Klikzink
Een kapschuur die al jaren onder pannen staat, hoeft voor een nieuw dak niet leeg te worden gehaald. Overkappen, met een nieuwe dakbedekking recht over de bestaande pannen heen, is bij dit gebouwtype vaak een reële optie. Maar een kapschuur wijkt op een paar punten fundamenteel af van een woonhuis, en precies die punten bepalen of overkappen hier verstandig is of niet.
Het grootste verschil is de constructie. Een kapschuur heeft doorgaans een grote open overspanning met gordingen op ruime afstand van elkaar, zonder tussenliggende spanten of een dichte onderconstructie. De pannen liggen op panlatten die op die gordingen zijn bevestigd, met flink wat lucht ertussen. Bij een woonhuis met een dichte houten onderconstructie is overkappen meestal een kwestie van een nieuw regelwerk aanbrengen en de platen daarop bevestigen. Bij een kapschuur moet dat regelwerk een grotere afstand overbruggen zonder dat het gaat doorbuigen, en dat vraagt om een andere maatvoering van de latten of om een extra draaglaag die de belasting netjes naar de gordingen brengt. Een aannemer die alleen naar de dakhelling kijkt en niet naar de gordingafstand, komt hier voor een verrassing te staan.
Bij de meeste artikelen over overkappen gaat het over gewicht, aansluitingen en goten. Bij een kapschuur is er een vraag die voorrang krijgt: wat gebeurt er met vocht aan de binnenzijde van het nieuwe dak. Een kapschuur is meestal onverwarmd en ongeïsoleerd, vaak in gebruik als stalling, opslag of overkapping voor vee of machines. Er is dus geen dampremmende laag, geen isolatie die het temperatuurverschil opvangt, en vaak weinig tot geen mechanische ventilatie. De oude pandakbedekking ademde door de vele kieren tussen de pannen vanzelf; lucht kon eronder en erlangs bewegen. Een stalen felsplaat is een gesloten vlak. Zodra die vlak op of vlak boven de oude pannen komt te liggen, verdwijnt die natuurlijke ventilatie, en condenseert de vochtige lucht uit de schuur tegen de onderzijde van het koude staal.
Dat klinkt als een storing die je pas na een jaar merkt, en dat is precies het probleem: bij een kapschuur met dieren, hooi, hout of gereedschap onder het dak vertaalt zich dat condenswater in druppels op de spullen die eronder staan, en op de langere termijn in roestvorming aan de onderzijde van de gordingen. Om dat te voorkomen moet er tussen de oude pandakbedekking en de nieuwe felsplaat een geventileerde spouw komen: een luchtlaag die van de goot naar de nok kan doorstromen en zo het vocht afvoert voordat het zich ophoopt. Dat betekent in de praktijk een tengellat die niet alleen de plaat draagt, maar ook een paar centimeter lucht vrijhoudt, met open stootvoegen bij de gootlijn en de nok zodat de lucht er ook echt in en uit kan. Zonder die spouw is overkappen bij een kapschuur een gok, en niet een klein risico maar een vrij zeker gevolg van de combinatie gesloten staal, onverwarmde ruimte en beperkte ventilatie.
Elke overkapping legt een paar centimeter dikte boven op wat er al ligt: de panlatten of tengels, en de plaat zelf. Bij een woonhuis met een beperkte dakoverstek raakt dat al snel de goot en de raamdorpels. Bij een kapschuur is de overstek vaak royaler en is er relatief weinig strak werk rond kozijnen, dus die paar centimeter zijn meestal geen probleem voor de aansluitingen op de gevel. Waar het wel telt, is bij de goot zelf en bij de nok. Een goot die vlak onder de oude pandakrand hangt, moet meestal een stukje naar buiten of naar onder worden aangepast, anders loopt het regenwater van de nieuwe, gladdere plaat er voorbij in plaats van erin. Bij een kapschuur met een lange goot over een groot dakvlak is dat een reken- en meetwerkje dat vooraf moet gebeuren, niet iets dat je tijdens het leggen van de platen even oplost.
Bij een kapschuur begint het werk niet op het dak, maar met een controle van de gordingen: zijn ze recht, zijn ze niet verzakt of aangetast door houtrot, en is de afstand ertussen geschikt voor de tengelmaat die nodig is. Pas als die basis in orde is, heeft het zin om verder te plannen. Daarna komt de keuze voor de ventilatiespouw en de tengelconstructie die de platen gaat dragen, met aandacht voor de doorstroming van lucht bij goot en nok. Vervolgens worden de klikfelsplaten zelf gelegd, van 450 tot 8000 millimeter op maat te leveren, blind bevestigd met klemmen onder de fels zodat er geen schroeven door het stalen vlak zichtbaar zijn. Op de houten tengels gaat dat met schroeven, en pas als laatste volgen de randafwerking, de gootaanpassing en de aansluiting op de gevel. Wie deze volgorde omdraait, en eerst platen bestelt zonder de gordingmaat en de ventilatie te hebben bekeken, loopt het risico dat de plaat wel past maar het dak niet functioneert zoals het zou moeten.
Er zijn een paar situaties waarin overkappen bij een kapschuur beter niet gebeurt. Als de gordingen zelf al verzakt of verrot zijn, voegt een nieuwe plaat daar geen sterkte aan toe; dan is vervanging van de onderconstructie eerst aan de orde, en is het logischer om de oude pannen dan meteen te verwijderen. Als de schuur op termijn toch geïsoleerd gaat worden, om er bijvoorbeeld werktuigen, hooi of dieren droger en gelijkmatiger te kunnen bewaren, is het vaak verstandiger om dat gelijk mee te nemen in het nieuwe dakpakket in plaats van later een tweede keer het dak open te maken. En bij een kapschuur waar de pannen al los liggen, gebroken zijn of duidelijk niet meer vlak liggen, is de ondergrond voor een nieuwe tengelconstructie te ongelijk; dan is verwijderen en een vlakke nieuwe ondergrond maken minder werk dan alle plaatselijke oneffenheden proberen weg te tengelen.
Wilt u weten of overkappen bij uw kapschuur verstandig is, dan is de eerste stap een blik op de gordingen en de staat van de oude pandakbedekking, en een inschatting van hoe de schuur nu gebruikt wordt en of dat gaat veranderen. Heeft u een tekening of een paar foto's van de dakconstructie, dan denken wij daar kosteloos in mee en geven we aan welke tengelopbouw en welke ventilatie bij uw situatie passen.