Klikzink
Een woonboerderij met een groot dakvlak naast een bedrijventerrein of langs een weg met veel verkeer krijgt over de jaren een andere belasting dan een boerderij die vrij in het veld staat. Niet doordat de plaat het slechter doet, maar doordat er iets op het dak neerkomt dat er op een schonere plek niet ligt. Roet, stikstofverbindingen, fijn stof en bij sommige bedrijven ook zoutachtige of zure aerosolen slaan neer op een groot, vlak oppervlak en spoelen niet altijd volledig weg met de regen. Dat is het enige dat hier werkelijk verandert: niet de plaat zelf, maar wat er op de plaat blijft liggen en hoe lang.
De coating op onze felsplaten is een organische laag van 50 micrometer op verzinkt staal, mat afgewerkt. Die laag is er om de plaat zijn kleur te laten houden en om vocht van het staal te weren. Industriële neerslag zelf tast die laag in normale concentraties niet direct aan; het probleem zit in de combinatie van neerslag met vocht dat blijft staan. Op een schuin dakvlak spoelt regen het grootste deel van het stof en roet vanzelf weg. Op plekken waar water blijft staan of langzaam afloopt, zoals bij een lichte plooi in de plaat, een verkeerd geplaatste hemelwaterafvoer of de overgang naar een vlak gedeelte, kan een grijzige waas ontstaan die met de tijd moeilijker afspoelt. Dat is vooral een kwestie van aanzien, niet van functie: de plaat onder die waas blijft beschermd. Bij een woonboerderij met een groot aaneengesloten dakvlak is dat zichtbaarder dan bij een klein bijgebouw, simpelweg omdat het oppervlak groter is en van verder te zien.
Wat dit voor de keuze betekent, is dat de kleur meer een rol speelt dan bij een boerderij op een schone locatie. Nordic Night Black en Slate Grey tonen neerslag van roet en stof minder snel dan een lichtere kleur zou doen, simpelweg omdat het contrast kleiner is. Metallic Dark Silver ligt daar tussenin. Dit is geen technisch argument, het is een kwestie van wat u over tien jaar wilt zien als u vanaf de weg naar het dak kijkt. Wie daar niet mee zit, kan gewoon de kleur kiezen die bij het gebouw past; de coating gaat niet sneller kapot van een lichtere kleur.
Het tweede dat deze situatie eigen maakt, is dat een groot deel van dit soort woonboerderijen een dakvlak heeft dat is opgebouwd uit meer dan één materiaal. Vaak ligt er nog rieten dekking op het hoofdvolume en pannen op een aanbouw, of omgekeerd: pannen op het voorhuis en een rieten kap op de historische schuur. Wanneer een van die twee wordt vervangen door felsplaten, ontstaat er een overgang tussen twee materialen die zich anders gedragen bij regen, wind en vervuiling.
Riet ademt en houdt vocht langer vast dan een stalen plaat. Bij de aansluiting tussen riet en felsplaten moet het water dat van de plaat afloopt niet in het riet terechtkomen, en moet het riet zelf niet afwateren op de plaat op een plek waar het daar blijft liggen. Dat is een detail voor de loodgieter of dakdekker die de aansluiting maakt, niet iets dat de plaat zelf verandert. Bij een aansluiting op pannen is dat eenvoudiger: pannen en felsplaten wateren allebei snel af en er is minder risico dat een van de twee vocht opneemt en vasthoudt.
Waar de nabijheid van industrie hier wel iets aan toevoegt: bij een overgang tussen twee materialen ontstaat vaak een lager gelegen goot of kilgoot, en dat is precies de plek waar stilstaand water met neerslag van uitstoot het langst blijft liggen. Bij een schone locatie is dat een esthetische kwestie; hier is het de moeite waard om bij het ontwerp van die overgang extra aandacht te geven aan de afwatering, zodat er geen vuilnesten ontstaan waar mos en aanslag zich vastzetten op de rand van de plaat.
Staat de woonboerderij op enige afstand van de bron, zeg een paar honderd meter met bomen of andere bebouwing ertussen, dan is het effect van uitstoot op de plaat vaak nauwelijks anders dan bij een gewone locatie. Neerslag verspreidt zich niet gelijk over grote afstand en veel bedrijven op een regulier terrein stoten weinig uit dat een coating op termijn zou aantasten. Ook als het dakvlak klein is of sterk hellend, spoelt regen het meeste vanzelf weg en is er weinig gelegenheid voor opbouw van een laag. In die gevallen is er geen reden om van coating of kleur te veranderen puur op basis van de industrie in de buurt.
Ook de vorm van de plaat zelf verandert niet door deze omstandigheid. De fels van 35 mm, de werkende breedte van 475 mm en de bevestiging met klemmen onder de fels functioneren hetzelfde naast een bedrijventerrein als op het platteland. Er is geen aparte uitvoering nodig voor een locatie met meer uitstoot; het zit in de keuze van kleur, in de aandacht voor afwatering bij overgangen tussen materialen, en in wat u van het onderhoud verwacht.
Het enige praktische gevolg is dat een periodieke controle op deze locatie meer zin heeft dan op een schone plek. Niet omdat de plaat sneller slijt, maar omdat vervuiling die blijft liggen bij een volgende regenbui makkelijker wegspoelt als hij nog vers is dan wanneer hij jarenlang is opgebouwd. Bij een groot dakvlak met een overgang naar riet is dat des te meer zo, omdat die overgang toch al periodiek bekeken moet worden op de staat van het riet. Combineer die twee controles en er is geen extra werk nodig, alleen een moment waarop u ook het metalen deel bekijkt.
Voor wie een nieuw dak overweegt op een woonboerderij naast een bedrijventerrein is de vraag dus niet of felsplaten hier geschikt zijn; dat zijn ze net zo goed als op een andere locatie. De vraag is welke kleur u over jaren nog steeds prettig vindt staan, en hoe de aansluiting met riet of pannen wordt uitgevoerd zodat water niet blijft hangen op de plek waar twee materialen samenkomen. Wilt u dat wij meedenken over die aansluiting op basis van een tekening van uw dak, dan kunt u die naar ons opsturen; dat meedenken kost niets.