Klikzink
Een prijs per vierkante meter is het eerste wat iemand vraagt als hij overweegt een dak in felsplaten te laten uitvoeren. Bij een woonboerderij is die vraag begrijpelijk, maar het antwoord erop is minder eenduidig dan bij een eenvoudige loods of een nieuwbouwwoning met een strak zadeldak. Een woonboerderij heeft meestal een groot, doorgaand dakvlak, vaak met een lage helling aan de achterzijde en steilere delen boven de voormalige stal of schuur. Dat op zichzelf is al reden om niet blind te varen op een vierkantemeterprijs die u elders hebt gehoord of gelezen.
Wat de prijs werkelijk bepaalt, zijn een paar posten die per gebouw verschillen: de oppervlakte en de vorm van het dakvlak, het aantal en type doorvoeren en aansluitingen, de ondergrond waarop de platen komen te liggen, en heel specifiek bij woonboerderijen: de overgang tussen materialen. Wij zetten die posten hieronder uiteen, met de nadruk op wat een woonboerderij anders maakt dan andere gebouwen.
Mensen denken vaak dat een groter dak goedkoper uitpakt per vierkante meter, omdat de platen op maat gewalst worden en er dus minder verspilling is. Dat klopt voor een deel: onze platen zijn leverbaar van 450 tot 8000 millimeter op de millimeter, en bij een lang, doorgaand dakvlak kunnen we vaak werken met banen die van goot tot nok lopen zonder overlap. Dat scheelt naden, en naden zijn plekken waar risico en arbeid samenkomen.
Maar een woonboerderij heeft zelden één enkel rechttoe rechtaan dakvlak. Vaak zit er een knik in het dakvlak waar het woongedeelte overgaat in de vroegere stal, of een opkamer die een sprong in het dakvlak veroorzaakt. Elke breuk in het vlak betekent een aansluiting, en aansluitingen kosten meer werkuren dan het leggen van de platen zelf. Bij een dakvlak van bijvoorbeeld honderdvijftig vierkante meter met drie van dat soort breuken ligt de prijs per vierkante meter hoger dan bij een even groot, maar volledig vlak dakvlak op een nieuwbouwschuur. Dat is geen kwestie van duurder materiaal, maar van meer bewerkingen op de bouwplaats.
Het punt waarop een woonboerderij het meest afwijkt van andere gebouwen, is de combinatie van materialen op één dak. Bij veel woonboerderijen ligt het voorste, representatieve deel van het dak in riet, terwijl het achterste deel, vaak boven de vroegere stal of een latere aanbouw, is gedekt met pannen of al eerder vervangen door een ander materiaal. Als de eigenaar besluit het niet-rieten deel in felsplaten uit te voeren, ontstaat er een overgang tussen twee volledig verschillende dakbedekkingen.
Die overgang is precies waar de kosten zich concentreren die niet in een simpele vierkantemeterprijs zijn te vangen. Riet heeft een andere dikte en een ander profiel dan een strak stalen felsdak. De aansluiting moet regenwaterdicht zijn, maar ook zo worden uitgevoerd dat het riet niet vochtig blijft liggen tegen het metaal, want dat versnelt rotting van het riet. In de praktijk betekent dit vaak een aangepast randprofiel of een overgangsstrook die op maat gemaakt wordt, en dat is geen standaardonderdeel dat je zomaar van de plank haalt. Bij een boerderij die wij ooit op tekening hebben doorgerekend, bleek de aansluiting op het rieten voorhuis meer voorbereidingstijd te vragen dan het leggen van de felsplaten op het achterliggende dakvlak van vergelijkbare oppervlakte. Dat verschil zie je niet terug als iemand alleen naar de prijs per vierkante meter voor felsplaten kijkt, want dat cijfer gaat over het platte vlak, niet over de rand waar twee werelden samenkomen.
Hetzelfde geldt, in mindere mate, voor de aansluiting op bestaande pannen. Als slechts een deel van het dak wordt vervangen en de rest in pannen blijft liggen, moet er een keuze gemaakt worden over hoe de twee materialen elkaar raken: een verhoogde daklijn, een sierlijst, of een inpandige goot die de twee dekkingen scheidt. Ook dat is werk dat per situatie verschilt en dat wij pas kunnen inschatten als we de tekening of de bestaande situatie hebben gezien.
Bij woonboerderijen is de onderconstructie vaak ouder en minder uniform dan bij nieuwbouw. Sommige delen van de kapconstructie zijn houten balken uit een andere eeuw, andere delen zijn later vervangen door een stalen spantconstructie boven de vroegere stal. Onze platen worden blind bevestigd met klemmen onder de fels, zodat er geen zichtbare schroeven in het dakvlak zitten, maar de manier van bevestigen verschilt wel: op hout werken we met schroeven, op staal met zelfborende schroeven. Bij een gemengde onderconstructie, wat bij woonboerderijen vaker voorkomt dan bij een schuur die in één keer is opgetrokken, moet dat per dakvlak worden afgestemd. Dat kost geen extra materiaal van betekenis, maar wel extra denkwerk vooraf, en dat denkwerk hoort bij de post arbeid, niet bij de post materiaal.
Ook de dakhelling speelt mee. Onze platen zijn toepasbaar vanaf zes graden, en bij het lage, doorgetrokken dakvlak dat bij veel boerderijen aan de achterzijde voorkomt, moet gecontroleerd worden of de helling voldoende is en hoe de afwatering precies loopt. Is de helling net aan de grens, dan vraagt dat een preciezere uitvoering van de overlappen en aansluitingen dan bij een steil dak, en dat werkt door in de prijs.
Er zijn woonboerderijen waar felsplaten op het niet-rieten deel geen goede combinatie vormen met de rest van het gebouw, bijvoorbeeld als de eigenaar om welstandsredenen verplicht is de bestaande pandekking materiaalgelijk te herstellen, of als het rieten deel zo dominant is dat een metalen aansluiting altijd als vreemd element blijft ogen, hoe zorgvuldig de overgang ook is uitgevoerd. In dat geval is het onderzoeken waard of pannen op het niet-rieten deel, in een kleur en profiel die aansluiten bij het riet, meer recht doet aan het gebouw dan een felsdak. Wij zeggen dat liever vooraf dan dat we een oplossing verkopen die achteraf niet past bij het pand.
Omdat de prijs bij een woonboerderij vooral wordt bepaald door de vorm van het dak, het aantal aansluitingen en de combinatie van materialen, kunnen wij pas een reëel bedrag noemen als we de situatie hebben gezien, bij voorkeur op tekening of aan de hand van foto's van de bestaande dakvlakken en de overgang naar het riet of de pannen. Meedenken op basis van die tekening kost niets. Stuur ons de gegevens van uw dak, en wij laten weten waar de kosten in uw geval werkelijk in zitten.