Klikzink
Een schilddak heeft geen nok die van gevel tot gevel doorloopt, maar vier vlakken die allemaal naar elkaar toe hellen. Bij een woonboerderij is dat vaak een lang, breed dakvlak met twee korte schilden aan de zijkanten en soms een langer schild aan de achterkant, boven een aanbouw of stal. Die vorm is op zichzelf niet ingewikkeld, maar de vier hoekkepers waar de vlakken samenkomen, zijn dat wel. Daar wordt gesneden, ingepast en afgewerkt, en daar zie je op een schilddak het verschil tussen een dakdekker die dit vaker doet en een die het voor het eerst probeert.
Bij een zadeldak leg je de banen van de goot naar de nok en ben je klaar. Op een schilddak van een woonboerderij loopt elk vlak taps toe naar de hoekkeper of naar de nok, wat betekent dat de felsplaten aan één kant hun volle werkende breedte van 475 mm houden en aan de andere kant smaller aflopen. Elke plaat op het driehoekige stuk bij de keper moet apart op maat gesneden worden, met een schuine kant die precies op de keperlijn aansluit. Omdat wij de platen op de millimeter leveren, kunnen we dat schuine verloop al in de fabriek meenemen als de maten van tevoren zijn opgemeten. Dat scheelt zaagwerk op het dak, en zaagwerk op het dak is nu net waar de kans op een onnauwkeurige snede het grootst is.
Bij een lang hoofdvlak met twee zijschilden zie je vaak dat de aannemer de banen op het grote vlak gewoon horizontaal of verticaal doortrekt en de zijschilden als apart vlak behandelt, met hun eigen baanindeling. Dat is meestal de juiste keuze, want proberen om de banen van het hoofdvlak door te trekken in het zijschild geeft op de keperlijn een verspringing die je van de grond af ziet. Beter is het om per vlak een eigen midden te kiezen en van daaruit symmetrisch naar de randen te werken, zodat de platen bij de dakrand en bij de keper ongeveer even breed uitkomen.
Op de hoekkeper komen de platen van twee vlakken bij elkaar onder een hoek die niet negentig graden is, en vaak ook nog eens niet overal langs de keper gelijk blijft als het dak licht verzakt of niet helemaal haaks is opgetrokken, wat bij oudere boerderijen regelmatig voorkomt. Daar wordt een kepersluitstuk gebruikt, een aparte strook die de twee felsrichtingen overbrugt en het water van beide vlakken naar de goot leidt zonder dat het bij de naad naar binnen kan. Dat stuk wordt op maat gezet nadat de rest van het dak er al op ligt, niet vooraf, juist omdat de werkelijke hoek op het dak soms afwijkt van de tekening. Een aannemer die dit kepersluitstuk als laatste, op het dak zelf aanpast, werkt zoals het horen; een aannemer die het kant en klaar besteld heeft voordat de rest van het dak ligt, loopt het risico dat het niet precies past.
Bij veel woonboerderijen is niet het hele dak in één keer vernieuwd. Het voorhuis heeft soms nog het originele rieten dak of oude pannen, terwijl een later aangebouwd deel, een stal die tot woonruimte is verbouwd of een dakkapel met felsplaten is gedekt. Dat betekent dat er een overgang is tussen twee heel verschillende materialen, en die overgang ligt vaak precies op of naast een hoekkeper, wat het al ingewikkelde punt van het schilddak nog complexer maakt.
Riet en felsplaten sluiten niet vanzelf op elkaar aan. Riet is dik, ongeveer een halve meter, en heeft een heel andere waterafvoer dan een glad stalen vlak: het water trekt deels in het riet en druppelt er langzaam vanaf, terwijl felsplaten het water snel en geconcentreerd afvoeren. Op de overgang moet daarom een brede overgangsstrook komen die het water van de felsplaten opvangt voordat het bij het riet komt, met genoeg overlap om ook bij slagregen droog te blijven. Wordt die strook te smal gemaakt, of wordt hij verwerkt zonder rekening te houden met de tapse vorm van het rieten vlak op een schilddak, dan lekt het water precies op de naad naar binnen. Dat is een van de details waar we vooraf het liefst meekijken op tekening, juist omdat elke boerderij hier weer iets anders doet.
Bij een overgang naar pannen ligt het iets eenvoudiger, omdat pannen en felsplaten allebei hard, glad materiaal zijn met een vergelijkbare, snelle waterafvoer. Toch blijft de tapse vorm van het schilddak een punt van aandacht: de rij pannen die tegen de felsplaten aan loopt, volgt vaak een rechte lijn, terwijl de felsplaten op dat vlak taps toelopen naar de hoekkeper. De overgangslijn tussen de twee materialen loopt dan schuin over het vlak, en die schuine lijn moet in de baanindeling van de felsplaten al zijn meegenomen voordat de eerste plaat gelegd wordt. Wie dat achteraf probeert te corrigeren, snijdt platen die niet meer overal even breed zijn en dat is aan de gevelzijde goed te zien.
Het meeste gaat mis op drie plekken: de hoekkeper, de overgang tussen twee dakmaterialen en de nok waar vier vlakken bij elkaar komen. Bij de nok is de fout vaak dat de nokafwerking wordt gemonteerd voordat alle vier de vlakken klaar zijn, terwijl de nok bij een schilddak precies past op het punt waar de laatste maatvoering van elk vlak samenkomt. Een kleine afwijking in één vlak wordt dan zichtbaar in de nokaansluiting.
De tweede veelgemaakte fout is dat de baanindeling wordt gepland op de tekening in plaats van op het dak zelf. Woonboerderijen zijn vaak niet helemaal haaks, na jaren van zetting, en een schilddak met vier vlakken laat elke afwijking in de hoek meteen zien op vier verschillende plekken. Wij raden daarom aan om, zeker bij een gemengd dak met riet of pannen, de exacte maten pas vast te leggen nadat de bestaande dakvlakken zijn opgemeten, niet ervoor.
De derde fout ligt bij de overgang zelf: een overgangsdetail dat voor een zadeldak is ontworpen, wordt zonder aanpassing op het schilddak gelegd, terwijl daar de tapse vorm van het vlak juist vraagt om een overgangslijn die meebeweegt met de felsrichting.
Als uw woonboerderij een schilddak heeft met vier vlakken, en zeker als een deel daarvan nog riet of pannen houdt, is het verstandig om eerst de bestaande situatie te laten opmeten voordat er platen besteld worden. Wij denken kosteloos mee op tekening, ook als dat betekent dat we vooraf al zien welke hoekkeper de meeste aandacht nodig heeft en waar het overgangsdetail met het andere dakmateriaal moet komen.