Klikzink

Felsplaten op een gebogen dak van een oude boerderij

Een boerderij van eeuwen oud heeft zelden een rechte lijn in het dak. De gebintconstructie is met de hand opgetrokken, de dakschilden zijn onder eigen gewicht gaan hangen en de nok is vaak licht doorgezakt. Bij sommige boerderijen is die welving zelfs bewust zo gebouwd, met een licht gebogen rietkap of een tuitgevel die het silhouet ronder maakt. Wie op zo'n dak felsplaten wil leggen, stuit al snel op de vraag of een rechte, stijve plaat wel om die kromming heen wil. Dat is de kern van deze pagina: hoe wij een gebogen boerderijdak benaderen, wat de baanindeling daarbij doet en waar het misgaat als dat niet goed wordt doorgerekend.

Wat een gebogen dak vraagt van de plaat

Onze felsplaten zijn stalen banen van 0,55 millimeter dik, met een werkende breedte van 475 millimeter en een haaks opstaande fels van 35 millimeter aan beide zijden. Die plaat is op zichzelf vlak, maar staal met deze dikte is tot een bepaalde straal wel te buigen, mits de kromming geleidelijk verloopt. Een boerderijdak dat over de volle lengte van de nok naar de goot in een vloeiende boog afloopt, is meestal goed te bekleden. Een dak met een scherpe knik, zoals bij een muizentandgoot die abrupt overgaat in een steil schild, is een ander verhaal: daar werkt de plaat de knik niet weg, die blijft zichtbaar als een lichte facet in het vlak. Wij vragen daarom altijd naar de werkelijke straal van de kromming, niet naar het gevoel dat het dak "een beetje rond" is. Bij een oude gebintconstructie meten we dat het liefst op meerdere plaatsen langs het dakschild, want de boog is bij een dak van honderd jaar oud zelden overal gelijk. Het ene spant is verder doorgezakt dan het andere, en dat verschil moet je kennen voordat je een baanindeling maakt.

De baanindeling op een oneven dak

Bij een nieuw dak op een rechte kap is de baanindeling een kwestie van rekenen: de dakbreedte delen door de werkende breedte van 475 millimeter en de resterende maat verdelen over de buitenste banen. Bij een boerderij met een gebogen en vaak ook licht scheefgezakt dakschild werkt dat niet zo simpel. Wij leggen dan een langsprofiel van het dak vast, meestal met een paar metingen vanaf de nok naar de goot op verschillende plekken over de breedte, en bepalen aan de hand daarvan of de banen in hun volle lengte de boog kunnen volgen of dat we met kortere, gestapelde banen moeten werken. Bij een lange rieten of pannen boerderijkap die in één vloeiende lijn doorloopt, kan een baan soms over de volle lengte van nok tot goot doorlopen, gebogen meegewalst of ter plekke koud gevouwen tot een temperatuur van min vijftien graden. Bij een dak met een duidelijke knik op de overgang van het steile onderschild naar het vlakkere bovenschild, kiezen wij bewust voor een overlap op die knik, zodat de plaat daar niet geforceerd wordt maar netjes aansluit. Dat is een detail dat je vooraf op tekening moet vastleggen, niet iets dat je ter plekke oplost met een hamer.

De randen van een boerderijdak zijn zelden recht

Bij nieuwbouw is de rand van een dakvlak een rechte lijn en een haakse hoek. Bij een oude boerderij is de gootlijn vaak licht golvend, doordat de muurplaat in de loop van de tijd is gaan hangen, en de nok kan van de ene naar de andere kant een paar centimeter verschillen in hoogte. Op die plekken zit het echte werk. De felsnaad zelf is niet het probleem; die klikt en klemt overal even goed. Het probleem zit in de randafwerkingen: de gootlijst, de nokafdekking, de aansluiting op een tuitgevel of op een bestaand rieten dakschild ernaast. Bij een boerderij met een rietgedekt gedeelte en een felsplaten dakschild ernaast, moet de overgang op maat gemaakt worden, want geen twee boerderijen hebben daar hetzelfde profiel. Wij maken die randstukken op de millimeter, in de lengte die het dak op die plek daadwerkelijk vraagt, en niet in een standaardmaat die achteraf ingekort moet worden. Bij monumentale boerderijen komt daar nog bij dat de welstandscommissie of de monumentenzorg soms eisen stelt aan de zichtbaarheid van de rand, bijvoorbeeld een smallere daklijst of een bepaalde kleur overstek. Dat soort eisen verwerken we in de tekening voordat er iets gewalst wordt, want een felsplaat is niet iets dat je na montage nog even aanpast aan een nieuwe eis.

