Klikzink
Bij een oude boerderij krijgen wij vaak dezelfde vraag in twee vormen: kan het met felsplaten, of moet het EPDM worden. Het antwoord begint niet bij de kleur of het budget, maar bij de helling van het dakvlak. Die helling is bij een boerderij van honderd jaar oud vaak geen vast gegeven, en dat maakt de keuze anders dan bij een nieuwbouwschuur met een rechte, berekende kapconstructie.
Een gebinte dat een eeuw geleden is opgetrokken, is met de hand gekapt en op het oog gesteld. Er is gezet, verzakt, soms een muur die scheef is gaan staan door de jaren heen, soms een nokbalk die niet meer helemaal recht ligt. Bij een nieuw dak meten wij één helling en rekenen daarmee. Bij een oude boerderij meten wij op meerdere plekken, en dan blijkt de helling aan de ene kant van het dakvlak net iets anders dan aan de andere kant. Dat verschil is vaak klein, een paar graden, maar het is precies het verschil dat bepaalt of felsplaten hier verantwoord kunnen of niet.
Felsplaten zijn toepasbaar vanaf zes graden dakhelling. Ligt het laagste punt van het dakvlak daar net onder, dan is EPDM de veiligere keuze op dat gedeelte, ook al is de rest van het dak steiler genoeg. Wij hebben dat meegemaakt bij een boerderij waar de achterzijde van het dak, boven een latere aanbouw, nog geen vijf graden helling had terwijl de voorzijde ruim boven de tien graden lag. Daar is het dak in twee materialen uitgevoerd: felsplaten op het steile voorschild, EPDM op het vlakke achterschild. Geen esthetisch ideale oplossing, maar wel de enige die op lange termijn droog blijft.
Felsplaten zijn stalen banen van 0,55 millimeter dik, met een fels van 35 millimeter die de banen aan elkaar klikt. Dat systeem werkt het beste op een ondergrond die redelijk vlak is. Een lichte welving in het dakvlak is meestal geen probleem, de platen zijn koud vouwbaar en volgen de vorm van de onderconstructie tot op zekere hoogte mee. Maar bij een oud gebint met een uitgesproken bolling, een duidelijke knik halverwege het dakvlak, of plekken waar de gordingen niet meer in één lijn liggen, gaat de fels dat verschil laten zien. De naden lopen dan niet meer strak door, en op een dak dat toch al beeldbepalend is, valt dat op.
EPDM heeft dat probleem niet. De rubberfolie is volledig flexibel en legt zich over elke onregelmatigheid in het dakbeschot heen, zonder dat je dat vanaf de grond ziet. Bij een boerderij waar de kapconstructie zichtbaar is verzakt, en waar herstel van het gebint geen optie is omdat de eigenaar de authentieke doorbuiging juist wil behouden, is EPDM vaak de enige manier om een net dakvlak te krijgen zonder dat je de constructie eerst rechtzet.
Bij een boerderij met een monumentale of beeldbepalende status speelt nog iets anders: hoe het dak eruit ziet, telt net zo zwaar als hoe het functioneert. Felsplaten hebben een duidelijk zichtbaar lijnenpatroon, de staande naad die elke 475 millimeter terugkomt. Dat past bij een boerderij met een dakvorm waar je die belijning wilt laten meespelen, bijvoorbeeld een lang, doorlopend dakvlak waar de banen tot op de nok kunnen doorlopen zonder onderbreking. Wij hebben platen tot 8000 millimeter geleverd voor dat soort situaties, op maat gewalst, zodat er geen dwarsnaad in het zicht komt.
EPDM heeft geen zichtbare naadstructuur in die zin, het oppervlak is vlak en informeel. Voor een rieten of pannen boerderij waar het dakvlak grotendeels uit het zicht ligt, achter een overstek of op een bijgebouw, is dat vaak precies goed: functioneel, niet opdringerig. Voor een boerderij waar het dak zelf onderdeel is van het beeld dat mensen zien vanaf de weg, geven wij vaker het advies om waar mogelijk toch de fels te kiezen, juist om dat lijnenspel.
Bij een monument of een pand met een beeldbepalende status ligt er meestal een welstandstoets of een omgevingsvergunning tussen de wens en de uitvoering. Wij zien in de praktijk dat welstandscommissies verschillend reageren op felsplaten en op EPDM. Felsplaten worden vaak makkelijker aanvaard omdat het zichtbaar een metalen dakbedekking is met een herkenbare, oude bouwtraditie erachter, ook al is het materiaal zelf nieuw. EPDM wordt soms strenger beoordeeld omdat het rubber ogenschijnlijk niets met de streekeigen bouwtraditie te maken heeft, ook al zit het vaak onder het zicht. Dit verschilt sterk per gemeente en per commissie, en wij raden altijd aan dit voor de uitvoering af te stemmen, liever dan achteraf.
Een ander punt dat bij een oud gebint meespeelt, is het gewicht van de dakbedekking. Felsplaten wegen ongeveer 5 kilo per vierkante meter, dat is licht in vergelijking met veel andere materialen. EPDM is doorgaans nog lichter, afhankelijk van de dikte van de folie en het type dakbeschot waarop het wordt aangebracht. Bij een eeuwenoude balkenconstructie die al zijn hele bestaan een zware rieten of pannen bedekking heeft gedragen, is dat gewichtsverschil in de praktijk zelden de doorslaggevende factor, maar bij een constructie die al zichtbaar op zijn grens zit, telt elke kilo minder wel mee.
Beide materialen vragen weinig onderhoud, maar niet om dezelfde reden. Felsplaten hebben een gecoate stalen ondergrond, verzinkt en afgewerkt met een organische laag van 50 micrometer. De coating beschermt tegen weersinvloeden, en zolang het oppervlak niet beschadigd raakt, blijft dat zo. EPDM is een rubberfolie zonder coating die kan verweren, maar de folie zelf is ook zonder onderhoud bestand tegen een lange reeks winters en zomers. Het praktische verschil zit vooral in reparatie: een beschadigde felsplaat vervang je als baan, een gat in EPDM plak je met een reparatiekit. Bij een uitgestrekt boerderijdak waar je liever niet elke tien jaar over het dak loopt, is dat onderhoudsgemak voor beide materialen vergelijkbaar, mits goed aangelegd.
Ons advies bij een oude boerderij is bijna altijd: eerst het dak inmeten, dan pas het materiaal kiezen. Wij denken kosteloos mee op basis van een tekening of een inmeting, en geven daarbij aan waar de helling wel en waar die niet toereikend is voor felsplaten. Is het hele dakvlak steil genoeg en redelijk vlak, dan is de fels vaak de logische keuze, ook uit oogpunt van welstand. Is het gebint zichtbaar vervormd, of ligt een deel van het dak onder de grens van zes graden, dan noemen wij dat gewoon, ook als de klant al met felsplaten in het hoofd naar ons toe komt.
Meet, of laat meten, de helling op minimaal twee plekken van elk dakvlak, en let op zichtbare oneffenheden in het gebint. Stuur ons die gegevens, samen met een foto of tekening van de bestaande situatie, en wij geven aan welk materiaal op welk deel van het dak logisch is, en waarom.