Klikzink
Een kapschuur is een gebouw met een eigen logica. Vaak een grote open ruimte zonder binnenwanden, gordingen die relatief ver uit elkaar liggen omdat er niets tussen staat om ze te ondersteunen, en meestal geen isolatie omdat de schuur niet verwarmd wordt. Die combinatie maakt de keuze tussen felsplaten en EPDM anders dan bij een woning of een geïsoleerde bedrijfshal. Wij zetten de twee hier naast elkaar voor precies dit gebouw, met de vraag die hier het zwaarst weegt: wat doet u aan condens.
Felsplaten kunnen wij toepassen vanaf zes graden dakhelling. Daaronder werkt het felssysteem niet meer betrouwbaar, hoe zorgvuldig de plaat ook gelegd wordt. EPDM kent die ondergrens niet. De rubberfolie wordt aan elkaar gelast of verkleefd tot één waterdicht vlak en werkt ook bij een dak dat nagenoeg vlak ligt, met alleen een minimale afschot om regenwater te laten lopen.
Bij een kapschuur met een zadeldak van, zeg, twintig graden is die ondergrens geen issue: beide materialen kunnen. Maar een deel van de kapschuren die wij tekenen voorbijkomen heeft een flauwe eenzijdige helling, soms net boven de zes graden, soms eronder. In dat laatste geval is de discussie snel beslecht: dan is EPDM de enige van de twee die technisch aan de orde is. Ligt de helling ruim boven de zes graden, dan gaat het gesprek verder, en dan wordt de ondergrond en de bouwfysica belangrijker dan de helling zelf.
Een kapschuur is vaak gebouwd om iets groots onder te brengen: een tractor, een boot, hooi, materieel. Dat betekent een overspanning zonder tussensteunpunten en gordingen die verder uit elkaar liggen dan in een woonhuis. Voor felsplaten is dat in principe geen probleem: de platen zijn leverbaar tot 8000 millimeter lengte en worden op de gording bevestigd met klemmen onder de fels, dus de plaat zelf overspant de ruimte tussen de gordingen in één stuk, zonder naad. Bij een ruime gordingafstand moet die overspanning wel passen bij de plaatdikte en de belasting die u verwacht, denk aan sneeuwbelasting of het gewicht van iemand die voor onderhoud op het dak moet. Dat is per situatie anders en iets waar wij in meedenken als we de tekening zien.
EPDM ligt op een aaneengesloten ondergrond, meestal een dakbeschot van platen op de gordingen. Bij een kapschuur met ruime gordingafstand betekent dat een extra laag: eerst een voldoende stijve plaatvloer over de gordingen, dan de EPDM daarop. Die plaatvloer moet zelf ook die overspanning aankunnen zonder door te buigen, want EPDM volgt elke welving in de ondergrond en dat is op termijn te zien. Bij felsplaten legt u de plaat direct op de gording en heeft u die extra laag niet nodig. Dat scheelt materiaal en werk, en is precies waarom felsplaten bij een kapschuur met grote overspanning en gordingen op afstand vaak de praktischer route zijn, zolang de helling het toelaat.
Een kapschuur heeft doorgaans geen isolatie. Dat is functioneel: het gebouw wordt niet verwarmd, dus isoleren voegt weinig toe en kost alleen geld. Maar het heeft een keerzijde die vaak onderschat wordt: zonder isolatielaag is er niets dat het dakvlak van binnenuit op temperatuur houdt, en dat is precies waar condens ontstaat.
Bij felsplaten op een ongeïsoleerd dak koelt de onderkant van de stalen plaat 's nachts af tot buitentemperatuur. Warme, vochtige lucht uit de schuur, van een tractor die net binnen is gereden in de regen, van hooi, van vee als het een gecombineerde schuur is, komt tegen die koude plaat aan en slaat neer als condens aan de binnenzijde. Bij een dak zonder onderconstructie die dat vocht opvangt, druppelt dat naar beneden op de spullen die u net had willen beschermen. De oplossing hier is niet het felssysteem zelf, maar een condensregulerend vlies aan de onderzijde van de plaat, dat het vocht vasthoudt tot het weer kan verdampen. Dat is een standaard toevoeging die wij meenemen als een kapschuur ongeïsoleerd blijft.
Bij EPDM speelt hetzelfde probleem, maar dan aan de onderkant van het dakbeschot. Ook daar kan condens ontstaan tegen de koude onderzijde van de plaatvloer, met het risico dat het hout op termijn vocht opneemt en gaat rotten, onzichtbaar tot het al ver gevorderd is. Bij EPDM is de oplossing een damprem aan de binnenzijde van de constructie of voldoende ventilatie onder het dakvlak, en dat is minder eenvoudig te controleren dan een vlies onder een stalen plaat, juist omdat het achter een gesloten houtconstructie zit.
De conclusie hier is dat condens bij een ongeïsoleerde kapschuur niet vanzelf verdwijnt door voor het ene of het andere materiaal te kiezen. Het is bij beide een aandachtspunt, en bij beide is er een manier om het op te vangen. Bij felsplaten ligt die oplossing zichtbaar tegen de plaat aan en is die relatief eenvoudig mee te bestellen. Bij EPDM ligt de oplossing in de opbouw van de houtconstructie erachter, en dat vraagt dat de aannemer die laag goed uitvoert, want achteraf corrigeren is lastiger.
Als de kapschuur een helling heeft die onder de zes graden ligt, is EPDM niet de alternatieve optie maar de enige. Datzelfde geldt bij ingewikkelde vormen met veel inwendige hoeken, kleine opstanden of doorvoeren dicht bij elkaar, zoals bij een schuur met een dakraam of een doorgang voor een schoorsteen. EPDM is daar flexibeler in de uitvoering omdat het materiaal om details heen gevormd kan worden zonder dat er een aparte plaatprofilering voor nodig is. Bij een kapschuur met een simpele rechte kap zonder van die complicaties is dat voordeel er niet, en dan telt het gewicht van beide oplossingen, de uitvoeringstijd en het onderhoud over de jaren mee in de afweging.
We kunnen op tekening meekijken naar de helling, de gordingafstand en de manier waarop u de schuur gebruikt, en van daaruit aangeven of felsplaten in uw geval passen of dat EPDM logischer is. Dat meedenken kost niets. Heeft u de maten en de helling van uw kapschuur bij de hand, dan kunt u ons bellen of de tekening opsturen, en denken wij mee over wat hier het beste past.