend mee over de baanindeling en de randdetails die bij uw dak passen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink