Klikzink
Bij een oude boerderij is de vraag naar een waterdichte doorvoer nooit een standaardvraag. Op een nieuw dak met een rechte, stramme onderconstructie is een dakraam of een stalen doorvoer voor een ventilatiekanaal, een schoorsteen of een lichtkoepel een kwestie van de juiste manchet of inbouwkader kiezen en die volgens voorschrift monteren. Bij een gebinteconstructie die soms honderd jaar oud is, ligt dat anders. De spanten zijn met de hand gezaagd, de gordingen zijn in de loop van decennia verzakt of verdraaid, en geen twee velden zijn precies gelijk. Wij krijgen deze vraag vaak van aannemers en eigenaren die al weten dat ze klikfelsplaten willen, maar die zich terecht afvragen hoe je een doorvoer waterdicht krijgt op een ondergrond die zelden echt vlak is.
Een felsplaat zelf is niet het probleem bij een doorvoer. Het probleem is wat erachter zit. Op een oude boerderij is de dakconstructie meestal opgebouwd uit gordingen met daarop panlatten of een enkele beschieting, gebouwd voor pannen, niet voor een aaneengesloten stalen dakvlak. Als er nu een dakraam of een doorvoer voor een kachelpijp bij moet, dan moet er eerst een vlak en stevig aanslagvlak komen rond die opening, ongeacht of de rest van het dak verder meebeweegt met de oude structuur. Wij zien in de praktijk dat aannemers dit oplossen met een lokaal bijgewerkt kader van multiplex of underlayment, precies rond de doorvoer, waterpas gesteld ten opzichte van de rest van de plaat. De felsplaat zelf blijft daarbuiten gewoon de bestaande welvingen en kleine oneffenheden van het dak volgen, want die plaat is dun en volgt de ondergrond soepel mee. Alleen rond de opening moet het vlak zijn, anders sluit geen enkel kaderprofiel goed aan.
De fels van 35 mm die de banen met elkaar verbindt, loopt in principe door over het hele dakvlak, ook langs een doorvoer. Bij een dakraam of een schoorsteendoorgang wordt het stramien van felslijnen zo gekozen dat de opening midden in een baan valt of net aansluit op een fels, en niet dwars over een fels heen. Dat stramien bepalen wij vooraf op tekening, aan de hand van de exacte plaats van de doorvoer op het dak. Bij een oude boerderij is dat een van de punten waar meedenken vooraf verschil maakt, want een doorvoer die per ongeluk precies op een felsnaad uitkomt, geeft achteraf meer werk dan nodig. Rond de opening zelf komt een inbouwkader dat aan de bovenzijde de felsplaten overlapt en aan de zijkanten en onderzijde met opstaande randen het water afvoert naar het dakvlak. Bij een schoorsteen of ventilatiekanaal werkt dat met een voet die om de doorvoer sluit en die onder de felsplaten schuift aan de bovenzijde, zodat regenwater er niet onder kan komen, en die over de platen heen loopt aan de onderzijde, zodat het water er wel af kan.
Veel van deze boerderijen hebben een beeldbepalende of monumentale status, en dat raakt niet alleen de kleur van de plaat maar ook hoe een doorvoer wordt uitgevoerd. Een gemeente of erfgoedcommissie kijkt vaak mee naar het aantal en de plaatsing van dakramen, en soms naar het type doorvoer dat zichtbaar is vanaf de weg of het erf. Wij hebben dat meegemaakt bij een boerderij waar de eigenaar een lichtstraat wilde voor de zolderverdieping, boven de voorgevel, terwijl de commissie liever een minder opvallende oplossing zag aan de achterzijde van het dak. Dat soort overweging heeft niets met de felstechniek te maken, maar bepaalt wel waar de doorvoer komt en dus hoe het stramien van de platen wordt ingedeeld. Praktisch advies daarover geven wij niet, dat is aan de architect of de vergunningverlener, maar wij houden er in de planning van de platen wel rekening mee, want een doorvoer die achteraf ergens anders moet komen dan gepland, kost meer dan wanneer die vooraf goed op de tekening staat.
Bij een doorvoer voor een enkel kanaal, zoals een afvoerpijp van een cv-ketel of een ventilatiekanaal, wordt vaak een rubberen of loden manchet gebruikt in combinatie met een stalen basisplaat. Die basisplaat moet vlak op het dak liggen om de fels goed te kunnen overlappen. Bij een oude boerderij waarvan de gording onder die plek een paar centimeter is verzakt, past die basisplaat niet zomaar. Een aannemer die dat niet vooraf checkt, komt er tijdens de montage achter dat de manchet aan één kant omhoog wipt en dus niet meer aansluit op de fels. Wij raden daarom aan om, voordat de platen besteld worden, de exacte plek van elke doorvoer op te meten inclusief de plaatselijke welving van het dakvlak, zodat de basisplaat van de manchet daarop wordt afgestemd en niet achteraf provisorisch wordt bijgeschaafd op het dak zelf.
Niet elke gewenste locatie voor een dakraam of doorvoer is een goede locatie, ook al is het technisch mogelijk om er iets waterdicht te krijgen. Bij een gebinteconstructie met een spantpoot die net onder de gewenste plek van een dakraam doorloopt, kan het raam wel geplaatst worden, maar dan zit het bovenlicht straks half achter een balk verscholen als er van binnenuit naar boven gekeken wordt. Dat heeft niets met de felsplaten te maken, maar met de indeling van het gebint, en dat is precies waarom wij bij deze gebouwen altijd aanraden om de binnenkant van het dak te bekijken voordat de plek van een dakraam wordt vastgelegd. Ook bij een doorvoer voor een grotere lichtkoepel op een oud dak met weinig helling, dicht bij de grens van zes graden waaronder felsplaten niet meer geschikt zijn, is het verstandig om samen met de leverancier van de lichtkoepel te kijken of het detail rond de opstand wel voldoende afschot krijgt. Een lichtkoepel met een te lage opstand op een vlak deel van het dak is een veelvoorkomende plek waar lekkage ontstaat, niet doordat de felsplaat het niet aankan, maar doordat de opstand zelf te weinig hoogte heeft om regenwater goed af te voeren bij weinig dakhelling.
Omdat elke doorvoer een onderbreking in het stramien van de felslijnen betekent, werken wij bij boerderijen met dakramen of doorvoeren altijd met een tekening waarop elke opening exact staat ingemeten, inclusief de gewenste plaats ten opzichte van de nokrichting en de goot. Onze platen worden op maat gewalst tussen 450 en 8000 millimeter, op de millimeter nauwkeurig, en dat is precies waardoor een stramien rond een doorvoer vooraf kan worden vastgelegd in plaats van achteraf te worden opgelost met een extra naad of een lasplaat. Voor een aannemer die op een bestaand gebint werkt, waar iedere sparing net iets anders uitkomt dan op de oorspronkelijke tekening, is dat meedenken vooraf vaak het verschil tussen een dak dat in één keer goed sluit en een dak waar op de bouwplaats nog geïmproviseerd moet worden.
Als er op uw boerderij een dakraam of een doorvoer bij moet, is het verstandig om eerst de exacte locatie te bepalen ten opzichte van de gordingen en spanten, en pas daarna het stramien van de felsplaten daarop af te stemmen. Stuur ons de tekening of de foto's van de bestaande situatie, dan denken wij mee over waar het stramien het beste op aansluit en welk type doorvoer bij de gekozen plek past. Dat meedenken kost niets, en voorkomt dat een doorvoer die op papier eenvoudig leek, op het dak zelf toch een probleem wordt.