Klikzink
Een stacaravan met opbouw is meestal niet gebouwd om iets te dragen. De opbouw staat op een lichte constructie, het dakvlak is dun staal of kunststof, en de kepers of gordingen daaronder zijn berekend op wind en op het eigen gewicht van de dakbedekking. Zodra er zonnepanelen bij komen, verandert de vraag. Niet alleen welke dakbedekking erop kan, maar hoe die panelen bevestigd worden zonder dat er honderden gaten in het dakvlak komen en zonder dat de constructie een belasting krijgt waar ze niet op is berekend.
Bij een gewoon woonhuis is dat een kleiner probleem. Daar liggen de spanten dichter bij elkaar, is het hout of de dakplaat zwaarder gedimensioneerd, en is een paar kilo extra per vierkante meter meestal geen punt van discussie. Bij een stacaravan met opbouw ligt dat anders. De marges zijn kleiner, en wat op papier een marginale toevoeging lijkt, kan in de praktijk de doorslag geven of het dak het houdt.
De gangbare manier om zonnepanelen te bevestigen is met beugels die door de dakbedekking heen in de onderliggende constructie worden geschroefd. Op een dak van dikke damwandplaat of op een betonnen vloer is dat een routineklus. Op het dunne plaatmateriaal van een stacaravanopbouw is elk gat een zwakke plek. Vocht dat via een lek onder de bevestiging komt, verspreidt zich onder de platen en is vaak pas jaren later zichtbaar, als de schade al gedaan is. Bij een opbouw die relatief laag bij de grond zit en waar het dakvlak vaak lastig te inspecteren is, wordt zo'n verborgen lek niet snel opgemerkt.
Daar komt bij dat een stacaravan geen fundering heeft die tegenvallers opvangt. Een lek dat bij een woonhuis via een goot wegloopt zonder schade, kan bij een opbouw zo in de spouw of tegen de binnenwand terechtkomen. De reparatiekosten staan dan niet in verhouding tot de besparing die de doorboorde bevestiging leverde.
Felsplaten worden blind bevestigd: de klemmen grijpen onder de staande fels, en er komt geen schroef door het plaatoppervlak. Voor zonnepanelen betekent dit dat er speciale klemmen op de fels geplaatst worden, dezelfde fels die de banen aan elkaar houdt en die overal even hoog is. De panelen worden vastgezet aan een rail die op die klemmen rust. Er wordt niets in het dakvlak gezet, er wordt niets doorboord, en de belasting van het paneel wordt via de klem en de fels afgedragen naar de plaat, niet via een los gat dat op zichzelf staat.
Dit werkt omdat de fels zelf onderdeel is van de plaatconstructie en dus meesterkt in het dragen van de belasting, in plaats van een geïsoleerd bevestigingspunt te zijn. Bij een dakbedekking zonder fels, zoals een gewone golfplaat of een bitumen laag, ontbreekt dat aangrijpingspunt en moet er wel door de plaat heen bevestigd worden, met alle risico's die daarbij horen op een dunne ondergrond.
Bij een nieuwbouwsituatie is de volgorde eenvoudig: het bestaande dak, of het nu asbest, golfplaat of een oude stalen beplating is, wordt afgedekt met de felsplaten, en pas daarna komen de klemmen voor de zonnepanelen op hun plaats. Dat is een bewuste keuze en geen toeval. De klemmen moeten op de juiste plek langs de fels gepositioneerd worden, afgestemd op de maat van de panelen en op de plek van de kepers of gordingen eronder, zodat de belasting daadwerkelijk terechtkomt op een punt dat het kan dragen.
Wordt dit omgedraaid, en probeert iemand achteraf op een al langere tijd liggend felsdak klemmen te monteren zonder van tevoren te weten waar de ondersteuning zit, dan is de kans groter dat de klem op een punt komt waar de plaat tussen de spanten doorbuigt onder gewicht. Het is dus verstandig om bij de aanleg van het dak al rekening te houden met een toekomstige zonnepaneleninstallatie, ook als die er nog niet meteen komt. Wij denken daar op tekening in mee, zodat de plaatsing van de kepers en de maatvoering van de platen passen bij waar de panelen straks komen.
Felsplaten wegen ongeveer 5 kilogram per vierkante meter, en dat is aanzienlijk lichter dan bijvoorbeeld dakpannen. Dat scheelt al in het totaalgewicht dat de opbouw draagt, voordat er een paneel bij komt. Maar een zonnepaneel met bevestigingsrail telt zelf ook mee, en die belasting komt er in de meeste gevallen bovenop, niet in plaats van iets anders. Bij een lichte opbouw met een beperkt aantal kepers is het daarom nodig om vooraf te laten narekenen wat de constructie kan dragen, inclusief windbelasting op de panelen, die bij een laag gebouw met weinig beschutting hoger kan uitpakken dan gedacht.
Dit is meteen het punt waarop de blinde bevestiging soms niet de oplossing is. Als de onderliggende constructie simpelweg te licht is voor het extra gewicht van panelen, verandert een doorboorde of geklemde bevestiging daar niets aan; het probleem zit dan niet in de manier van bevestigen maar in de draagkracht zelf. In dat geval is aanpassing van de dakconstructie nodig voordat er over zonnepanelen gesproken kan worden, en is de keuze voor felsplaten met klembevestiging weliswaar nog steeds de minst belastende optie, maar geen garantie dat het vanzelf goed komt.
Ook bij een dakhelling die net aan de ondergrens zit, rond de zes graden waarbij felsplaten nog toepasbaar zijn, is het de moeite waard om vooraf te bekijken of een montage met panelen op die helling voldoende zelfreinigend blijft. Bij een vlak of nauwelijks hellend dak blijft vuil langer liggen op de panelen, wat op termijn het rendement raakt, ook al is dat een ander vraagstuk dan de bevestiging zelf.
Wilt u weten of de opbouw van uw stacaravan geschikt is voor een combinatie van felsplaten en zonnepanelen, dan is het nuttig om de bestaande kepermaat en de conditie van de huidige dakbedekking bij de hand te hebben. Aan de hand daarvan kunnen wij meedenken over de plaatsing van de klemmen en de maatvoering van de platen, zodat de bevestiging van de panelen aansluit op de plek waar het dak die belasting daadwerkelijk kan opvangen.