Klikzink
Bij een schuurwoning is de vraag naar gewicht en draagkracht net iets anders dan bij een gewoon woonhuis met een los dakvlak en losse gevels. Het kenmerk van een schuurwoning is dat dak en gevel in één doorlopende lijn staan, zonder duidelijke knik of dakrand die het oog een rustpunt geeft. Die vormgeving is precies waarom veel eigenaren en architecten uitkomen bij klikfelsplaten, en het is ook precies waarom de constructieve kant van het verhaal hier meer aandacht vraagt dan bij een pannendak met een normale kap.
Een dak van stalen felsplaten weegt ongeveer vijf kilo per vierkante meter. Dat is het gewicht van de plaat zelf, inclusief de zinklaag en de coating. Vergeleken met keramische dakpannen of leien is dat een fractie van het gewicht dat een dakconstructie normaal te verduren krijgt. Bij een schuurwoning waarvan dak en gevel in hetzelfde materiaal en dezelfde lijn doorlopen, telt dat verschil dubbel, want het gaat niet alleen om het dakvlak maar ook om de gevelbeplating die in dezelfde belasting meetelt.
Neem een schuurwoning met een dakvlak van honderdvijftig vierkante meter dat via de nok doorloopt in twee gevelvlakken van elk zestig vierkante meter. Bij pannen op het dak en een aparte gevelbekleding zit je al snel op een totaalgewicht dat in de duizenden kilo's loopt, verdeeld over verschillende onderdelen van de constructie. Bij felsplaten over het hele silhouet, van gevelvoet tot nok, praat je over ongeveer 1350 kilo verdeeld over dat hele oppervlak. Dat is een gewicht dat de meeste bestaande constructies, ook lichte houtskeletbouw, zonder aanpassing kunnen dragen.
Bij een gewoon huis is de overgang van dak naar gevel een detail: een dakrand, een goot, een aansluiting die je met flashing en een paar centimeter overlap oplost. Bij een schuurwoning is die overgang er niet, of nauwelijks. Het silhouet loopt door, en daarmee loopt ook de belasting door een aaneengesloten vlak zonder onderbreking. Dat betekent dat de gordingen, de sporen en de regels die de platen dragen over de volle lengte van gevel tot nok moeten doorlopen of goed op elkaar moeten aansluiten, zonder dat er ergens een zwakke schakel ontstaat op de plek waar de hoek van gevel naar dak overgaat.
In de praktijk zien we dat deze hoek, de plek waar het vlak van verticaal naar hellend overgaat, constructief het meest kritische punt is. Niet omdat het gewicht van de platen daar zwaarder is, maar omdat daar de windbelasting het grootst is en omdat daar de klemmen die de platen blind bevestigen het meeste werk verzetten. Een aannemer die alleen het dakvlak narekent en de gevel als aparte, lichtere opgave ziet, mist het punt waar het bij een schuurwoning nu net om draait: de doorlopende lijn is geen esthetische keuze maar een constructieve eenheid.
Bij nieuwbouw is dit meestal geen probleem: de constructeur rekent de gording- en sporenmaten uit op het gewicht van het gekozen materiaal, en bij een gewicht van vijf kilo per vierkante meter is er ruimte over die bij zwaardere materialen niet zou bestaan. Die marge is precies waarom felsplaten vaak gekozen worden bij een schuurwoning met een slank silhouet: een lichte dakhuid houdt de sporenmaten beperkt, en dat scheelt weer in de zichtbare dikte van de constructie, wat bij een doorlopend vlak direct in het oog springt.
Bij een bestaande schuurwoning waarbij de gevel wordt meegenomen in een verbouwing, ligt het genuanceerder. Een gevel die oorspronkelijk is ontworpen voor een lichte beplating van hout of vezelcement heeft een andere regelwerkmaat dan een gevel die op felsplaten is berekend. Het gewicht van vijf kilo per vierkante meter is op zichzelf weinig, maar de bevestiging loopt via klemmen die op regelwerk of damwandprofiel moeten aangrijpen, en dat regelwerk moet windbelasting kunnen opnemen over de volle hoogte van gevel tot nok. Bij een verbouwing van een oude schuur tot woning is dat regelwerk er vaak niet, of niet in de juiste maatvoering, en dan is het narekenen van de bestaande constructie geen formaliteit maar een echte stap voordat er een plaat op de wand komt.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een schuurwoning met een bestaand houtskelet dat oorspronkelijk was bekleed met rabatdelen, bleek het regelwerk op de gevel op een grotere hart-op-hart maat te staan dan voor felsplaten nodig is. De platen zelf wogen geen probleem, maar de klemmen misten om de dertig centimeter een aangrijpingspunt. De oplossing was een extra laag regelwerk aan te brengen, wat de wanddikte een paar centimeter liet toenemen. Bij een doorlopend silhouet van dak naar gevel is dat een detail dat je liever vooraf op tekening ziet dan achteraf op de steiger.
Er zijn situaties waarin het doorlopende silhouet van een schuurwoning beter met een ander materiaal wordt ingevuld. Als de bestaande gevelconstructie extreem licht is uitgevoerd, bijvoorbeeld met een enkele beplating op een minimaal regelwerk zonder ruimte voor extra bevestigingspunten, dan is het aanpassen van die constructie soms een grotere ingreep dan het gewicht van de platen zelf rechtvaardigt. In dat geval is een lichtere gevelbekleding met een eigen, los ontwerp van dak en gevel praktischer, ook al gaat dat ten koste van de doorlopende lijn die de schuurwoning zijn karakter geeft.
Ook bij een dakhelling onder de zes graden is felsplaten geen optie, wat bij een schuurwoning met een heel vlak, bijna plat aflopend dakdeel soms het geval is. Dan moet er gekeken worden naar een andere dakopbouw voor dat specifieke vlak, terwijl de rest van het silhouet wel in felsplaten kan.
Als u een schuurwoning ontwerpt of verbouwt waarbij dak en gevel in één lijn doorlopen, is het verstandig om de bestaande of geplande regelwerkmaat en de windbelasting op de hoek tussen dak en gevel te laten narekenen voordat het materiaal wordt vastgelegd. Wij denken op tekening mee over de plaatmaten en de aansluiting op die kritische hoek, zonder dat dit iets kost. Stuur uw tekening of foto's van de bestaande constructie, dan kijken wij mee naar wat er wel en niet kan binnen uw silhouet.