Klikzink
Een zwembadoverkapping krijgt bij regen vaak de vraag of een stalen dak niet gaat 'roffelen'. Dat is een terechte vraag, maar het antwoord ligt niet bij de plaat die u kiest. Het ligt bij wat er onder die plaat zit, en bij een zwembad speelt daar iets bijzonders: de lucht aan de binnenzijde is warm, vochtig en vaak chloorhoudend, en dat stelt eisen aan de opbouw die bij een gewone loods of woning niet aan de orde zijn.
Regen op een dakvlak maakt geluid omdat de druppels op een oppervlak slaan dat kan resoneren. Hoe strakker en holler de constructie erachter, hoe meer dat geluid doorklinkt in de ruimte eronder. Een felsplaat van 0,55 mm staal is op zichzelf een dun, stijf vlak; zonder iets erachter zal die inderdaad geluid doorgeven. Maar in de praktijk ligt een felsplaat vrijwel nooit los op de spanten. Er zit een dakopbouw onder: panelen, isolatie, een luchtspouw, eventueel een akoestisch doek. Die laag bepaalt grotendeels hoeveel van het regengeluid wordt gedempt voordat het de zwemzaal bereikt. Bij een zwembadoverkapping is dat niet anders dan bij een sporthal of een loods: de plaat is de buitenhuid, de opbouw is de akoestiek.
Het verschil met een gewone bedrijfshal zit niet in het geluid zelf, maar in wat er nog meer door die dakopbouw heen moet. In een zwembad staat de lucht binnen vaak op 28 tot 32 graden en verzadigd met waterdamp, en die lucht bevat ook chloorverbindingen uit het bad. Die warme, vochtige lucht wil van nature naar buiten trekken, door het dak heen, naar de koudere buitenlucht. Gebeurt dat ongecontroleerd, dan condenseert die damp in de isolatie of tegen de onderzijde van de stalen plaat. Dat is een probleem op zichzelf, los van geluid: vocht in isolatie doet de isolatiewaarde teniet en kan de constructie op termijn aantasten, en condens tegen staal is nu precies waar corrosie begint, ook bij verzinkt en gecoat staal, als het chronisch is.
Daarom is bij een zwembadoverkapping de dampremmer de kern van het dakontwerp, niet een detail. Een dampremmer aan de binnenzijde van de isolatie moet die vochtige binnenlucht tegenhouden voordat die de isolatie en de constructie daarboven bereikt. Bij een zwembad moet die dampremmer zwaarder uitgevoerd zijn en zorgvuldiger aangesloten worden dan bij een kantoor of loods, met dichte naden en goede aansluitingen op doorvoeren, randen en lichtkoepels. Een lek in de dampremmer van een zwembad geeft sneller en heftiger problemen dan elders, juist omdat het vochtaanbod binnen zo hoog is.
Hier komt het samen. De laag die het vocht moet tegenhouden, de dampremmer, en de laag die vaak ook voor geluidsdemping zorgt, bijvoorbeeld een minerale wol isolatie of een akoestisch doek, zitten in dezelfde constructieopbouw. Bij een zwembad wordt die opbouw dus in de eerste plaats ontworpen op vochtbeheersing, en de geluiddemping is in feite een bijproduct van een pakket dat er al moet liggen om condensatie te voorkomen. Een dakopbouw met voldoende isolatiedikte en een goed uitgevoerde dampremmer dempt in de praktijk ook het geluid van regen, zonder dat daar een apart akoestisch product voor nodig is. Andersom geldt: een dakopbouw die primair op geluid is ontworpen maar de vochthuishouding niet goed regelt, gaat op een zwembad sneller stuk lopen dan het geluidsprobleem ooit zou worden.
Naast de dampremmer is de ventilatie van de spouw of luchtlaag onder de felsplaat een tweede aandachtspunt dat bij een zwembad zwaarder telt dan elders. Ook met een goede dampremmer zal er altijd een kleine hoeveelheid vocht door diffusie of via kleine lekken de constructie bereiken. Bij een gewone hal is dat meestal geen probleem, omdat de vochtbelasting laag is. Bij een zwembad is de vochtbelasting zo hoog dat die spouw goed geventileerd moet zijn, zodat vocht dat er toch inkomt ook weer weg kan. Een dakopbouw zonder ventilatiemogelijkheid, of met een spouw die dichtgezet is voor extra isolatie, kan bij een zwembad juist een vochtprobleem creëren dat bij een ander gebouw nooit zou ontstaan. Wie voor een zwembadoverkapping een stil dak wil met dichte, gesloten isolatiepakketten zonder ventilatie, kiest dus een oplossing die op de langere termijn averij kan opleveren, ook als die op de korte termijn het regengeluid goed dempt.
Stel een gemeentelijk binnenbad met een overkapping op stalen spanten, waar de badmeester klaagt dat regen goed te horen is tijdens lessen. De reflex is om een dikkere of zwaardere plaat te vragen, of een extra laag geluiddempend materiaal tegen het dakvlak te plakken. Bij onderzoek blijkt vaak dat de dampremmer op de randaansluitingen niet goed is afgeplakt, waardoor vocht via kleine omwegen de isolatie binnendringt en die isolatie plaatselijk samendrukt of verzadigt. Vochtige of samengedrukte isolatie dempt nauwelijks geluid meer, terwijl droge isolatie van dezelfde dikte dat wel goed doet. In zo'n geval is het probleem niet de felsplaat en ook niet in de eerste plaats het geluid: het is de dampremmer die zijn werk niet goed doet, met geluid als merkbaar symptoom van een onderliggend vochtprobleem.
Een felsplaat is op een zwembadoverkapping een logische keuze wanneer de dakopbouw als geheel goed is doordacht: voldoende isolatiedikte, een dampremmer die aansluit op de vochtbelasting van dit specifieke bad, en een geventileerde spouw erboven. In die situatie doet de keuze voor felsplaten, blind bevestigd zonder doorlopende schroefgaten, ook nog een dienst aan de dampremmer: er zijn geen doorboringen door het hele pakket die een lekpad voor vocht kunnen vormen, wat bij een zwembad meer telt dan bij een droge hal. Waar felsplaten minder voor de hand liggen, is wanneer een bestaand dak van binnenuit akoestisch verbeterd moet worden zonder dat de vochthuishouding wordt aangepakt. Dan lost een nieuwe buitenhuid het regengeluid niet op, en is de investering aan de verkeerde kant van het probleem gedaan. Ook bij overkappingen met een zeer beperkte dakhelling, net boven de ondergrens van zes graden die voor onze platen geldt, moet extra aandacht naar de afvoer van condens en regenwater samen, omdat vocht dat blijft staan de dampremmer en isolatie langer belast dan bij een steiler dak.
Als u voor een zwembadoverkapping een nieuw dak overweegt of een bestaand geluidsprobleem wilt oplossen, is het zinvol om eerst te laten beoordelen hoe de huidige of geplande dampremmer en ventilatie zijn uitgevoerd, voordat er naar de bovenste laag wordt gekeken. Wij denken op tekening mee over de plaatindeling, de lengtes op maat en de aansluitingen rond de felsplaten, en werken daarbij graag samen met de partij die de onderliggende opbouw en de bouwfysica van uw zwembad voor haar rekening neemt. Heeft u een tekening of een bestaande situatie die u aan ons wilt voorleggen, dan kijken wij vrijblijvend mee.