Klikzink
Bij een gewoon dak is de goot en de dakrand vooral een kwestie van water goed en snel afvoeren, zonder dat het onder de plaat kan komen. Bij een zwembadoverkapping speelt dat ook, maar het is niet het echte probleem. Het echte probleem zit aan de andere kant van het dak: aan de binnenkant, waar warme, vochtige, chloorhoudende lucht constant tegen de onderkant van de dakplaat aandrukt. De goot en de dakrand zijn hier de plek waar je ziet of de rest van de constructie goed is doordacht. Als daar iets misgaat, is dat meestal een gevolg van een keuze die veel eerder in het ontwerp is gemaakt, niet van de rand zelf.
Een zwembadoverkapping heeft binnen een luchtvochtigheid en een temperatuur die het grootste deel van het jaar hoger liggen dan buiten. Dat verschil zorgt voor een permanente drang van vocht om van binnen naar buiten te trekken, dwars door de dakconstructie heen. Onderweg komt die lucht kouder oppervlak tegen, en daar slaat het vocht neer. Bij een woonhuis is dat verschil meestal een paar maanden per jaar relevant en overzichtelijk. Bij een zwembad is het het hele jaar aanwezig, en het chloorgehalte in de lucht maakt de gevolgen van condensatie op metaal een stuk vervelender dan bij gewoon vocht. Dat is de reden dat we bij dit gebouwtype niet in de eerste plaats praten over de plaat, maar over wat er onder de plaat gebeurt.
In de praktijk zien we regelmatig dat een dampremmer wordt gekozen zoals bij een utiliteitsgebouw, en pas achteraf blijkt dat de vochtbelasting van een zwembad daar niet bij past. Bij een zwembadoverkapping moet de dampremmer aan de binnenzijde zorgen dat vrijwel geen vocht de constructie in trekt, en dat is aanmerkelijk strenger dan bij een gewone bedrijfshal. Voeg daarbij de aanwezigheid van chloor toe: verbindingen en doorvoeren die niet zorgvuldig zijn afgeplakt of aangesloten, zijn precies de plek waar dat vocht een weg naar binnen vindt. Wij leveren de dakplaat, niet de dampremmer, maar wij vragen er bij een zwembadproject altijd naar, omdat de rest van het ontwerp daarop moet aansluiten. Een dakrand die op tekening prima lijkt, werkt in de praktijk niet als de dampremmer een paar meter verderop is doorboord voor een lichtkoepel of een technische doorvoer.
Onder de felsplaat zit, afhankelijk van de opbouw, een geventileerde spouw die overtollig vocht dat toch door de dampremmer heen komt, moet kunnen afvoeren voordat het bij de onderkant van de plaat condenseert. Die spouw moet ergens kunnen ademen, en dat gebeurt meestal bij de dakrand en de nok. Als de dakrand potdicht wordt afgewerkt, zonder ventilatieopening, zit die vochtige lucht vast onder een koud stalen dak, en daar wordt het niet beter op. Wij zien dat een aannemer soms uit gewoonte de rand helemaal dichtzet, zoals bij een gewoon bedrijfsdak. Bij een zwembad is dat vaak juist de plek waar een doorlopende ventilatiestrook nodig is, zodat de lucht onder de plaat kan wegstromen in plaats van te blijven hangen. De felsplaat zelf, met zijn opstaande fels van 35 millimeter en de blinde bevestiging onder de fels, is aan de bovenkant prima bestand tegen dit klimaat: het verzinkte staal met de organische coating is niet het zwakke punt. Het zwakke punt zit aan de onderkant, waar niemand het ziet totdat er een probleem is.
Bij een normaal dak voert de goot regenwater af. Bij een zwembadoverkapping komt er, zeker in de koudere maanden, ook condenswater bij dat via de spouw of de onderconstructie richting de rand trekt. Dat is een andere hoeveelheid en een ander ritme dan alleen regen: het komt niet in een bui, maar sluipend, elke nacht een beetje. Een goot die precies is bemeten op de verwachte neerslag, zonder marge voor die extra afvoer, kan bij een zwembad eerder tekortschieten dan bij een vergelijkbaar dak op een loods. Wij denken in de ontwerpfase mee over hoe de plaat bij de rand aansluit op de goot, zodat er geen plek is waar water kan blijven staan of onder de plaat kan kruipen, maar de dimensionering van de goot zelf en de afvoercapaciteit zijn een zaak voor de installateur en de bouwkundige. Wat wij wel meenemen: bij dit soort projecten werken we het liefst met een doorlopende plaat tot over de rand, zonder onderbrekingen waar water zich kan verzamelen.
Een concreet beeld uit de praktijk: bij een overkapping waar de dampremmer wel was aangebracht maar niet goed was afgeplakt rond een paar stalen spanten, bleek na twee winters dat er roestvorming zat aan de onderkant van de dakplaten, precies bij die spanten. Niet omdat de plaat slecht was, maar omdat vochtige, chloorhoudende lucht daar jarenlang tegen het staal had gecondenseerd zonder dat het kon wegventileren. De oplossing lag niet bij een andere dakbedekking, maar bij het herstellen van de dampremmer en het alsnog aanbrengen van ventilatieopeningen bij de rand. Dat is precies waarom we bij een zwembadoverkapping liever vooraf meedenken op tekening dan achteraf een gebrek verhelpen: de goot en de dakrand zijn de plek waar je het probleem ziet, maar zelden de plek waar het is ontstaan.
Er zijn zwembadoverkappingen waar de binnenklimaatbeheersing zo goed is uitgevoerd, met actieve ontvochtiging en een streng geregelde luchtvochtigheid, dat de vochtbelasting op de dakconstructie nauwelijks afwijkt van een gewoon gebouw. In die gevallen is een felsplaat een heel normale keuze en verschilt de detaillering bij goot en rand weinig van een ander project. Maar bij overkappingen zonder mechanische ontvochtiging, waar de luchtvochtigheid vrij hoog blijft hangen, is de dampremmer en de ventilatie zo bepalend dat de keuze voor het type dakbedekking eigenlijk pas de tweede vraag is. Als die eerste vraag niet goed is beantwoord, helpt geen enkele afwerking bij de rand, hoe zorgvuldig ook uitgevoerd. Andersom geldt: als de dampremmer en de ventilatie wel kloppen, is de felsplaat met zijn blinde bevestiging en de fels van 35 millimeter een dakbedekking die goed om kan gaan met de bewegingen die temperatuurschommelingen bij een zwembad met zich meebrengen, met een uitzetting die met ongeveer de helft van zink relatief beperkt blijft.
Als u een zwembadoverkapping laat bouwen of verbouwen, is het verstandig om eerst met de bouwkundige of installateur de dampremmer en de ventilatieopzet vast te leggen, voordat de vorm van de goot en de dakrand wordt bepaald. Heeft u een tekening of een bestaand dakplan, dan kijken wij daar kosteloos naar mee, specifiek naar hoe de felsplaat aansluit bij de rand en waar ventilatie nodig is. Neem contact met ons op met uw situatie, dan bespreken we samen wat voor uw gebouw de juiste opbouw is.