Klikzink
Een zwembadoverkapping is voor de dakopbouw een ander gebouw dan een loods of een woning. Niet vanwege de overspanning of de belasting, maar vanwege de lucht die er binnen hangt. Die lucht is warm, ze is verzadigd met waterdamp, en ze bevat chloor. Die combinatie zet elke beslissing over de dakopbouw op scherp, en ze is de reden dat wij bij dit gebouwtype eerst naar de dampremmer en de ventilatie kijken, en pas daarna naar de felsplaat zelf.
In een zwembadruimte verdampt voortdurend water, van het bassin, van natte badgasten, van de vloer. Die damp wil van nature naar de kant met de laagste concentratie en de laagste temperatuur, en dat is bij een overkapping bijna altijd de buitenkant van het dak. Warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht. Zodra die vochtige lucht een kant opzoekt waar het kouder is, zoals de onderkant van een koude dakplaat op een winterse dag, slaat het vocht daar neer als condens. Dat is niet anders dan bij elk ander gebouw met een vochtige binnenklimaat, maar bij een zwembad is de hoeveelheid vocht groter en is ze er permanent, jaar in jaar uit, in plaats van incidenteel zoals bij een keuken of een badkamer.
De felsplaat zelf speelt in dat verhaal een beperkte rol. Het stalen bovenblad is een goede regenkering, maar het is niet de laag die het binnenklimaat reguleert. Wat er onder de plaat gebeurt, in de opbouw van isolatie, dampremmende laag en spouw, bepaalt of het vocht wegkomt of blijft hangen. Daarom is de vraag bij een zwembadoverkapping niet welke plaat het beste tegen vocht kan, maar hoe de laag onder de plaat het vocht buiten de constructie houdt.
Bij een gewoon bedrijfsgebouw is een dampremmer een standaardonderdeel, met een vaste waarde die in de meeste situaties volstaat. Bij een zwembad ligt dat anders. De damdruk van binnenuit is hoger dan in een kantoor of loods, en dat vraagt om een dampremmer die daar specifiek op is afgestemd, met een hogere weerstand tegen dampdoorlaat dan gebruikelijk. Wordt hier een standaardoplossing toegepast, dan trekt het vocht er alsnog doorheen, en dan verplaatst het probleem zich naar de isolatie en de onderzijde van de felsplaat.
Een tweede punt dat bij zwembaden zwaarder telt dan elders is de uitvoering van de aansluitingen. Een dampremmer die op het vlakke dakvlak prima werkt, maar bij de doorvoeren, de randen en de aansluiting op de gevel lekken vertoont, verliest een groot deel van zijn functie. Bij een zwembadhal met een hoge en constante vochtbelasting komt zo'n lek eerder en zichtbaarder naar voren dan bij een gebouw waar de dampdruk van binnenuit veel lager is. Wij zien in de praktijk dat juist de kwaliteit van die aansluitingen het verschil maakt tussen een dak dat droog blijft en een dak waar na een paar jaar de eerste roestvlekken op de onderconstructie verschijnen.
Een dampremmer alleen is niet genoeg. Ook met de beste dampremmende laag trekt er altijd een klein beetje vocht door, via naden, via kieren, via de tijd. Dat restvocht moet weg kunnen, en dat gebeurt via ventilatie van de spouw tussen isolatie en dakbeplating. Bij een goed geventileerde spouw stroomt er voortdurend buitenlucht doorheen, die het beetje vocht dat er binnenkomt weer meeneemt naar buiten voordat het kan condenseren. Bij een spouw die niet of nauwelijks geventileerd wordt, hoopt dat vocht zich op, en dat is waar op termijn schade ontstaat: aan de isolatie, aan houten gordingen, aan de bevestigingsmiddelen.
Bij een zwembadoverkapping is deze ventilatie belangrijker dan bij vrijwel elk ander gebouwtype, juist omdat de vochtbelasting binnen zo hoog en zo constant is. Een ventilatiespleet die bij een kantoorgebouw ruim voldoende is, kan bij een zwembad ontoereikend blijken. Dat betekent dat de doorstroming van in- en uitlaatopeningen, de vrije doorgang in de spouw en de plaatsing van eventuele nokventilatie stuk voor stuk aandacht vragen die verder gaat dan de standaardpraktijk. Een architect die een zwembadoverkapping ontwerpt naar analogie van een andere hal, zonder die ventilatiecapaciteit opnieuw door te rekenen, loopt het risico dat de dakopbouw op papier klopt maar in de praktijk niet droog blijft.
Naast vocht speelt bij een zwembad de chloor in de lucht een rol die bij andere gebouwen niet aan de orde is. Chloordamp is agressief voor metalen, en die agressiviteit werkt vooral daar waar ze de kans krijgt zich op te hopen, dus in een slecht geventileerde spouw waar ook nog condens blijft staan. Wij passen bij felsplaten een verzinkte stalen kern toe met een organische coating, wat een goede basisbescherming geeft, maar die bescherming is bedoeld voor het buitenklimaat, niet voor een inwendige spouw waar zich vocht en chloordamp verzamelen. Zorg dat de ventilatie op orde is, en dit risico speelt bij de plaat zelf niet. Is de ventilatie onvoldoende, dan is niet in de eerste plaats de dakbedekking het probleem, maar de opbouw daaronder en daaraan vast de bevestigingsmiddelen en de onderconstructie.
De conclusie hieruit is dat de felsplaat op een zwembadoverkapping op zichzelf weinig aanpassing vraagt. Het stalen bovenblad, met zijn haakse fels en zijn blinde bevestiging, functioneert op een zwembad net als op een ander gebouw. Waar het bij dit gebouwtype werkelijk om gaat, is de laag onder die plaat: een dampremmer die is afgestemd op de hoge dampdruk van een zwembadhal, zorgvuldig uitgevoerd op alle aansluitingen, gecombineerd met een spouw die voldoende geventileerd wordt om het restvocht af te voeren voordat het kan condenseren. Dat is een andere opgave dan bij een loods, een kantoor of een woonhuis, en het is een opgave die in het ontwerp en in de uitvoering zit, niet in de keuze van het type dakbedekking.
Dat betekent ook dat wij hier geen uitspraak doen over welk daktype voor een zwembad het beste is; die vergelijking staat op een andere pagina. Wat wij hier willen meegeven is dat, welke dakbedekking er ook gekozen wordt, de dampremmer en de ventilatie de factoren zijn die bepalen of het dak van een zwembadoverkapping op de lange termijn droog blijft. Een aannemer of installateur die dit onderdeel van de opbouw onderschat, ziet de gevolgen meestal niet in het eerste jaar, maar wel na een paar stookseizoenen, wanneer het vocht zijn sporen achterlaat op plekken die dan al lastig te bereiken zijn.
Heeft u een zwembadoverkapping in beheer, in ontwerp of in aanbouw, dan is het raadzaam om de dampremming en de ventilatiecapaciteit van de dakopbouw te laten doorrekenen op de specifieke omstandigheden van het bad: de watertemperatuur, het gebruiksregime en de luchtvochtigheid die daarbij hoort. Wilt u meedenken over hoe de felsplaten in die opbouw passen, dan denken wij op basis van uw tekening kosteloos mee over de uitvoering, de maatvoering en de aansluiting op de rest van de constructie.