Klikzink
Een schuurwoning met een asbestdak vraagt om twee dingen die niets met elkaar te maken hebben, maar toch na elkaar moeten gebeuren: eerst moet het oude materiaal weg, dan pas komt het nieuwe erop. Dat lijkt een open deur, maar in de praktijk is het de reden dat een planning voor zo'n project vaak anders loopt dan iemand vooraf denkt. Wij leveren de felsplaten, maar het saneringsbedrijf bepaalt wanneer wij mogen beginnen.
Asbest verwijderen is een apart vak met een eigen tijdlijn, die niet is af te stemmen op de wensen van de dakdekker. Er wordt een plan van aanpak gemaakt, het dak wordt ingepakt of juist niet, afhankelijk van de hechting van het materiaal, en na de sanering volgt een eindcontrole door een onafhankelijk laboratorium. Pas als dat laboratorium een vrijgavebewijs afgeeft, mag het gebouw weer vrij worden benaderd. Wij hebben op dat traject geen invloed en willen dat ook niet claimen. Wat wij wel doen, is de levertijd van de platen alvast laten lopen terwijl de sanering nog bezig is. De platen worden op maat gewalst na opmeting, en die opmeting kan soms al plaatsvinden voordat het oude dak eraf is, mits de sanerende partij de bestaande maatvoering kan bevestigen. Zo staat het materiaal klaar op het moment dat de vrijgave er is, in plaats van dat de bouw stilligt terwijl wij nog moeten produceren.
Bij een doorsnee woonhuis is het dakvlak een apart onderdeel, los van de gevel, met een dakrand of een goot als scheiding. Bij een schuurwoning is dat vaak niet zo. Het kenmerk van dit gebouwtype is juist dat dak en gevel in één lijn doorlopen, zonder duidelijke knik of overstek. Dat is architectonisch de charme van een schuurwoning, maar het betekent voor de sanering en de nieuwbouw iets specifieks: als het asbest zowel op het dak als op een deel van de gevel zit, wat bij oudere schuurwoningen regelmatig het geval is, dan is de sanering geen aparte klus voor het dak en een aparte klus voor de wand. Het is één doorlopend vlak dat in één keer vrijgegeven moet worden voordat er ergens een schroef in mag.
Wij hebben dat een aantal keer meegemaakt bij de opmeting van een schuurwoning: de golfplaten liepen door van het dakvlak tot voorbij de gootlijn naar de gevel, zonder dat er een aparte belijning was aangebracht. Voor de saneerder maakte dat het werk zwaarder, want er moest over een groter oppervlak worden ingepakt. Voor ons betekende het dat de plaatindeling van dak en gevel op elkaar moest aansluiten nog voordat er één plaat gewalst was, omdat de fels op het dak in dezelfde lijn moest doorlopen als de fels op de gevel om het silhouet van het gebouw in stand te houden.
Bij een gebouw waar dak en gevel gescheiden zijn, kan de aansluiting tussen beide vaak worden opgelost met een simpele overgangsprofiel of een zink- of stalen kraal. Bij een schuurwoning waar beide vlakken in elkaars verlengde liggen, werkt dat niet. De baanrichting op het dak bepaalt de baanrichting op de gevel, en omgekeerd. Kiest u voor een werkende breedte van 475 millimeter op het dak, dan loopt die maat logischerwijs door op de gevel, anders ontstaat er op de knik een verspringing die van veraf al zichtbaar is. Dat is de reden dat wij bij een schuurwoning altijd vragen om een tekening van het hele vlak, dak en gevel samen, en niet twee losse tekeningen. Een aannemer die alleen het dak laat opmeten en de gevel later apart aanbesteedt, loopt het risico dat de platen niet op elkaar aansluiten en dat er op de knik een lasprofiel of overlap nodig is die niet in het ontwerp paste.
De felsen zelf, haaks opstaand en 35 millimeter hoog, zijn geen probleem op deze knik: ze zijn blind bevestigd met klemmen, er zitten geen zichtbare schroeven in het vlak, en het materiaal is met ongeveer 5 kilo per vierkante meter licht genoeg om ook op een houten regelwerk in de gevel toegepast te worden. Maar de plaats waar het dak overgaat in de gevel moet vooraf op tekening zijn vastgelegd, inclusief de kleur en de looprichting van de rib. Wij denken daar zonder kosten in mee als er een tekening ligt, maar wij kunnen dat pas doen als de sanering is afgerond en de werkelijke maten van het gebouw zijn bevestigd. Bij een asbestdak dat er nog op ligt, is de precieze maatvoering namelijk niet altijd zeker: onder het asbest kan een dakconstructie zitten die scheluw is gezakt, of een gevel die net iets anders staat dan op de oude bouwtekening.
Er zijn situaties waarin het niet verstandig is om de sanering en de plaatsing van felsplaten als één doorlopend traject te plannen. Als de onderconstructie van de schuurwoning zelf nog niet is beoordeeld, bijvoorbeeld bij een oude schuur met houten spanten die al jaren onder het asbest verstopt zaten, is het onverstandig om al platen te bestellen voordat een constructeur heeft gekeken of het dakvlak de belasting van de nieuwe bekleding kan dragen. Ons materiaal is licht, maar een verrotte gording verandert daar niets aan. Ook als de knik tussen dak en gevel nog niet is uitgewerkt, omdat de architect nog aan het schetsen is, is het te vroeg om de eerste platen te laten walsen: een aanpassing van een paar centimeter in de plaats van de knik werkt door in de hele baanindeling van het gebouw. En als er onduidelijkheid is over wie de sanering coördineert en wie de nieuwbouw, ontstaat het risico dat er een gat in de planning valt waarin het gebouw wekenlang open ligt. Dat is geen technisch probleem voor de felsplaten, maar wel een praktisch probleem voor de eigenaar.
Heeft u een vrijgavebewijs van de sanering, of ligt die datum al vast, dan kunt u ons de tekening van dak en gevel samen sturen zodat wij de baanindeling en de aansluiting op de knik kunnen doorrekenen terwijl de sanering nog loopt. Zo staat het materiaal klaar zodra het gebouw weer vrij is.