Klikzink

Felsplaten kapschuur in beschermd dorpsgezicht

Een kapschuur die binnen een beschermd dorpsgezicht staat, krijgt met twee dingen te maken die bij een schuur in het buitengebied vaak geen rol spelen. Het eerste is welstand: iemand kijkt mee naar hoe het dak eruitziet vanaf de weg of vanaf het erf van de buren. Het tweede is bouwkundig van aard en heeft niets met de status van het gezicht te maken, maar valt in de praktijk vaak samen met precies dit type schuur: een grote open overspanning, gordingen op ruime afstand van elkaar en geen isolatie onder het dakvlak. Dat laatste bepaalt of er condens op de onderkant van de plaat komt te hangen. Beide vragen los je niet met dezelfde beslissing op, en dat is waar het vaak misgaat in een offertegesprek.

Waar welstand op let en waar niet

Een welstandscommissie of gemeentelijke adviseur kijkt zelden naar het materiaal zelf. Staal, zink en zelfs kunststof platen worden in de meeste beoordelingen niet uitgesloten, zolang het resultaat niet glimt en niet opvalt. Waar het om gaat is glansgraad en kleur. Een kapschuur met een dak dat licht weerkaatst, springt eruit tussen rieten kappen en verweerde pannen, ook als de vorm van het dak precies klopt. Felsplaten met een matte coating, met een glansgraad onder de 5, gedragen zich in dat opzicht rustig. Vanaf een paar meter afstand is het verschil met natuurlijk zink of met een gepatineerde pannendekking klein. Van de drie kleuren die wij leveren, Nordic Night Black, Slate Grey en Metallic Dark Silver, wordt in dorpsgezichten meestal een van de twee donkere varianten gekozen, simpelweg omdat een donker dak minder aandacht trekt dan een lichte plaat.

Wat welstand vaak wél vraagt, is een oogopslag op de fels zelf. Bij een kapschuur met een lange onderbroken kapvorm, zoals een dwarsdoorsnede met twee of drie geknikte vlakken, valt de lijnvoering van de felsen op. Een enkele brede baan van 475 mm werkende breedte oogt anders dan een dak met veel korte platen en veel felsen dicht op elkaar. Bij een zichtbaar dakvlak vanaf de straatzijde is het daarom zinvol om de baanverdeling vooraf te tekenen en mee te nemen in het gesprek met de gemeente, in plaats van dat pas te doen als de platen al bewerkt zijn. Omdat felsplaten op de millimeter geleverd worden, van 450 tot 8000 mm, is die verdeling precies te sturen op de lengte van het dakvlak. Dat is geen esthetische luxe, het voorkomt een korte reststrook aan de rand die in een dorpsgezicht als afwijkend wordt gezien.

De condensvraag die niets met het uiterlijk te maken heeft

Onder de plaat speelt een heel andere kwestie, en die is bouwkundig, niet visueel. Een kapschuur wordt vaak gebouwd zonder isolatie: opslag, machineberging of overkapping voor vee heeft geen behoefte aan een geïsoleerde schil. Tegelijk is de overspanning bij dit type gebouw vaak groot, met gordingen die verder uit elkaar liggen dan bij een woonhuis. Grotere afstand tussen de gordingen betekent meer onafgesteunde plaatlengte tussen de bevestigingspunten en een groter volume aan buitenlucht direct onder het staal.

Daar zit de kern van de condensvraag. De onderkant van een stalen plaat koelt 's nachts snel af tot onder de temperatuur van de lucht in de schuur. Vochtige lucht die tegen dat koude staal komt, condenseert. Bij een woning met isolatie en een dampremmende laag is die lucht al drooggehouden voordat ze het dakvlak bereikt. Bij een ongeïsoleerde kapschuur met een open overspanning is er niets dat het vocht onderweg opvangt, en juist de grote inhoud van de ruimte onder een wijde kap zorgt voor veel lucht die 's nachts kan afkoelen en condenseren tegen het dakvlak. Bij opslag van hooi, stro of gereedschap is dat vervelend, want er valt water op wat eronder staat. Bij dieren die onder het dak staan is het meer dan vervelend, want de combinatie van vocht en tocht is ongezond voor het vee.

De oplossing zit niet in de plaat zelf, maar in wat je onder de plaat aanbrengt. Een condensfolie of een anti-condensdeken tussen de gording en de plaat vangt het vocht op en laat het via verdamping weer weg, zonder dat er een volledig isolatiepakket nodig is. Dat is een andere ingreep dan isoleren; het gaat niet om warmte vasthouden, het gaat om het scheiden van vocht en staal. Bij een kapschuur die alleen droge opslag herbergt en zelden gesloten wordt, kan dit risico klein genoeg zijn om te laten zitten: veel wind door de open zijkanten van de schuur zorgt voor voldoende ventilatie om condens vanzelf weer te laten drogen. Bij een kapschuur die grotendeels dicht is, of waar de open zijden in de winter met doeken of panelen worden afgeschermd, is diezelfde ventilatie er niet meer en wordt een condenslaag al snel de moeite waard.

Waar welstand en de condensvraag elkaar raken

De twee vraagstukken lopen normaal gesproken los van elkaar, met één uitzondering: de keuze van coating heeft invloed op hoeveel je op het aanzicht van de fels zelf moet letten, terwijl de conditie aan de binnenzijde daar part noch deel aan heeft. Een condensfolie onder de plaat is vanaf de grond nooit te zien; welstand beoordeelt alleen het dakvlak van buiten. Wij zien wel eens dat een opdrachtgever, in de veronderstelling dat elke toevoeging aan het bouwplan opnieuw langs de welstandscommissie moet, een condensvoorziening achterwege laat om het proces niet te vertragen. Dat is niet nodig: wat onder het dakvlak gebeurt, valt buiten de esthetische toetsing en is een keuze die de eigenaar of aannemer zelf maakt op basis van het gebruik van de schuur.

Wanneer geen van beide een rol speelt

Staat de kapschuur niet aan de kant van het dorp die vanaf de weg zichtbaar is, of ligt hij op een erf met een eigen ontsluiting die niet binnen de te beschermen zichtlijnen valt, dan is de welstandstoets vaak lichter dan gedacht en soms is er alleen een architectonisch advies nodig zonder aparte kleurkeuring. En bij een kapschuur die volledig open is aan minimaal twee zijden, met doorgaande wind onder het dakvlak, blijft condens vaak beperkt tot incidentele dagen met veel temperatuurverschil en is een aparte voorziening niet altijd de moeite waard. Het is dus geen automatisme dat elke kapschuur in een dorpsgezicht met open front om een condensfolie vraagt, net zomin als elke plek binnen zo'n gezicht om de donkerste kleur uit het assortiment vraagt.

Wat u nu kunt doen

Als de schuur zichtbaar is vanaf een weg of pad binnen het beschermde gezicht, is het verstandig om de kleurkeuze en de baanverdeling vroeg in het traject te bespreken met de welstandsadviseur, liefst aan de hand van een tekening met de daadwerkelijke plaatlengtes. Voor de vochtvraag is het beslissende gegeven hoe de schuur gebruikt wordt en hoe open de zijkanten in de winter blijven; dat bepaalt of een condensfolie zinvol is of dat de bestaande ventilatie voldoende is. Wilt u dit voor uw eigen situatie laten doorrekenen op tekening, dan denken wij daarin mee zonder dat dit u iets kost.

Terug naar het overzicht

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink