Klikzink
Een woonboerderij heeft bijna altijd een dakvlak dat uit meer dan één materiaal bestaat. Het hoofddak is rietgedekt of belegd met pannen, en daarachter of ernaast ligt vaak een lager, vlakker deel: een aanbouw, een voormalige stal die bij het woongedeelte is getrokken, of een verbinding tussen twee bouwdelen. Voor dat platte of licht hellende deel wordt vaak bitumen gebruikt, en dat is ook precies waar de vraag ontstaat of felsplaten daar niet een beter alternatief zijn. Die vraag is terecht, maar het antwoord hangt af van de helling, van hoe het aansluit op het riet of de pannen, en van wat u liever heeft: een dak dat u nooit meer ziet zitten, of een dak dat u plaatselijk kunt herstellen zonder de hele bedekking open te leggen.
Bitumen is decennialang de standaardoplossing geweest voor platte en flauw hellende daken, en bij woonboerderijen is dat niet anders. Het is soepel, het legt zich makkelijk om hoeken en tegen opgaand werk, en het is relatief eenvoudig aan te sluiten op een rieten kap of een pannendak dat er schuin op afloopt. Bij een boerderij waar de aanbouw met bitumen is gedekt en het hoofddak met riet, is dat vaak dertig of veertig jaar geleden zo aangelegd en heeft het zijn werk gedaan. De vraag is of u het over wilt zetten naar hetzelfde materiaal, of naar iets anders.
Bitumen slijt geleidelijk. De toplaag verweert onder de zon, er ontstaan blaasjes en scheurtjes, en op een gegeven moment gaat het lekken. Dat gebeurt niet allemaal tegelijk: het begint bij de zwakke plekken, meestal bij naden, opstanden en de aansluiting op het riet of de pannen. Een dakdekker kan die plekken herstellen, en dat is precies de kracht van bitumen: het is goed te repareren. Een nieuwe laag over de oude, een reparatie bij een naad, het kan zonder dat de rest van het dak eraan moet.
Staal met een fels gaat een andere weg. De coating op de plaat is duurzaam genoeg om jarenlang zijn kleur en dichtheid te houden zonder dat er onderhoud aan te pas komt, en er is geen naad die openscheurt zoals bij bitumen. Maar als er ooit toch iets misgaat, bijvoorbeeld een deuk door vallend gereedschap of een lekkage bij een doorvoer, dan is dat geen kwestie van een likje bitumen erop smeren. Bij felsplaten vervangt u een baan, of u herstelt de klem en de fels ter plaatse, en dat vraagt iemand die met dit systeem overweg kan. Voor een boerderij waar het dak toch al met enige regelmaat wordt nagelopen omdat het riet ook onderhoud vraagt, is dat vaak geen probleem. Voor een dak waar u liever nooit meer naar omhoog kijkt, is het een overweging.
Bij een woonboerderij ziet u het dak zelden van bovenaf. U staat op het erf, of u kijkt er vanaf de weg tegenaan, en dan valt vooral het silhouet op: de rieten kap die overheerst, en het lagere platte deel dat er half onder verdwijnt. Bitumen is van die afstand nauwelijks te onderscheiden, het is donker en vlak en trekt geen aandacht. Felsplaten in een matte kleur als Nordic Night Black of Slate Grey doen dat evenmin, de lijnen van de fels liggen strak en zonder glans, en van de grond af oogt het rustig naast riet of pannen. Het verschil zit dus niet in hoe zichtbaar het is, maar in wat er met het materiaal gebeurt na jaren wind, regen en zon: bitumen wordt vlekkerig en mat verweerd, staal met deze coating blijft egaler van kleur.
Het punt waar riet of pannen overgaan in het platte deel is bij een woonboerderij vaak de kwetsbaarste plek van het hele dak, en dat geldt voor beide materialen. Bij bitumen wordt die aansluiting meestal met een opgezette rand en een strook bitumen onder de eerste rij pannen of onder het riet gemaakt. Bij felsplaten werkt dat net zo goed, met een opstaande kantopsluiting die onder de dakbedekking van het hoofddak doorloopt. Het verschil is dat de plaat als geheel stijver is dan bitumen, waardoor de aansluiting minder afhankelijk is van kit of een gelijmde naad en meer van een mechanische verbinding met schroeven of klemmen. Bij een dakdekker die met zowel riet als staal bekend is, is dat een kwestie van vakwerk, geen kwestie van het ene materiaal dat wel en het andere dat niet zou kunnen.
Voordat u kiest tussen bitumen en felsplaten is het belangrijker om te weten hoe schuin het platte deel eigenlijk is. Felsplaten zijn toepasbaar vanaf zes graden dakhelling, en bij een echt vlak dak, met nauwelijks verval, is bitumen vaak nog de meest voor de hand liggende keuze omdat het systeem daar wel op is gebouwd. Ligt het deel iets schuiner, ergens tussen de zes en vijftien graden, dan komt de fels wel in beeld, en dan wordt de keuze vooral bepaald door wat hierboven al genoemd is: onderhoud en reparatie tegenover een langere periode zonder dat u ernaar hoeft te kijken.
Bij een dakvlak dat echt vlak ligt, zonder enige helling, is bitumen nog steeds een geschikt materiaal en soms de enige praktische. Ook als het budget voor dit deel van het dak beperkt is terwijl het hoofddak met riet al een aanzienlijke investering vergt, kan het verstandig zijn om het platte deel in bitumen uit te voeren en het budget te richten op waar het meest zichtbaar is. En bij een dak dat over een aantal jaar mogelijk toch een andere indeling krijgt, bijvoorbeeld omdat er een dakkapel of een uitbouw gepland staat, is bitumen makkelijker aan te passen dan een stalen dakbedekking die op maat is gewalst voor de huidige situatie.
Hoe deze afweging precies uitpakt, hangt af van de helling van het platte deel, van de staat van de aansluiting op het riet of de pannen, en van hoe lang u nog in het gebouw denkt te blijven zitten voordat er weer iets aan het dak gebeurt. Stuur ons een tekening of een foto van het dakvlak, dan denken wij vrijblijvend met u mee over welke oplossing hier past, en leveren wij de platen op maat als felsplaten voor u de juiste keuze blijken.