Klikzink
Een mansardedak heeft twee hellingen boven elkaar: onderaan een steil vlak, daarboven een flauwer vlak dat naar de nok toe loopt. Bij een stacaravan met opbouw komt die knik meestal ergens halverwege de hoogte van het dak, op de plek waar de fabrikant destijds de opbouw op de bestaande caravan heeft gezet. Die knik is geen sierlijn. Het is een punt waar water van richting verandert, waar twee daksystemen op elkaar moeten aansluiten, en waar een verkeerd detail zich vroeg of laat aandient als een lekkage precies op de overgang van woonkamer naar slaapkamer.
Wij krijgen deze vraag regelmatig van eigenaren en aannemers die het dak van een stacaravan met mansardekap willen vernieuwen. Meestal ligt er nu een verouderde dakbedekking van staal of van kunststof, vaak in matige staat, en is de vraag of daar een nieuwe laag felsplaten overheen kan zonder de constructie van de opbouw zwaarder te belasten dan die kan dragen.
Op een recht hellend dak loopt een paneel van goot tot nok in één rechte baan. Op een mansardedak kan dat niet. De knik betekent dat de plaat op die hoogte stopt, en dat er een nieuwe plaat begint met een andere hoek. Dat overgangspunt moet twee dingen goed doen: het water dat over het steile onderste vlak naar beneden komt moet zonder onderbreking doorstromen naar het vlakkere bovenste deel, en de bevestiging op die plek moet net zo stevig zijn als op de rest van het dak.
In de praktijk lossen we dit op met een aparte overgangslijst die op de knik wordt aangebracht, met een overlap die groot genoeg is om windstuwing en opwaaiend regenwater op te vangen. Bij een flauwe knik, waar het bovenste vlak nog behoorlijk wat helling heeft, is dat een eenvoudige overlap. Bij een scherpe knik, waar het bovenste vlak bijna vlak wordt, moet die overlap ruimer zijn en verdient de aansluiting extra aandacht, omdat daar bij harde regen het meeste water tegelijk langskomt.
Omdat een mansardedak feitelijk twee dakvlakken boven elkaar heeft, moet de baanindeling voor elk vlak apart bepaald worden. Het onderste, steile vlak is meestal het langste stuk en bepaalt vaak de zichtlijn vanaf de grond, dus daar kiezen we de baanbreedte die het rustigste beeld geeft over de volle lengte. Het bovenste vlak is korter en vlakker, en daar spelen vooral de aansluiting op de knik en op de nok een rol.
Een voorbeeld uit de praktijk: bij een stacaravan met een opbouw van ruim vier meter lengte hadden we voor het onderste vlak een paneelbreedte nodig die netjes uitkwam op de volle lengte, zonder een smal reststrookje langs de zijkant. Voor het bovenste vlak, dat maar iets meer dan een meter hoog was, kozen we een andere breedte, omdat anders de fels van het bovenste vlak niet gelijk zou vallen met die van het onderste. Omdat platen op de millimeter geleverd worden, kan dat verschil precies worden opgemeten en apart bewerkt, zodat het van de grond af als één doorlopend beeld oogt ondanks de knik.
Bij een mansardedak op een opbouw zijn er meestal meer randen dan bij een eenvoudig zadeldak. Er is de nok boven, de knik in het midden, en onderaan vaak een gootlijn die net iets buiten de wand van de opbouw uitsteekt om het water van de gevel weg te houden. Elke rand heeft zijn eigen aandachtspunt.
Bij de nok moet de afdekking de platen van beide zijden overlappen zonder dat er een naad open blijft staan waar wind onder kan grijpen. Bij de knik geldt, zoals gezegd, de overlap tussen de twee vlakken. Bij de gootlijn is het belangrijk dat de plaat voldoende ver over de rand van de opbouw uitsteekt, zodat regenwater niet langs de gevel naar binnen kan lopen. Wij zien in de praktijk dat dit laatste punt nogal eens fout gaat bij oudere opbouwen, waar de gootrand in de loop der jaren is verzakt of scheefgetrokken. Voordat de felsplaten erop gaan, moet die rand recht en stevig zijn, anders herhaalt het probleem zich onder de nieuwe bekleding.
Het is bij dit type opbouw meestal niet nodig om de oude dakbedekking eraf te halen. Felsplaten kunnen over een bestaand dak van staal of kunststof heen worden aangebracht, mits de ondergrond vlak genoeg is en de bevestiging goed kan worden doorgezet naar de onderliggende constructie. Dat is voor veel eigenaren een belangrijke overweging, omdat de draagconstructie van een stacaravan met opbouw niet is berekend op een zwaar pakket aan extra materiaal.
Een paneel felsplaat weegt ongeveer vijf kilo per vierkante meter. Dat is aanmerkelijk minder dan wat er bij een volledige vervanging met een nieuwe onderconstructie bij zou komen. Bij het mansardedak is dit gewicht overigens niet gelijk verdeeld: het bovenste, vlakkere deel van het dak ligt vaak dichter bij de nok, waar de constructie van oudere opbouwen soms al wat lichter is uitgevoerd dan onderaan. Daarom kijken we bij de opname altijd naar de staat van de sporen of het frame op juist dat bovenste vlak, voordat we de bevestiging daar bepalen.
Er zijn situaties waarin het beter is om niet zomaar over de bestaande laag heen te werken. Als de ondergrond van staal of kunststof al sterk is doorgeroest of vervormd, geeft een nieuwe laag felsplaten geen stevige basis, hoe zorgvuldig de bevestiging ook wordt uitgevoerd. Ook als de knik in het dak zelf al is verzakt of scheefgegroeid, door jarenlange belasting of door een eerdere lekkage die het hout of de constructie heeft aangetast, is het verstandiger om dat eerst te herstellen dan om de nieuwe platen op een oneffen basis te leggen. In dat geval bekijken we samen met de eigenaar of aannemer of eerst een plaatselijk herstel nodig is, voordat de felsplaten worden aangebracht.
Als u een mansardedak op een stacaravan met opbouw wilt vernieuwen, is het verstandig om eerst de staat van de knik en de gootranden te laten beoordelen. Stuur ons een tekening of een aantal foto's van het dak, met de afmetingen van beide vlakken. Wij denken kosteloos mee over de baanindeling per vlak, het detail op de knik en de vraag of de bestaande ondergrond geschikt is om de felsplaten direct op te bevestigen.