Klikzink
Bij een opbouw die al staat, werken wij om een bestaande situatie heen: een dakvlak dat al z'n vorm heeft, kepers die al liggen, een dakrand die al af is. Bij nieuwbouw is dat andersom. Er staat een chassis, er komt een opbouw op, en de indeling van dak en gevel ligt nog open. Dat is precies waarom deze situatie anders werkt dan alle andere. U kunt de maatvoering van de felsplaten laten meebepalen hoe de opbouw wordt opgezet, in plaats van de platen achteraf te laten passen op iets dat al vast staat.
Concreet betekent dit dat wij de platen op maat wassen op de lengte die uw dakvlak nodig heeft, van 450 tot 8000 millimeter, op de millimeter nauwkeurig. Bij een bestaand dak moet u vaak schipperen tussen de lengte die theoretisch ideaal is en de lengte die praktisch nog aan te voeren en te monteren is over een dak dat er al ligt. Bij nieuwbouw stemt u de kepermaat en de dakvlaklengte er meteen op af. Een opbouw van vier meter lang kan in één baan zonder dwarsnaad, als de tekening daar op tijd rekening mee houdt. Dat scheelt niet alleen een naad in het zicht, het scheelt ook een overlap die op een later moment onderhoud vraagt.
Een stacaravan met opbouw staat op een lichte constructie. Het chassis en de opzetwanden zijn niet gebouwd met de draagkracht van een woonhuis. Bij nieuwbouw is dat gegeven vanaf de eerste schets bekend, en dat verandert hoe wij naar de dakbedekking kijken. Felsplaten wegen ongeveer 5 kilogram per vierkante meter. Dat is aanmerkelijk lichter dan een pannendak, en ook lichter dan de meeste sandwichpanelen met dezelfde isolatiewaarde. Bij een woonhuis is dat gewichtsverschil vaak een bijkomend voordeel. Bij een stacaravanopbouw is het vaak de reden waarom de constructie de bekleding überhaupt kan dragen zonder dat er extra verstijvingen nodig zijn.
Dat gewicht is ook waarom deze situatie niet automatisch dezelfde route volgt als bij een gewoon huis. Bij een woonhuis bouwt u vaak op een dakvlak dat al is berekend op een zware afwerking, en heeft u ruimte om te kiezen tussen materialen op basis van uiterlijk of budget. Bij een opbouw op een stacaravan is de draagkracht een vaste grens waarbinnen u moet blijven, en dat maakt de keuze voor een lichte, dunne plaat vaker een noodzaak dan een smaakkwestie.
Bij een bestaand dak beschrijven wij vaak de volgorde van slopen, herstellen en dan pas bekleden. Bij nieuwbouw vervalt die fase, en dat verandert de volgorde fundamenteel. De kepers en de dakvlakken worden gebouwd met de plaatbreedte van 475 millimeter al in het hoofd. Een dakvlak van bijvoorbeeld 1900 millimeter breed vraagt vier banen; een dakvlak van 2375 millimeter net zo goed, maar dan zonder restrook. Wie dat vooraf weet, kan de opzetwanden een paar centimeter breder of smaller maken zodat de platen precies passen, zonder een smalle reststrook die er altijd een beetje bijgeplakt uitziet.
Ook de plek van dakdoorvoeren, een schoorsteenpijp of een klimaatunit kan bij nieuwbouw nog verschuiven naar een plek die in het midden van een baan valt in plaats van op een felsnaad. Bij een bestaand dak moet de doorvoer vaak precies daar komen waar hij al zit, en dan zoeken wij er een detail bij. Bij nieuwbouw kan de doorvoer verschuiven naar de plaats die het beste bij de plaat past. Dat is een klein verschil op de tekening, maar het levert op het dak een rustiger beeld op en minder aansluitingen die op termijn aandacht nodig hebben.
De klemmen waarmee de felsplaten onder de fels worden bevestigd, hebben geen invloed op de belasting van de constructie; ze grijpen de plaat vast zonder dat er schroeven door het materiaal heen gaan. Op een houten dakbeschot worden de klemmen vastgeschroefd, op een stalen ondergrond met zelfborende schroeven. Bij nieuwbouw is meestal nog te kiezen welke ondergrond er komt, en die keuze bepaalt mee hoe de montage verloopt. Een dakbeschot van hout is bij een lichte constructie vaak de gangbare keuze, en daar werkt de klembevestiging zonder bijzonderheden.
Is de opbouw ontworpen met een dakvlak van minder dan zes graden helling, dan valt felsplaat af; dat is de ondergrens waarop het systeem nog werkt zonder risico op waterinloop bij de felsnaad. Bij een nieuwbouwopbouw is dat meestal geen dwingend gegeven, want de dakhelling is nog te ontwerpen, maar in een enkel geval kiest een eigenaar toch voor een vlak dak met minimaal afschot, bijvoorbeeld om binnen een maximale bouwhoogte te blijven die voor de standplaats geldt. In die situatie past een andere dakbedekking beter, en dat zeggen wij liever vooraf dan achteraf.
Een andere situatie waarin wij afraden om voor felsplaten te kiezen is wanneer de opbouw juist heel kleinschalig en gebogen wordt ontworpen, met veel korte, gebogen vlakken. Felsplaten zijn koud vouwbaar tot -15 graden en lenen zich goed voor rechte vlakken en enkelvoudige bogen, maar bij een dakvorm die uit meerdere kleine, wisselende welvingen bestaat, wordt het aantal naden en passtukken zo groot dat een ander materiaal praktischer is.
Heeft u een tekening van de opbouw, ook als die nog niet definitief is, dan kijken wij daar kosteloos naar mee. Wij geven aan welke dakvlaklengte en welke plaatsing van kepers de felsplaten optimaal laat vallen, zodat u dat nog in het bouwplan kunt verwerken voordat er iets vast staat. Dat scheelt u achteraf puzzelen met reststroken en overlappen.