Waar het misgaat

De meest voorkomende fout die wij zien bij gebogen boerderijdaken is dat de kromming wordt aangenomen in plaats van gemeten. Een aannemer schat het dakvlak in als een vloeiende boog, terwijl er in werkelijkheid een knik zit halverwege, precies op de plek waar honderd jaar geleden een nieuwe spantconstructie is bijgebouwd. Als de platen daar in te lange stukken worden aangevoerd, moet er op het dak zelf worden bijgebogen, en dat gaat vaak ten koste van de felsnaad: die klikt dan niet meer helemaal recht en dat zie je terug in de schaduwlijn op de gevel. De tweede fout is de aanname dat een gebogen dak overal even sterk gebogen is. Bij een boerderij met een wolfseind, waar het dakschild aan de zijkant afloopt in een driehoekig vlak, verandert de straal van de kromming juist op die plek. Wie daar met een vaste baanbreedte doorwalst, krijgt op het wolfseind een lelijke pasplaat die niet met de lijn van de rest meeloopt. De derde fout, en die zien we het vaakst bij monumentale boerderijen, is dat de bevestiging wordt gepland als bij een nieuw dak, met een regelmatig rooster van klemmen. Op een oud gebint met houten gordingen die niet allemaal op gelijke hoogte liggen, moet de bevestiging per vak worden aangepast aan wat de onderconstructie werkelijk biedt. Dat is geen kwestie van iets strakker aandraaien, maar van vooraf de gordingen opmeten en de klemafstand daarop afstemmen.

Wanneer felsplaten hier niet de aangewezen keuze zijn

Er zijn boerderijdaken waarbij een gladde felsplaat de kromming niet gaat verhullen maar juist benadrukken. Een dakschild met een zeer sterke, korte boog, zoals bij een klokgevel of een tuitgevel met een sterk gewelfde overgang naar de nok, vraagt om een straal die kleiner is dan wat een stalen plaat van 0,55 millimeter zonder plooien kan volgen. Forceer je dat toch, dan ontstaan er lichte golvingen in het vlak die bij laagstaand licht goed te zien zijn. In zulke gevallen is het verstandiger om het dakvlak op te delen in kleinere, vlakkere segmenten met eigen overgangen, of om voor dat specifieke onderdeel een ander materiaal te overwegen dat wel de kleine straal aankan. Ook bij boerderijen waar de monumentencommissie een historisch dekmateriaal verplicht stelt voor het zichtbare deel vanaf de openbare weg, is een felsplaat op dat vlak geen optie, ook al zou de kromming geen probleem zijn. Dat soort beperkingen hoort vroeg in het traject op tafel te komen, niet nadat er al platen zijn gewalst.

Hoe wij dit oppakken

Bij een gebogen boerderijdak vragen wij om een opname van het dakvlak, het liefst met een paar dwarsdoorsneden op verschillende plekken over de lengte, plus foto's van de onderconstructie waar die zichtbaar is. Op basis daarvan maken wij een baanindeling die de werkelijke kromming volgt, inclusief de plekken waar een knik of een wolfseind een aparte oplossing vraagt. Meedenken op tekening kost niets, en juist bij een dak dat nergens helemaal recht is, is dat de stap die achteraf gedoe voorkomt. Heeft u een boerderij met een dakvlak dat overduidelijk niet in het rechte plaatje past, stuur ons dan de maten en een paar foto's, dan kijken wij mee naar wat er wel en niet kan.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink