Klikzink

Felsplaten op een schilddak van een drijvende woning

Een schilddak heeft geen nokeinden zoals een zadeldak, maar vier hellende vlakken die allemaal naar elkaar toe lopen. Op een drijvende woning komt daar iets bij dat op een fundering nooit speelt: het gebouw ligt niet vast. Het beweegt met golfslag, met de waterstand, met wind op het drijflichaam. Voor felsplaten op zo'n dak betekent dat twee dingen die met elkaar te maken hebben: de indeling van de banen wordt bepaald door de vier hoekkepers, en de details op de randen moeten bewegingen kunnen opvangen zonder dat er iets scheurt of gaat lekken.

Waarom de hoekkepers het lastigste deel zijn

Bij een zadeldak lopen de meeste banen gewoon door van goot naar nok, met aan de zijkanten een rechte aansluiting. Bij een schilddak lopen alle vier de dakvlakken taps toe naar de hoekkepers. Dat betekent dat platen niet over de volle breedte kunnen doorlopen: ze moeten op maat gesneden worden, met een schuine kant die precies op de keper aansluit. Hoe steiler de kepers oplopen, hoe korter de driehoekige eindstukken worden, en hoe meer losse plaatjes er nodig zijn om de hoek netjes af te werken.

Omdat we platen op de millimeter leveren, kunnen we een deel van dat snijwerk al in de fabriek doen. Dat scheelt tijd op het dak en geeft een strakkere lijn, want een fabriekssnede is rechter dan een snede die met een haakse slijper op de steiger gemaakt wordt. Toch blijft er werk over dat alleen op de bouwplaats zelf goed te doen is, omdat de exacte maten van een schilddak vaak net iets afwijken van de tekening. Bij een drijvende woning die wij vorig jaar bekleedden, bleek de ene hoekkeper twee centimeter langer dan de tegenoverliggende: het drijflichaam was tijdens de bouw niet helemaal waterpas blijven liggen. Dat soort kleine verschillen moet je op locatie opvangen, niet vanaf een tekentafel.

De kepers zelf krijgen een aparte kepergoot of een dubbel omgezette naad, afhankelijk van de hoek waarin de vlakken samenkomen. Bij een flauwe hoek volstaat vaak een gezette overlap, bij een scherpe hoek is een apart geprofileerd keperstuk verstandiger omdat daar het meeste water samenkomt en de meeste druk op de aansluiting staat. Dit is het deel van het werk waar we het meest op letten, omdat een fout in de keper zich pas laat zien bij de eerste stevige regenbui, en dan zit hij al onder de plaat.

Gewicht dat boven de waterlijn dubbel telt

Op een gewoon huis is het gewicht van een dakbedekking een kwestie van draagconstructie: kan de kap het houden. Op een drijvende woning is dat maar de helft van het verhaal. Alles wat u boven de waterlijn aanbrengt, verandert het zwaartepunt van het hele drijflichaam. Een zwaar dak maakt de woning topzwaar, en dat is precies waar je bij een drijvende constructie niet naar toe wilt: een woning die minder stabiel in het water ligt, rolt eerder mee met golfslag en wind.

Stalen felsplaten wegen ongeveer 5 kilo per vierkante meter. Dat is aanzienlijk lichter dan veel keramische of natuurlijke dakbedekkingen, en het scheelt ook met dikkere zinkplaten. Op een schilddak, waar door de vier vlakken relatief veel oppervlak bij elkaar komt rond een compact bouwvolume, telt dat gewichtsverschil harder door dan op een langgerekt zadeldak. Bij een drijvende woning met een vloeroppervlak van ongeveer negentig vierkante meter die we vorig jaar bekleedden, maakte het gewicht van het dak samen met de vier hoekkepers en de aansluitdetails het verschil tussen een woning die volgens de bouwer net binnen de toegestane belasting van het drijflichaam bleef en een woning die eroverheen ging. De architect had dat al doorgerekend voordat er een plaat gelegd werd, en koos om die reden voor stalen felsplaten in plaats van een zwaardere variant.

Dit is meteen ook het moment waarop felsplaten niet de juiste keuze zijn: als de drijver al aan zijn maximale belasting zit door andere keuzes in de bouw, zoals een zwaar dakterras of veel glas, kan zelfs een licht metalen dak net te veel zijn. In dat geval moet er eerder in het ontwerp iets anders wijken, en is het probleem niet met een ander dakmateriaal op te lossen.

Starre aansluitingen werken tegen het gebouw

Een drijvende woning zet niet zomaar een beetje uit door temperatuur, zoals elk gebouw dat doet. Ze beweegt ook mee met de golfslag en met veranderingen in de waterstand. Dat is een andere soort bewegen dan waar een dakdetail normaal gesproken op is berekend, en het is de reden waarom we op dit type gebouw extra kritisch zijn op iedere plek waar het dak star aan iets anders vastzit: een schoorsteen, een dakraam, een doorvoer voor leidingen, of de overgang naar de gevel.

Bij een schilddak met vier hoekkepers zijn er van nature al meer van dat soort aansluitpunten dan bij een simpel zadeldak. Elke keper is een naad, en elke naad die star wordt uitgevoerd, staat onder spanning zodra het gebouw meebeweegt met het water. Onze felsplaten worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, zonder doorboringen in het zichtvlak, en de fels zelf zet ongeveer half zoveel uit als een zinken variant. Dat geeft enige speling, maar die speling moet ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden op de plekken waar het dak aan een ander bouwdeel grenst.

Bij een woonark die we een paar jaar geleden van nieuwe felsplaten voorzagen, zat de schoorsteendoorvoer vlak naast een van de hoekkepers. De aannemer wilde die doorvoer in eerste instantie strak inmetselen in het plaatwerk, zoals op een gewoon huis gebeurt. Wij hebben toen aangeraden om daar een los, verend detail te maken in plaats van een vaste kraag, precies omdat die plek al twee bewegingsbronnen bij elkaar had: de keper en de doorvoer. Een paar millimeter speling in het beslag rond de schoorsteen voorkomt dat de coating daar na een paar jaar barst of dat de fels openscheurt.

Waar het misgaat

De meeste schade die we op schuine schilddaken van drijvende woningen tegenkomen, zit niet in het platte vlak maar op de drie plekken waar iets samenkomt: de hoekkeper, de overgang naar de gevel, en een doorvoer die star is bevestigd. Een keper die niet ruim genoeg is uitgevoerd, laat bij zware regen water over de rand lopen in plaats van eronderdoor. Een gevelaansluiting die precies zo strak is afgekit als op een huis met een fundering, scheurt binnen een paar seizoenen los omdat het houten drijflichaam net iets anders beweegt dan het stalen dak erboven. En een doorvoer die vastgeschroefd is als op een normale woning, drukt op de langere termijn een gat in de plaat omdat de rest van het dak wel meebeweegt en die ene bevestiging niet.

Wat u nu kunt doen

Als u een schilddak op een drijvende woning wilt laten bekleden met felsplaten, is het verstandig om de indeling van de hoekkepers en de bevestiging van doorvoeren al in een vroeg stadium te bespreken, niet pas als het dak al ligt. Wij denken op tekening mee over de baanindeling rond de vier vlakken en over welke aansluitingen los genoeg moeten blijven om de beweging van het drijflichaam op te vangen. Dat meedenken kost niets, en het scheelt achteraf een hoop uitzoekwerk als er iets niet aansluit.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink