Klikzink
Bij een zwembadoverkapping met een asbesthoudend dak komt er iets bij dat bij een gewoon woonhuis niet meespeelt: het gebouw staat vol met warme, vochtige, chloorhoudende lucht. Die combinatie bepaalt niet alleen hoe het oude dak eraf moet, maar ook hoe het nieuwe dak eronder moet worden opgebouwd. Wie alleen naar de sanering kijkt en denkt dat de rest daarna een standaard klus is, komt er bij dit gebouw achter dat de binnenkant net zo veel aandacht vraagt als de asbestverwijdering zelf.
Bij een asbestdak is de saneerder aan zet, niet de dakdekker. Een gecertificeerd bedrijf voert een inventarisatie uit, stelt een werkplan op, meldt de sanering aan en voert die uit onder de voorwaarden die daarbij horen: afscherming, onderdruk, beheerste verwijdering van de platen, en een eindcontrole voordat de locatie weer wordt vrijgegeven. Pas met dat vrijgavebewijs op zak mag er weer iemand op het dak zonder beschermende maatregelen, en pas dan kan de nieuwe dakconstructie beginnen.
Dit klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk is het vaak de planning die hier misgaat. Een aannemer die een zwembadoverkapping opnieuw wil dekken, wil het liefst één doorlopend traject: eraf, erop, klaar. Bij asbest werkt dat niet. Tussen de sanering en de start van het nieuwe dak zit een vaste volgorde die niet te versnellen is door meer mensen op het dak te zetten. De sanering heeft haar eigen tempo, met wachttijden voor luchtmetingen en afvoer van het gesaneerde materiaal. Wij leveren de felsplaten op maat, maar wij kunnen pas leveren als de saneerder klaar is en de ondergrond bekend is; voor die tijd is er niets om op te meten.
Bij een woonhuis is de dampremmer een kwestie van normaal binnenklimaat: koken, douchen, ademen. Bij een zwembadoverkapping is de lucht binnen structureel warm en verzadigd met vocht, en bevat die vocht ook chloorverbindingen uit het bad. Die damp wil naar buiten, en als hij onderweg de kans krijgt om te condenseren tegen de onderkant van een koud stalen dakvlak, dan gebeurt dat ook. Condens die daar blijft zitten, tast op termijn de isolatie aan en kan, in combinatie met chloor, metalen delen aan de binnenzijde van de constructie aanvallen die niet voor die belasting zijn ontworpen.
Daarom is de dampremmer bij een zwembadoverkapping geen standaard laag folie die je erbij legt omdat het bouwbesluit dat vraagt. De naden moeten daadwerkelijk luchtdicht zijn, aansluitingen bij doorvoeren en dakranden moeten kloppen, en de dampremmer moet passen bij het vochtniveau dat in dit specifieke gebouw heerst, niet bij een gemiddeld woonhuis. Een sanering is precies het moment om dat goed te doen: de oude opbouw ligt open, de constructie is bloot, en er is voor het laatst in jaren vrije toegang tot elke naad en elke doorvoer. Wie deze kans laat liggen en straks weer felsplaten legt op een dampremmer die net zo lek is als de oude, heeft een nieuw dak met een oud probleem erin.
De dampremmer houdt vocht uit de constructie, maar de vochtige lucht in het gebouw zelf moet ook weg kunnen, anders zoekt hij zijn weg via de kortste omweg die hij kan vinden. Bij een zwembadoverkapping betekent dit dat de ventilatie van de badruimte en de opbouw van het dak op elkaar moeten aansluiten. Een goed werkend afzuigsysteem in de zwemzaal ontlast het dak, een dak dat niet goed geventileerd is aan de koude zijde belast op zijn beurt het binnenklimaat. Dit is precies waar bij dit gebouwtype vaak wordt bezuinigd, omdat ventilatie op de begroting van de installateur staat en de dakbedekking op die van de dakdekker, terwijl ze in werkelijkheid één systeem vormen.
Wij denken op tekening mee over hoe felsplaten aansluiten op de dakrand, de nok en doorvoeren, en waar ventilatieopeningen in het dakvlak nodig zijn om de spouw of luchtlaag onder de plaat te laten functioneren. Dat meedenken kost niets, maar het moet wel op het juiste moment gebeuren: voordat de platen erop liggen, niet erna.
Het stalen felssysteem is blind bevestigd, zonder doorborende schroeven in het zichtvlak, met een coating die bestand is tegen een buitenklimaat met vocht en, afhankelijk van de opstelling, ook chloordamp die via ventilatieopeningen naar buiten ontsnapt. De platen zijn licht, ongeveer vijf kilogram per vierkante meter, wat meetelt als de bestaande spanten na jaren onder een zwaarder dak opnieuw belast worden. En omdat de fels een doorlopende naad vormt zonder perforaties, is het aansluiten van een dampremmer aan de binnenzijde een kwestie van vakwerk in de opbouw, niet van hopen dat het dakvlak zelf de fouten compenseert.
Dit is niet de juiste route wanneer de sanering nog niet is uitgevoerd of aangemeld en er haast wordt gemaakt om toch al met de nieuwe dakopbouw te beginnen. Ook niet wanneer de opdrachtgever de dampremmer en ventilatie als aparte, latere post ziet die na de sanering nog wel eens ingepland wordt. En niet wanneer de bestaande constructie, na verwijdering van de oude platen, zoveel schade blijkt te hebben door jarenlange condens dat eerst de spanten of gordingen aan snee moeten, voordat er over dakbedekking gesproken kan worden. In die gevallen is het beter om de volgorde echt aan te houden: sanering en vrijgave eerst, dan een grondige inspectie van wat er onder lag, dan pas een keuze voor de nieuwe dakopbouw.
Heeft u een zwembadoverkapping met een asbesthoudend dak, dan begint het traject bij een saneerder, niet bij ons. Zodra de sanering is aangemeld en er een beeld is van de onderliggende constructie, kunnen wij meedenken over de opbouw van het nieuwe dak, de plaats van de dampremmer en de aansluiting op de ventilatie, en de platen op maat laten walsen voor de afmetingen die dit gebouw nodig heeft. Neem gerust contact op zodra die fase in zicht is, ook als de sanering nog loopt; dan kunnen wij alvast meedenken over de tekening.