Klikzink

Onderhoudsarm dak bij een oude boerderij met felsplaten

Een boerderijeigenaar die belt over onderhoud, bedoelt eigenlijk iets anders dan wat wij als leverancier onder onderhoud verstaan. Hij denkt aan schilderen, aan mos verwijderen, aan een dakdekker die elk jaar even komt kijken. Bij een felsdak is dat gesprek kort: er is niets te schilderen en er is weinig te controleren. De vraag die wij krijgen gaat dus meestal niet over het materiaal zelf, maar over wat de constructie eronder met dat materiaal doet, en dat is bij een gebinte van soms honderd jaar oud een ander verhaal dan bij een nieuw dak.

Waarom het gebinte de bepalende factor is

Een felsdak vraagt weinig van zichzelf. Het staal is verzinkt en heeft daarover een coating van vijftig micrometer; er hoeft niets aan nabehandeld te worden en er zit geen laag in die na verloop van tijd dof wordt of loslaat. Wat een felsdak wél vraagt, is een ondergrond die enigszins meewerkt, en juist dat is bij een oude boerderij niet vanzelfsprekend. Een gebinte van een eeuw oud is meestal verzakt, verdraaid of op onderdelen vervangen door houtrot die ooit is gerepareerd met een balk die net iets anders lag. Het dakvlak dat daarop rust, is dus zelden vlak. Bij een nieuw huis leggen we een baan felsplaat op een sporenconstructie die recht en gelijk is opgeleverd; bij een boerderij leggen we de baan op een oppervlak dat plaatselijk vijf tot tien centimeter kan afwijken over de lengte van het dak.

Dat lijkt een probleem voor de montage, en dat is het ook, maar het is vooral van belang voor wat er daarna aan onderhoud nodig is. Een felsplaat die over een bolling of deuk heen wordt gelegd zonder dat de onderconstructie is bijgewerkt, krijgt spanning op de fels. Die spanning zie je niet meteen, maar na een paar jaar van uitzetten en krimpen door temperatuurwisseling kan de klemverbinding op die plek gaan werken. Dat is dan geen gebrek aan het materiaal, maar een gevolg van een ondergrond die nooit is gecorrigeerd. Onderhoudsarm begint hier dus niet bij het dak, maar bij de vraag of iemand vóór de montage de tijd heeft genomen om het bestaande gebinte op te meten en waar nodig bij te werken met een tussenregel of contralatting. Dat werk wordt vaak overgeslagen omdat het niet zichtbaar is in de einduitkomst, maar het bepaalt wel hoeveel aandacht het dak de komende decennia nodig heeft.

De volgorde van het werk

Bij een gewoon woonhuis is de volgorde meestal: sporen controleren, panlatten of dakbeschot aanbrengen, dekken. Bij een oude boerderij draaien we die volgorde om wat betreft de tijdsbesteding. Het grootste deel van de voorbereiding gaat niet naar het dekken zelf, maar naar het opmeten van de bestaande situatie. Omdat felsplaten op maat gewalst worden, tot op de millimeter en in lengtes tot acht meter, is het inefficiënt om eerst een plat vlak te maken en dan pas te meten. Wij werken andersom: eerst wordt het bestaande dakvlak opgemeten inclusief de afwijkingen, dan wordt bepaald waar en hoeveel het vlak gecorrigeerd moet worden, en pas daarna gaan de platen in productie. Bij een monumentaal pand komt daar nog een stap bij: vaak moet de bestaande dakvorm, inclusief een lichte welving of een verspringing bij een aanbouw, herkenbaar blijven omdat dat onderdeel is van het beeldbepalende karakter. Dat betekent dat we niet zomaar alles kaarsrecht trekken, ook al zou dat de montage vereenvoudigen. Er wordt dan gekozen voor platen die de bestaande, lichte glooiing volgen in plaats van een vlak dat de glooiing wegwerkt.

Die keuze heeft gevolgen voor het onderhoud nadien. Een dak dat de oorspronkelijke vorm volgt, houdt op sommige plekken een iets langzamere waterafvoer dan een volledig vlak dak. Vanaf een dakhelling van zes graden is dat voor felsplaten geen probleem, maar bij een monumentale boerderij met plaatselijk een zeer lage helling, bijvoorbeeld bij een aangebouwde stal die ooit lager is uitgevoerd dan het hoofdgebouw, is het raadzaam de afvoerpunten en de aansluitingen bij goten vaker te controleren dan bij een dakvlak dat overal dezelfde afwatering heeft. Dat is geen onderhoud aan het materiaal, maar een aandachtspunt dat voortkomt uit de keuze om de oude vorm te respecteren.

Wat er niet te onderhouden is

Op een felsdak is geen coating die opnieuw moet worden aangebracht, geen verf die na verloop van tijd bladdert en geen bitumineuze laag die om de zoveel jaar een onderhoudsbeurt vraagt. Er zijn geen zichtbare schroeven die kunnen gaan lekken, omdat de bevestiging blind onder de fels zit met klemmen; op een gebinte van hout worden de klemmen met schroeven vastgezet, op een eventuele stalen ondersteuning met zelfborende schroeven, maar in beide gevallen zijn die verbindingen aan de binnenzijde van de fels verstopt en dus niet blootgesteld aan weer en wind. Bij een boerderij waar de kap zelden of nooit meer volledig wordt opengelegd, is dat praktisch: er is simpelweg weinig dat iemand op het dak zelf moet nalopen.

Wat wel aandacht verdient, zijn de aansluitingen op andere onderdelen: de overgang naar een schoorsteen die op veel boerderijen scheef is gaan staan, de aansluiting bij een dakkapel die ooit is bijgebouwd zonder rekening te houden met een later dakpakket, en de plek waar het dak overgaat in een muurafdekking van metselwerk dat inmiddels verzakt is. Die overgangen zijn met stalen randafwerkingen op te lossen, maar ze vragen om iemand die op de tekening meekijkt voordat de platen worden gewalst, niet om iemand die er achteraf een reparatie op verzint. Dat meedenken op tekening kost bij ons niets, en bij een boerderij met een gebinte dat overal net iets anders is, is dat vaker nodig dan bij een nieuwbouwwoning waarbij alle maten al vastliggen.

Wanneer dit niet de goede keuze is

Er zijn boerderijen waarbij een felsdak niet de aangewezen oplossing is, en dat heeft zelden met het materiaal te maken, maar met de status van het gebouw. Bij een rijksmonument met een beschermd dakbeeld kan de vergunning voorschrijven dat het oorspronkelijke materiaal, bijvoorbeeld riet of oude dakpannen, in uiterlijk moet worden nagebootst. Felsplaten zijn in drie matte kleuren leverbaar en hebben een glansgraad onder de vijf, wat optisch rustig oogt, maar het blijft een strak, langgerekt profiel met een zichtbare opstaande naad. Als de monumentencommissie een golvend of gesegmenteerd oppervlak eist, is dat met deze platen niet te bereiken.

Ook bij een gebinte dat zo ver is doorgezakt dat er eigenlijk eerst constructief herstel nodig is, is het verstandiger dat herstel voorop te stellen. Een felsdak volgt de ondergrond zorgvuldig, maar het maakt een slechte constructie niet goed. Wie in die situatie toch snel wil dekken om het dak dicht te krijgen, verplaatst het probleem alleen maar naar later.

Wie de omvang van de afwijkingen op het eigen dak wil laten meekijken, kan de bestaande situatie laten opmeten en de mogelijkheden voor maatwerk platen laten doorrekenen, zonder dat daar in dit stadium kosten aan verbonden zijn.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink