Klikzink

Felsplaten op een lessenaarsdak woonboerderij

Een lessenaarsdak lijkt op papier het eenvoudigste dakvlak dat er is. Één schuin vlak, een hoge rand en een lage rand, geen nok, geen kap die in twee richtingen loopt. Bij een woonboerderij is die eenvoud vaak schijn. Het lessenaarsdak hoort dan bij een aanbouw, een stal die bij het woonhuis is getrokken, of een zijvleugel die later tegen de oorspronkelijke kapconstructie is gezet. Het hoofdvolume houdt zijn riet of zijn pannen, het aangebouwde deel krijgt een ander dak, en precies op die overgang moet het werk kloppen. Wij werken regelmatig aan dat soort combinaties en het is die aansluiting, meer dan het vlak zelf, waar een klus slaagt of tegenvalt.

De baanindeling bij een enkel hellend vlak

Het voordeel van een lessenaarsdak is dat de baanlengte meteen de volle dieptemaat van het dak is. Geen nok waar u een stuik of een overlap moet bedenken, geen twee vlakken die in het midden op elkaar aan moeten sluiten. De felsplaten lopen in één stuk van de goot aan de lage kant tot de hoge rand, en omdat wij ze op maat leveren tot op de millimeter, kunt u die lengte precies afstemmen op de werkelijke maat van het dakvlak. Bij een woonboerderij is die maat zelden een ronde meter. Oude balklagen zijn niet altijd haaks, de gevel waar het dak tegenaan sluit is soms licht verzakt, en de bestaande dakrand kan door de jaren heen een paar centimeter verschoven zijn. Wij komen daarom liever een keer opmeten dan werken met een schatting, en denken op tekening mee zonder dat daar kosten aan hangen.

De werkende breedte van 475 millimeter bepaalt hoeveel banen er naast elkaar komen. Bij een lessenaarsdak dat aansluit op een rieten kap valt die maatvoering meestal in het zicht, omdat de rand waar plaat en riet elkaar raken vaak evenwijdig aan de banen loopt. Het is dan de moeite waard om de indeling zo te kiezen dat de laatste baan niet als een smal reststrookje tegen die rand eindigt. Een baan van vijftien centimeter breed valt op, een baan die netjes even breed is als de rest niet. Bij een dakvlak dat aan drie zijden begrensd wordt door bestaand riet of bestaande pannen, is dat soort symmetrie meer dan esthetiek: het is ook de plek waar de aansluitdetails moeten passen.

Waar riet en plaat elkaar raken

Bij een woonboerderij met een lessenaarsdak is de aansluiting op riet doorgaans de plek waar de meeste aandacht naartoe moet. Riet en stalen felsplaten gedragen zich anders. Riet werkt met een dikke, ademende laag die water over de vezels naar buiten laat lopen, plaat werkt met een gesloten, waterdicht vlak dat het water juist snel afvoert. Op de overgang moet het water van het ene systeem naar het andere kunnen zonder dat het onder de rietlaag of onder de plaat trekt.

In de praktijk betekent dat een goed doordachte inbindrand of een aansluitprofiel dat over het riet heen valt en tegelijk hoog genoeg tegen de plaat opstaat om opspattend water te keren. Wij maken dat profiel op maat, passend bij de fels van 35 millimeter, zodat er geen extra kitvoeg of los flappend randje nodig is dat na een paar jaar los gaat trillen. Een rietdekker en de dakdekker die de felsplaten legt, moeten dit detail samen bepalen voordat er één plaat gelegd wordt; wie dat als sluitstuk achteraf probeert te regelen, loopt vast op een rietrand die al vastgebonden is en niet meer verschuift.

De overgang naar pannen is minder gevoelig maar vraagt wel om dezelfde discipline. Een pannendak heeft zijn eigen ventilatie onder de pannen, met een luchtspouw die niet zomaar dichtgezet mag worden waar de felsplaten beginnen. Bij de meeste woonboerderijen die wij tegenkomen, loopt die overgang op een bestaande muurdorpel of op een nieuw geplaatst kilstuk, en daar valt de aansluiting met een goed gedimensioneerd loodvervangend profiel of een aansluitstrip meestal netjes te maken, zonder dat het net zo bewerkelijk wordt als bij riet.

De randen: hoog en laag zijn niet gelijk

Een lessenaarsdak heeft twee randen die niets met elkaar te maken hebben en dus niet op dezelfde manier afgewerkt kunnen worden. De lage rand voert al het water van het hele vlak af naar de goot. Daar moet de felsplaat voldoende ver over de gootrand uitsteken en de druiprand moet zo gevormd zijn dat water niet achter de bakgoot terugloopt langs de gevel. Bij een aanbouw die tegen een bestaande, oudere goot aansluit, is de hoogte van die goot vaak niet meer helemaal wat hij ooit was; wij houden daar bij de opname rekening mee, want een paar millimeter verschil in de aansluiting bepaalt of het water rustig wegloopt of tegen de plaat blijft staan bij een fikse regenbui.

De hoge rand krijgt geen water te verwerken, maar moet wel windbestendig afgewerkt worden en, bij een aansluiting op de gevel van het hoofdvolume, een degelijke inwatering hebben zodat er niets achter de plaat naar binnen kan lopen. Bij woonboerderijen zit die hoge rand nogal eens tegen een bestaande, gemetselde gevel die niet helemaal vlak is. Een muurafdekking of anschluss met een flexibele overgang vangt die onregelmatigheid op zonder dat de fels zelf onder spanning komt.

Waar het misgaat

De meeste problemen die wij op een lessenaarsdak bij een woonboerderij tegenkomen, zitten niet in het vlak zelf maar in de randen en de materiaalovergang. Een aansluitprofiel dat te kort is en het riet niet ver genoeg overlapt, laat bij een harde bui water onder de rietlaag lopen. Een detail dat wél goed op papier stond, maar op de bouwplaats werd aangepast omdat de rietdekker al met zijn werk klaar was voordat de plaatlegger langskwam, levert een naad op die niet meer helemaal aansluit. En een lage rand die tegen een verzakte of oude goot is gelegd zonder die eerst te herstellen, blijft een zwakke plek, hoe zorgvuldig de plaat zelf ook gelegd is.

Er is ook een situatie waarin een lessenaarsdak met felsplaten niet de aangewezen keuze is: als het dakvlak zo kort is dat de volle lengte van de plaat nauwelijks een voordeel oplevert, of als de overgang naar riet zo grillig verloopt dat een strak, recht randdetail eigenlijk niet past bij de rest van de kap. In dat geval is het soms verstandiger om het aangrenzende materiaal ook op het lessenaarsdak door te zetten, of te kiezen voor een andere dakbedekking die zich makkelijker in een oneffen rand voegt. Dat weegt per gebouw anders, en dat is precies waarom een opname op locatie meer zegt dan een tekening op kantoor.

Wat u nu kunt doen

Wilt u weten of het lessenaarsdak van uw woonboerderij zich goed laat bekleden met felsplaten, en hoe de aansluiting op het riet of de pannen er in uw situatie het best uitziet? Stuur ons een tekening of foto's van het dak, met de plek waar het nieuwe vlak op het bestaande materiaal aansluit. Wij kijken vrijblijvend mee en geven aan waar de aandacht naar toe moet, voordat er een plaat gelegd wordt.

KKlikzink
Pagina'sHomeSpecificatiesKleur / CoatingProjectenDetailsTechnisch adviesBlogContact
Contact
Adres
© Klikzink