Klikzink

Felsplaten op schilddak jachthavengebouw

Een schilddak heeft geen platte kant om even snel vol te leggen. Vier vlakken lopen vanaf de nok naar vier verschillende gevels, en op elke hoek waar twee vlakken samenkomen ontstaat een hoekkeper. Bij een jachthavengebouw met een min of meer vierkante of rechthoekige plattegrond zijn dat er meestal vier, soms meer als er een aanbouw of luifel bij het schip komt. Dat is meteen het eerste dat deze dakvorm onderscheidt van een lessenaarsdak of een zadeldak: er is geen enkel vlak dat u in één rechte lijn van goot tot nok kunt beleggen zonder ergens tegen een schuine snede aan te lopen.

Waar het snijwerk zit

Op elk van de vier vlakken beginnen de banen vol aan de goot, maar naarmate ze de nok naderen, versmalt het vlak door de hoekkepers aan beide zijden. Dat betekent dat vrijwel elke baan op een schilddak aan de bovenkant schuin afgezaagd of afgekort moet worden, met een hoek die per vlak en per baan net iets anders kan liggen als de kepers niet exact symmetrisch lopen. Bij een jachthavengebouw met een verspringende plattegrond, bijvoorbeeld omdat er aan één zijde een overkapping voor de botenopslag tegenaan is gebouwd, lopen de hoeken van de kepers vaak niet meer overal hetzelfde. Dan moet elke baan afzonderlijk worden ingemeten in plaats van dat één mal voor het hele vlak kan worden gebruikt.

Omdat wij de platen op maat leveren, kunnen we een deel van dat snijwerk al in de fabriek doen als de tekening voorafgaand aan de bestelling goed is doorgemeten. Dat scheelt op het dak zelf tijd en risico op verkeerd zagen, vooral bij vlakken die door bomen, een mast of een steiger lastig te bereiken zijn. Maar de laatste centimeters bij de keper zelf worden altijd op het werk zelf aangepast, want een schilddak wijkt in de praktijk toch bijna altijd een fractie af van de tekening. Een aannemer die dit voor het eerst doet, onderschat vaak hoeveel tijd er in die hoeken gaat zitten vergeleken met het rechte werk op de vlakken.

De hoekkeper als zwakke plek in de baanindeling

De hoekkeper is niet alleen een snijlijn, het is ook de plek waar water van twee vlakken samenkomt en versneld afvoert. Bij een normaal zadeldak zit die belasting alleen in de dakgoot, maar bij een schilddak zit er ook druk op de kepers zelf, zeker bij een slagregen die van opzij komt. Voor een jachthavengebouw dat vaak op een open, winderige locatie staat, is dat geen theoretisch punt. De aansluiting op de keper moet een doorlopende, sluitende overlap hebben, en de klemmen onder de fels moeten daar net zo dicht opeen staan als op de rest van het vlak, ook al is de baan op die plek nog maar een paar centimeter breed.

In de praktijk gaat dit het vaakst mis wanneer de laatste, versmalde baan bij de keper wordt vastgezet met minder klemmen dan de rest, omdat de installateur denkt dat een smalle strook toch niet veel kracht opvangt. Bij wind vanaf open water is dat een misvatting: net die smalle strook zit op de plek waar de windbelasting het hoogst oploopt, aan de rand en de hoek van het dak. Een baanindeling die op tekening netjes lijkt, moet dus op de bouwplaats gecontroleerd worden op waar precies de kortste, meest kwetsbare stroken vallen, en daar extra aandacht aan geven in plaats van minder.

Zout in de lucht: waarom de coating hier niet vrijblijvend is

Een jachthavengebouw staat per definitie dicht bij water, en bij zout of brak water komt er zout in de lucht terecht dat op het dak neerslaat. Dat is een andere belasting dan bij een gebouw verder landinwaarts, en het raakt precies het onderdeel van de plaat waar de bescherming op zit: de coating. De platen zijn hier voorzien van een organische laag van 50 micrometer, GreenCoat Pural BT, die om die reden niet als bijzaak gezien moet worden bij een gebouw op deze plek. Bij een loods op een industrieterrein is de coatingkeuze vaak een kwestie van kleur en uitstraling; bij een jachthavengebouw is het de eerste verdedigingslinie tegen een omgeving die het staal actief wil aantasten.

De onderlaag van verzinkt staal, 275 gram zink per vierkante meter aan beide zijden, vangt op waar de coating ooit lokaal beschadigd raakt, bijvoorbeeld door een val van gereedschap tijdens onderhoud aan een antenne of een lichtmast op het dak. Maar de coating is de laag die dagelijks bloot ligt aan zout, wind en uv, en die moet op een schilddak bij het water intact blijven, vooral op de vlakken die het meest naar het open water gericht staan. Wij leveren de platen in drie matte kleuren met een glansgraad onder de 5, wat op deze locaties ook praktisch is: een hoge glans zou de zoutsporen en het verweringspatroon veel zichtbaarder maken dan een mat oppervlak doet.

Waar het misgaat bij bevestiging en materiaalkeuze

De platen worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, zonder zichtbare schroeven op het vlak zelf. Dat is op een schilddak met veel kepers een voordeel, omdat er geen doorboringen zijn die bij elke snijlijn een risico op lekkage vormen. Maar bij de randen, de gootlijn en de aansluiting op de kepers zelf wordt vaak toch met schroeven gewerkt, op houten onderconstructies rechtstreeks en op stalen ondergrond met zelfborende schroeven. In een zoute omgeving is de kwaliteit van die schroeven en de afdichting daarvan een detail dat niet over het hoofd gezien mag worden: een goedkope, niet-passende schroef corrodeert hier sneller dan op een gebouw verder van de kust.

Een tweede punt waar het misgaat is de temperatuur waarop gewerkt wordt tijdens plaatsing. De platen zijn koud vouwbaar tot -15 graden en zetten ongeveer half zoveel uit als zink, wat op een schilddak met veel korte, ingesloten stroken bij de kepers minder ruimte voor foutmarge geeft dan op een lang, recht vlak. Bij vroege voorjaarsmorgens op een onbeschutte havenlocatie, waar de wind de temperatuur nog verder laat voelen dalen, moet de aannemer daar rekening mee houden bij het bepalen van de volgorde van werken en de speling die in de felsverbindingen wordt aangehouden.

Wat dit vraagt van de voorbereiding

Voor een schilddak op een jachthavengebouw loont het om de plattegrond en de hoeken van de kepers vooraf goed te laten inmeten, zeker als het gebouw niet volledig symmetrisch is. Hoe beter die maten bekend zijn voordat de platen op maat besteld worden, hoe minder er op het dak zelf hoeft te worden aangepast in het snijwerk. Wij denken op tekening mee over de baanindeling per vlak en over hoe de kepers het beste worden aangesloten, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Voor de coatingkeuze en de kleur is het zinvol om te kijken naar de ligging van het gebouw ten opzichte van het open water en de overheersende windrichting, zodat de meest blootgestelde vlakken de aandacht krijgen die ze nodig hebben. Neemt u contact met ons op met de tekening van het dak, dan bekijken we samen waar de kepers vallen en wat dat betekent voor de indeling van de banen.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink