Klikzink
Een gebouw naast een fabriek, een raffinaderij, een asfaltcentrale of een intensief bedrijventerrein staat bloot aan iets anders dan een gebouw in een woonwijk of aan de rand van een weiland. De lucht daar bevat meer dan regen en stof. Er zitten fijne deeltjes in van verbranding, van chemische processen, soms zouten of zuren die met de neerslag meekomen. Die deeltjes slaan neer op elk horizontaal en licht hellend vlak, en een dak van felsplaten is daar niet anders in dan een dak van dakpannen of een gevel van steen. Het verschil zit in wat er met het oppervlak gebeurt over de jaren die volgen.
De felsplaten die wij leveren zijn opgebouwd uit verzinkt staal met daarop een organische coating, GreenCoat Pural BT, in een laagdikte van 50 micrometer. Die coating is de laag die het weer, de UV-straling en verontreiniging vanuit de lucht moet weerstaan. Onder normale omstandigheden, dus zonder bijzondere belasting van buitenaf, is deze coating ontworpen om lang mooi te blijven zonder dat er onderhoud aan te pas komt. Bij industrie in de buurt verandert dat beeld niet fundamenteel, maar de belasting van de coating wordt wel hoger. Fijnstof en roetdeeltjes hechten aan het oppervlak. Zwavelverbindingen of andere stoffen in neerslag kunnen, afhankelijk van de concentratie en de frequentie, de zuurgraad van het water dat over het vlak loopt beïnvloeden. Dat is geen kwestie van één regenbui, maar van een optelsom over jaren.
Wat dat concreet betekent, verschilt per situatie en is niet in een getal te vangen dat voor elk bedrijventerrein geldt. Een gebouw op vijfhonderd meter van een chemische fabriek met een schoorsteen die overheersende windrichting mee heeft, staat er anders voor dan een gebouw op twee kilometer afstand met een bosrand ertussen. Wij kunnen dus niet beloven dat de coating in elke industriële omgeving evenlang meegaat als op een rustige locatie. Wat we wel weten is waar op te letten: de kleur van het residu op het vlak, de plekken waar water blijft staan in plaats van afvoert, en de randen en overlappen waar vervuiling zich het eerst opstapelt.
Voor felsplaten zelf is dit meestal geen reden om een ander materiaal te overwegen. Staal met deze coating en verzinklaag is niet gevoeliger voor industriële belasting dan de meeste andere veelgebruikte dakbedekkingen; sommige alternatieven, zoals ongecoat zink of bepaalde kunststofmembranen, reageren juist sterker op zure neerslag of op oplosmiddelen die in industriële lucht kunnen voorkomen. Het punt is niet welk materiaal u kiest, maar hoe u het vlak inricht en onderhoudt zodra u weet dat de omgeving zwaarder is dan gemiddeld.
Drie dingen maken in de praktijk het verschil. Ten eerste de afwatering: een vlak met voldoende afschot en schone dakgoten spoelt zichzelf grotendeels schoon bij elke regenbui, terwijl een vlak waar water blijft staan de vervuiling juist laat intrekken. Ten tweede de periodieke controle: bij een gebouw naast industrie is het zinvol om het dak of de gevel vaker te bekijken dan bij een rustige locatie, niet omdat het materiaal het anders niet aankan, maar omdat u problemen dan vroeg genoeg ziet om ze te verhelpen voordat ze zich in de coating vastzetten. Ten derde de detaillering: overlappen, doorvoeren en aansluitingen zijn de plekken waar vervuiling zich ophoopt en waar water het langst blijft staan. Bij een ontwerp waar deze punten scherp zijn uitgewerkt, is de belasting op die kwetsbare plekken kleiner.
Hoe zwaar de omgeving precies meetelt, hangt sterk af van het gebouw waar het om gaat, en dat is iets wat per type gebouw net weer anders wordt afgewogen. Bij een loods of bedrijfshal die zelf op het industrieterrein staat, spelen ook zaken als brandveiligheid, de belasting door installaties op het dak en de eigen bedrijfsprocessen een rol; dat is een ander verhaal dan de coating alleen. Bij een woonhuis dat aan de rand van zo'n gebied ligt, is de afweging vooral gericht op onderhoudsgemak en op wat de eigenaar bereid is te doen om het dak schoon te houden. Bij een schuur of stal in de buurt van intensieve veehouderij of van een verwerkende industrie is de aard van de neerslag weer anders dan bij een chemisch bedrijf, en dat verandert wat er over jaren op het vlak neerslaat. Voor elk van deze situaties geldt een net iets andere volgorde van prioriteiten, en die werken we uit op de pagina's die specifiek over dat gebouwtype gaan. Deze pagina beschrijft alleen wat er, los van het gebouw, met de coating gebeurt als de lucht en de neerslag zwaarder belast zijn dan gemiddeld.
Niet elke locatie in de buurt van een bedrijventerrein heeft met dit verhaal te maken. Een kantoorpand naast een klein ambachtelijk bedrijf, een showroom of een assemblagehal zonder schoorsteen ondervindt doorgaans geen andere belasting dan een gebouw in een gewone woonomgeving. Ook bij industrie die vooral droge processen kent, zonder uitstoot van rook of stoom, is de invloed op een dak of gevel meestal beperkt tot gewoon stof, dat bij normale regenval grotendeels wegspoelt. Het is dus niet zo dat elk gebouw binnen een paar kilometer van industrie een zwaardere coating of een ander materiaal nodig heeft. Het gaat om de aard en de intensiteit van wat er precies wordt uitgestoten, en om de vraag of dat via de lucht op uw vlak terechtkomt. Bij twijfel is het zinvoller om te kijken naar wat er in de praktijk al op vergelijkbare gebouwen in de omgeving te zien is, dan om op voorhand van het slechtste scenario uit te gaan.
Als u een dak of gevel plant of vervangt op een locatie waar industrie een rol speelt, is het verstandig om vooraf te laten weten wat er in de omgeving precies wordt uitgestoten en hoe de windrichting doorgaans ligt ten opzichte van uw gebouw. Dat bepaalt of er iets extra's nodig is in de detaillering of in het onderhoudsschema, of dat een standaard aanpak volstaat. Wij denken op tekening mee over de indeling van het vlak, de plaatsing van overlappen en de afwatering, zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Voor de vraag hoe dit precies uitpakt bij uw type gebouw, verwijzen we naar de pagina die daarover gaat.