Klikzink

Felsplaten oude boerderij: condens en ventilatie

Bij een oude boerderij komt vocht onder het dak meestal niet van buiten. Het dak zelf is doorgaans het minste probleem: felsplaten zijn goed waterdicht als de aansluitingen kloppen. Het vocht dat wij bij oude boerderijen tegenkomen, ontstaat vooral van binnenuit. Er staat vaak nog een veestal onder, of een deel van het gebouw wordt gebruikt om hout te stoken, vee te houden of gewoon te wonen met een gezin dat kookt, doucht en droogt. Die waterdamp trekt omhoog, langs het gebint, tot onder de dakbedekking. Komt die damp daar tegen een koud oppervlak aan, dan condenseert hij. Dat gebeurt onder een felsplaat net zo goed als onder een pan, alleen valt het bij pannen minder op omdat het vocht via de overlappen kan weglopen of verdampen door de open onderconstructie. Onder een gesloten felsplaat, blind bevestigd en zonder ventilerende overlap, moet dat vocht een andere weg vinden. Vindt het die weg niet, dan verzamelt het zich op de onderzijde van de plaat en druppelt het vroeg of laat naar binnen, of het trekt in het houtwerk.

Dat is meteen het verschil met een nieuwbouwschuur of een recente stal. Daar is de opbouw van de grond af aan te ontwerpen met een doorgerekende dampremmende laag en een geventileerde spouw. Bij een boerderij van honderd jaar oud werkt u met wat er al staat: een gebint dat is gezet zonder rekening te houden met bouwfysica zoals wij die nu kennen, vaak zonder enige onderconstructie die geschikt is voor moderne isolatie, en met een dakvlak dat zelden helemaal vlak is. Juist daarom is de vraag naar condens en ventilatie bij dit gebouwtype een andere vraag dan bij een schuur die er vijf jaar staat.

Waarom de oude balklaag de opbouw bepaalt

Een gebint dat een eeuw meegaat, is meestal opgebouwd uit stukken hout die niet allemaal even recht zijn, met verbindingen die in de loop der jaren zijn gaan werken. Wij zien regelmatig gordingen die een paar centimeter uit het vlak liggen, of een dakvoet die aan de ene kant lager ligt dan aan de andere. Dat is op zich geen probleem voor felsplaten: de platen zijn op maat te leveren en een oneffenheid van een paar centimeter is met de juiste regelwerkopbouw op te vangen. Waar het wél toe doet, is de ventilatieruimte die u tussen het gebint en de nieuwe dakbedekking aanhoudt. Bij een boerderij is die ruimte zelden overal even dik, simpelweg omdat het hout zelf niet overal even dik of even recht is. Een aannemer die dat niet meeneemt in de tellingmaat, loopt het risico dat de ventilatiespouw op de ene plek dichtslibt en op de andere plek juist te ruim is om nog effectief te werken.

Bij een monumentale of beeldbepalende boerderij komt daar nog iets bij. Vaak mag of wil men het zicht op de oude balklaag vanuit de stal of schuur behouden, en wordt er van binnenuit niet of nauwelijks geïsoleerd tegen het gebint aan. Dat betekent dat de temperatuur aan de onderzijde van het dakvlak dicht bij de buitentemperatuur blijft, terwijl de lucht in de ruimte eronder relatief warm en vochtig is. Precies de omstandigheden waarin condensatie optreedt. In zo'n situatie is een geventileerde luchtspouw tussen isolatie en dakbedekking niet iets om achteraf te overwegen, maar het uitgangspunt van het hele ontwerp.

Waarom een gesloten plaat om een open constructie vraagt

Felsplaten zijn vlakke, gesloten platen zonder overlappende poriën waar lucht doorheen kan. Dat is precies waarom ze zo goed waterdicht zijn, maar het betekent ook dat alle ventilatie die nodig is, actief in de opbouw moet worden meegenomen. Bij dakpannen op een oude schuur ontstaat er vaak, ook zonder dat iemand het bewust heeft aangelegd, enige natuurlijke ventilatie via de open stootvoegen en de ruimte onder de pannen. Bij een gesloten felsplaat is die marge er niet. Dat is geen nadeel van het materiaal, het is een andere manier van werken: u regelt de luchtstroom zelf, met doordachte in- en uitlaten, in plaats van te vertrouwen op de kieren van een oude constructie.

In de praktijk betekent dit voor een oude boerderij meestal een opbouw met een dampremmende laag aan de binnenzijde, boven het gebint een geventileerde spouw van voldoende dikte, en de felsplaten daarboven op panlatten of een volledige ondersteunconstructie, afhankelijk van de dakhelling en de ondergrond. Bij een boerderij met een flauwe kap, soms net boven de zes graden helling waarbij felsplaten nog toepasbaar zijn, is die luchtstroom door de spouw kritischer dan bij een steile kap, simpelweg omdat de lucht minder vanzelf gaat stromen. Daar moet de in- en uitlaat van de spouw goed doordacht zijn, met voldoende opening bij de dakvoet en bij de nok, anders blijft de lucht in de spouw stilstaan en doet die geen nuttig werk meer.

Waar het misgaat, en waar dit niet de oplossing is

Wij zien de meeste schade niet ontstaan doordat de felsplaten zelf lekken, maar doordat de ventilatie er later bij is gepropt zonder dat de rest van de opbouw daar rekening mee hield. Een dampremmende laag die aan de binnenzijde is aangebracht maar niet goed is aangesloten op de kopgevels, of een spouw die aan de nokzijde dichtloopt door isolatiemateriaal dat wat is opgezet, is voldoende om het hele systeem zijn werk te laten missen. Bij een boerderij waar de stal nog in gebruik is met dieren die veel vocht produceren, is de belasting op dat systeem groter dan bij een schuur die alleen droge opslag herbergt. Dat verschil moet meegenomen worden in het ontwerp van de spouw en niet pas achteraf blijken uit een lekkageklacht.

Er zijn ook situaties waarin wij zeggen dat een volledig gesloten felsplaat niet de aangewezen keuze is, in elk geval niet zonder een grondige aanpak van de onderliggende constructie eerst. Als een gebint zo vervormd is dat er geen redelijk gelijkmatige ventilatiespouw meer te maken is zonder ingrijpende aanpassingen, of als de eigenaar niet van plan is om iets aan de dampremming of ventilatie te doen en simpelweg een nieuwe laag over de oude constructie wil leggen, dan adviseren wij eerst die kant van het verhaal op orde te krijgen. Felsplaten zijn dan het sluitstuk, niet de oplossing voor een vochtprobleem dat al langer speelt. Een dakbedekking, hoe waterdicht ook, kan een storende luchtstroom van binnenuit niet compenseren.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten hoe de ventilatie in uw specifieke situatie het beste kan worden opgelost, dan is het nuttig om vooraf te weten hoe het gebint erbij ligt, wat er onder het dak gebeurt qua gebruik, en of er al een dampremmende laag aanwezig is. Met die informatie kunnen wij op tekening meedenken over de opbouw, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Zo weet u vooraf waar u aan toe bent, voordat er ook maar één plaat op maat wordt gewalst.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink