Klikzink
Elke doorvoer door een dak is in principe een gat dat u weer dicht moet maken. Bij een woonhuis is dat een kwestie van goede loodslabben of een geschikte manchet, en klaar. Bij een zwembadoverkapping ligt dat anders, niet omdat de fels of de plaat andere eisen stelt, maar omdat de lucht onder het dak een andere samenstelling heeft. Warme, vochtige, licht chloorhoudende lucht zoekt de kortste weg naar buiten, en die weg loopt vaak precies langs de dingen die u door het dak heen moet voeren: een lichtkoepel, een ventilatiekanaal, een rookgasafvoer van de zwembadverwarming, een enkele kabeldoorvoer voor buitenverlichting op het dak.
Bij een gewone bedrijfshal of woning is de belangrijkste vraag bij een doorvoer: blijft het water aan de buitenzijde weg. Bij een zwembadoverkapping komt daar een tweede vraag bij die net zo zwaar telt: blijft de damp aan de binnenzijde weg. Warme lucht met een hoog vochtgehalte trekt naar de koudere buitenzijde, en op de plek waar een pijp of kanaal door de dakconstructie gaat, is de kans op een koudebrug het grootst. Condenseert die damp in de constructie, dan merkt u dat vaak niet aan het dak zelf, maar aan roestvorming op stalen liggers of aan rot in houten regelwerk, jaren later en op een plek die u niet meteen verdenkt.
De felsplaat zelf is aan de buitenzijde niet het probleem. Een doorvoer wordt hier net als bij ieder ander felsdak afgewerkt met een opstand die hoog genoeg is, een insteekprofiel dat aansluit op de fels, en een sluitstuk dat het water om de doorvoer heen leidt in plaats van ertegenaan. Dat werk is bij een zwembadoverkapping niet anders dan elders. Het verschil zit aan de binnenzijde, in de laag die u niet ziet als het dak eenmaal dicht is.
Onder de felsplaat zit, afhankelijk van de opbouw, een isolatielaag met daaronder een dampremmende folie. Die folie moet rondom elke doorvoer luchtdicht aansluiten, niet alleen waterdicht. Dat is een precisie die weinig te maken heeft met de felsplaat en veel met hoe zorgvuldig de aannemer de folie om de kraag van de doorvoer heen plakt of klemt. Bij een zwembadoverkapping accepteren wij op dat punt geen marge die bij een loods wel zou kunnen. Een klein lek in de dampremmer bij een bedrijfshal geeft op termijn wat vochtplekken. Bij een zwembad, met een binnenklimaat dat vrijwel continu op hoge relatieve vochtigheid zit, wordt diezelfde kier een voortdurende bron van condensatie, dag in dag uit, jaar na jaar.
Daarom raden wij aan om bij nieuwbouw of renovatie van een zwembadoverkapping het aantal doorvoeren zo laag mogelijk te houden en ze waar mogelijk te bundelen. Vijf losse doorvoeren voor kanalen die net zo goed in één grotere koker naast elkaar kunnen lopen, betekent vijf plekken waar de dampremmer aangesloten moet worden in plaats van één. Wij denken daar op tekening in mee, dat kost niets, en het scheelt op de bouwplaats een hoeveelheid detailwerk die anders per doorvoer opnieuw moet.
Een lichtkoepel of dakraam in een zwembadoverkapping vraagt om dezelfde aandacht, met een extra complicatie: het glas of kunststof zelf is vaak kouder dan de omringende plaat, zeker 's winters, en dus een plek waar damp het eerst neerslaat. Bij zwembaden zien wij dat dit probleem het scherpst optreedt bij dakramen die vlak liggen of een geringe helling hebben, omdat condens daar niet vanzelf wegloopt maar blijft staan op de aansluiting met het felswerk. Onze plaat is leverbaar vanaf zes graden dakhelling, en bij een zwembadoverkapping is dat een minimum dat u eerder wilt overtreffen dan net aanhouden, juist om afvoer van zowel regenwater aan de buitenzijde als condens rond de doorvoer aan de binnenzijde te vergemakkelijken.
De vraag hoe een doorvoer waterdicht blijft, is bij een zwembadoverkapping niet los te trekken van de vraag hoe het gebouw geventileerd wordt. Een mechanisch ventilatiesysteem dat de vochtige lucht gecontroleerd afvoert, ontlast de dampremmer: er staat simpelweg minder druk op de constructie om vocht door kieren naar buiten te persen. Is de ventilatie onderbemeten of valt die een tijd uit, dan stijgt de vochtdruk in de hele kapconstructie, en dat is precies het moment waarop een marginale aansluiting rond een doorvoer gaat lekken, niet van buiten naar binnen, maar van binnen naar buiten. Dat onderscheid is voor de eigenaar van een zwembadoverkapping belangrijker dan bij vrijwel enig ander gebouw: een lekkage die u van buiten niet ziet omdat het water niet naar binnen komt, maar van binnen naar buiten optrekt en onderweg de constructie aantast.
Niet elke gewenste positie voor een doorvoer is een goede positie. Vlak naast of onder een felsnaad is voor ons vaak nog te overbruggen met een aangepast profiel, maar een doorvoer die precies op de kruising van twee platen valt, of te dicht bij een dakrand of hoek zit waar toch al meer waterconcentratie optreedt, maakt het werk onnodig kwetsbaar. Bij een zwembadoverkapping adviseren wij dan ook om de positie van kanalen en lichtkoepels al in een vroeg stadium af te stemmen op de plaatverdeling van het dak, liever dan achteraf een doorvoer in te passen op een plek die de installateur nu eenmaal makkelijk vond. Omdat wij leveren op maat en tot op de millimeter, kunnen wij de platen zo verdelen dat doorvoeren in het midden van een baan vallen in plaats van op een naad, wat het aansluiten van zowel het felswerk als de dampremmer aanzienlijk eenvoudiger maakt.
Heeft u een tekening met de posities van dakramen, ventilatiekanalen en andere doorvoeren, dan kijken wij daar kosteloos naar mee en geven aan waar een andere positie of bundeling het detailwerk aan de binnenzijde vereenvoudigt. Voor een bestaande overkapping waarbij u vermoedt dat een doorvoer condensproblemen geeft, is het al veel waard om te weten waar in de dakopbouw de dampremmer precies zit en hoe die daar is afgewerkt: dat bepaalt of herstel bij die ene aansluiting kan blijven of dat een groter deel van het dak aangepakt moet worden.