Klikzink
Een schilddak heeft geen nok die van gevel tot gevel doorloopt, maar vier vlakken die allemaal naar elkaar toe lopen. Bij een oude boerderij komt daar iets bij dat op een nieuwbouwwoning niet speelt: de gebinteconstructie onder dat dak is vaak vijftig, zeventig of honderd jaar oud, en in al die jaren is er wat gaan hangen, verzakken of verschuiven. Een schilddak op een boerderij is dus zelden echt vlak, en dat merkt u het eerst bij de hoekkepers, waar de vier vlakken samenkomen.
Bij een rechthoekige kap ontstaan er vier hoekkepers die vanuit de nok naar de vier hoeken van het gebouw lopen. Op een tekening is dat een nette lijn onder 45 graden. In de praktijk van een oude boerderij loopt die lijn vaak net iets anders, omdat de ene gevel een centimeter of wat lager ligt dan de andere, of omdat de nokbalk in het midden een lichte boog heeft gekregen. Wij werken daarom niet met een standaardmaat die we op alle vier de hoeken toepassen, maar we nemen de kepers apart op. Dat kost meer tijd vooraf, maar het voorkomt dat de platen op het dak zelf nog bijgewerkt moeten worden.
Op een zadeldak legt u de banen simpel evenwijdig aan de goot, van de goot naar de nok. Op een schilddak met vier vlakken en vier kepers krijgt elk vlak zijn eigen baanindeling, en die vier indelingen moeten in de hoeken op elkaar aansluiten. Bij een boerderij met een breed hoofdvlak en twee smallere schilden aan de zijkanten betekent dit dat de baanbreedte op het hoofdvlak zelden gelijk opgaat met de kepermaat, en dat er dus een sluitbaan overblijft die precies op de keperlijn moet uitkomen.
Omdat felsplaten op de millimeter leverbaar zijn, van 450 tot 8000 millimeter, kunnen wij die sluitbaan laten walsen op de maat die uit de opname komt, in plaats van een standaardbaan op het dak in te korten. Dat is precies waar het verschil zit tussen een dak dat er na een paar jaar nog steeds netjes bijligt en een dak waar u bij laag zonlicht een rafelige lijn langs de keper ziet. Bij een hoekkeper die niet helemaal recht is, wat bij een oude gebinteconstructie eerder de regel dan de uitzondering is, valt een verkeerde baanmaat het snelst op.
De kepervoeg zelf is het andere aandachtspunt. Daar komen de platen van twee vlakken samen onder een hoek, en dat vergt haaks en secuur snijwerk, met een onderconstructie die het water bij de voeg goed afvoert. Bij een boerderij met een steil schilddak staat er bovendien meer druk op die voeg dan op een vlak dak, simpelweg omdat er meer regenwater via de kepers naar de goot loopt.
Een schilddak heeft geen windveren aan twee kopgevels zoals een zadeldak, maar een doorlopende gootlijn rondom het hele gebouw en vier hoekpunten waar die goot een richting verandert. Bij een oude boerderij is die gootlijn zelf vaak het eerste probleem: de gevel is in de loop der jaren gezet, waardoor de goot niet meer overal even hoog ligt. Wij meten die gootlijn daarom altijd ter plekke op, in plaats van uit te gaan van de oorspronkelijke bouwtekening, die bij een boerderij van deze leeftijd vaak niet eens meer bestaat of niet meer klopt met de werkelijkheid.
Boven, waar de vier schilden samenkomen, ligt bij een schilddak geen nok in de klassieke zin maar vaak een klein topvlak of een korte nokgraat, afhankelijk van de verhouding tussen breedte en diepte van de boerderij. Die overgang vraagt een eigen kapdetail, en bij een authentieke boerderij met een lage nokhoogte is daar letterlijk weinig ruimte om fouten in het snijwerk op te vangen. Een baan die een centimeter te kort is, is bij de nok van een gewoon zadeldak nog te verstoppen onder een nokvorst. Bij de smalle top van een schilddak is die marge er vaak niet.
De hoeken onderaan, waar twee gootlijnen elkaar onder een hoek ontmoeten, zijn het vierde punt waar we extra aandacht aan geven. Bij veel boerderijen steken de gootlijnen hier ook nog uit boven een overstek, wat betekent dat het onderaanzicht mee moet in de detaillering. Dat overstek is bij oude boerderijen bovendien vaak asymmetrisch: de ene hoek is verder doorgezakt dan de andere, en dat vertaalt zich in vier hoekdetails die net iets van elkaar verschillen in plaats van één detail dat u viermaal herhaalt.
De meest gemaakte fout op een schilddak van een oude boerderij is dat de vier vlakken los van elkaar worden ingemeten en pas op het dak blijkt dat de kepers niet aansluiten. Dat leidt tot bijsnijden op hoogte, met platen die net niet meer haaks zijn en een voeg die zichtbaar scheeftrekt. Wij nemen daarom het hele dak in één keer op, de vier vlakken en de vier kepers samen, voordat er iets gewalst wordt.
Een tweede fout is uitgaan van een symmetrisch schilddak terwijl het gebouw dat niet is. Veel boerderijen zijn in de loop van de tijd verbouwd, met een aanbouw die het schild aan één kant verkort of een dakkapel die een vlak doorbreekt. Wie de baanindeling baseert op de veronderstelling dat alle vier de schilden gelijk zijn, komt op de bouwplaats voor een verrassing.
De derde fout gaat over de status van het gebouw zelf. Veel van deze boerderijen zijn beeldbepalend of hebben een monumentale status, en dan ligt niet alleen de techniek vast maar ook het aanzicht. Een keperlijn die vanaf de grond zichtbaar net niet recht doorloopt, valt bij een monumentaal pand sneller op dan bij een gewone schuur, simpelweg omdat er meer naar gekeken wordt. Wanneer felsplaten op een schilddak van een oude boerderij minder voor de hand liggen, is het niet vanwege het materiaal zelf: op zes graden dakhelling en hoger is het toepasbaar, en met een gewicht van ongeveer vijf kilo per vierkante meter is het voor een oud gebint doorgaans geen belasting om u zorgen over te maken. De reden om terughoudend te zijn ligt eerder in het vakmanschap dat de opname en de kepervoegen vergen: als daar niet genoeg tijd voor wordt genomen, ziet u dat juist op een schilddak het snelst terug.
Wilt u weten hoe de vier vlakken en kepers van uw boerderijdak zich verhouden tot de baanindeling, dan kunnen wij op basis van een opname of een tekening meedenken over de kepervoegen en de sluitbanen. Dat meedenken op tekening kost u niets, en het is bij een schilddak met een gebint van deze leeftijd de stap die achteraf het meeste scheelt.